CAO G4S Aviation Security 2008-2010

Klik hieronder om naar de CAO Aviation Security te gaan.

CAO_G4S_Aviation Security_2008-2010.pdf

CAO G4S
Aviation Security
2008-2010
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 5
Artikel 1 Definities 5
Artikel 2 Werkingssfeer 8
Artikel 3 Uitzonderingen in de werkingssfeer 8
Artikel 4 Dispensatie en afwijkende arbeidsvoorwaarden 8
Artikel 5 Algemene verplichtingen van de werkgever 9
Artikel 6 Algemene verplichtingen van de werknemer 9
Artikel 7 Algemene verplichtingen van de vakorganisatie 9
Artikel 8 Keuzesysteem van arbeidsvoorwaarden 10
Artikel 9 Uitzendkrachten 10
Artikel 10 Ongevallenverzekering 10
Artikel 11 Jaarverslagen 10
Hoofdstuk 2 Begin en einde dienstverband 11
Artikel 12 De individuele arbeidsovereenkomst 11
Artikel 13 Het parttime arbeidscontract 11
Artikel 14 Het afroepcontract 11
Artikel 15 Aanpassing arbeidsduur 12
Artikel 16 leeg 12
Artikel 17 Beëindiging en opzegtermijnen 12
Artikel 18 Schorsing 13
Artikel 19 Opzegging om een dringende reden 13
Hoofdstuk 3 Arbeidsduur en arbeidstijd 14
Artikel 20 Arbeidsduurverkorting 14
Artikel 21 Arbeidstijd 14
Artikel 22 Overwerk 14
Artikel 23 Wekelijkse onafgebroken rusttijd 15
Artikel 24 Dagelijkse onafgebroken rusttijd 15
Artikel 25 Zondagarbeid 15
Artikel 26 Maximum arbeidstijden (Structureel) 15
Artikel 27 Nachtdienst 15
Artikel 28 Maximum arbeidstijden bij overwerk (incidenteel) 16
Artikel 29 Pauze 16
Artikel 29A Statijden 16
Artikel 30 Arbeid voor werknemer jonger dan 18 jaar 16
Artikel 31 Consignatie 16
Artikel 32 Aanvullende regels bij een vast rooster 17
Artikel 33 leeg 17
Artikel 34 leeg 17
Artikel 35 Aanvullende regels bij een gebroken dienst 17
Artikel 36 Dienstruiling op verzoek 18
Artikel 36a Urenregistratie 18
Hoofdstuk 4 Salarisbepalingen 19
Artikel 37 Functie-indeling 19
Artikel 38 Salarisschalen 19
Artikel 39 Toepassing van de salarisschalen 19
Artikel 40 Bevordering naar een hogere salarisschaal 19
Artikel 41 Loonsverhogingen 20
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 1
Artikel 42 Functiewaarneming 20
Artikel 43 Beloning bijzondere uren 20
Artikel 44 Beloning feestdagen 20
Artikel 45 Beloning overuren 20
Artikel 46 Beloning eerder vastgestelde roostervrije dagen 21
Artikel 47 leeg 21
Artikel 48 Berekening toeslagen 21
Artikel 49 leeg 21
Artikel 49a Tijd voor tijd (Blauwe kaart) 21
Artikel 49b Vereiste vaardigheden 21
Artikel 50 Afbouwregeling 22
Artikel 50a Persoonlijke toeslag 22
Hoofdstuk 5 Vergoedingen 23
Artikel 51a Reiskostenvergoeding tot en met 31 December 2008 23
Artikel 51b Reistijdenvergoeding tot en met 31 December 2008 23
Artikel 51 Reisvergoeding vanaf 1 Januari 2009 24
Artikel 52 Maaltijdvergoeding 25
Artikel 53 Vergoeding voor beschikbaarheid tijdens pauze 25
Artikel 54 Consignatievergoeding 25
Artikel 55 Hondenvergoeding 25
Artikel 56 Stomerijvergoeding 26
Artikel 57 Verblijfskosten 26
Artikel 58 Jubileumvergoeding 26
Hoofdstuk 6 Opleidingen 27
Artikel 59 Verplichting tot opleiding 27
Artikel 60 Vrijwillige opleiding 27
Artikel 61 Studieovereenkomst en studiekosten 27
Artikel 62 Terugbetaling studiekosten 27
Artikel 63 EHBO/BHV 27
Hoofdstuk 7 Vakantie, vakantietoeslag en buitengewoon verlof 28
Artikel 64 Vakantierecht 28
Artikel 65 Vaststellen vakantiedagen 28
Artikel 66 Loon tijdens vakantie 29
Artikel 67 Vakantietoeslag 30
Artikel 68 Buitengewoon verlof en kort verzuim 30
Hoofdstuk 8 Ziekte en arbeidsongeschiktheid 32
Artikel 69 Algemeen 32
Artikel 70 Uitkering bij dienstverband korter dan 12 loonperioden 32
Artikel 71 Uitkering bij dienstverband van 12 loonperioden of langer 32
Artikel 72 Wachtdagen 32
Artikel 73 Geen uitkering bij arbeidsongeschiktheid 32
Artikel 74 Sancties 32
Artikel 75 Schadevergoeding 33
Artikel 76 Preventiebeleid 33
Artikel 77 Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA)-premie 33
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 2
Hoofdstuk 9 VUT, pensioen en ouderenbeleid 34
Artikel 78 VUT CAO 34
Artikel 79 Pensioen 34
Artikel 80 Overige regelingen ten behoeve van oudere werknemers 34
Hoofdstuk 10 Veiligheidsprocedures en ARBO-aangelegenheden 36
Artikel 81 Veiligheidsprotocol 36
Artikel 82 Vaste post 36
Artikel 83 Mobiele Surveillance 36
Artikel 84 Winkelsurveillance 36
Artikel 85 Geld- en waardetransport 36
Artikel 86 Meldpunt 36
Artikel 87 Communicatiemiddelen 37
Artikel 88 Persoonlijke Beschermingsmiddelen 37
Artikel 89 Veiligheidsmanagement bij verhoogd risico 37
Artikel 90 Overleg vakbonden 37
Artikel 91 Branche RI&E 37
Hoofdstuk 11 Werkgelegenheid en Structuurwijziging in de onderneming 38
Artikel 92 Uitgangspunten 38
Artikel 93 Vacaturemelding 38
Artikel 94 Employability en Loopbaanperspectief 38
Artikel 95 Periodiek overleg over werkgelegenheidsontwikkelingen 38
Artikel 96 Werkgelegenheid bij contractswisseling 38
Artikel 97 Werkgelegenheid en de structuurwijziging in de onderneming 39
Hoofdstuk 12 Sociale commissie beveiligingsorganisaties en naleving CAO 41
Artikel 98 Controleorgaan 41
Artikel 99 Sociale commissie beveiliging 41
Artikel 100 Invloed ondernemings-CAO 41
Artikel 101 Naleving CAO 41
Hoofdstuk 13 Diverse bepalingen 42
Artikel 102 Antidiscriminatie 42
Artikel 103 Vakbondswerk in de onderneming 42
Artikel 104 Tussentijdse wijzigingen 42
Artikel 105 Duur van de overeenkomst en opzegging 42
Artikel 106 Financiering activiteiten op brancheniveau 42
Hoofdstuk 14 Protocollen 44
Protocol I Servicecentrum particuliere beveiliging 44
Protocol II Collectieve verzekeringen 44
Protocol III Leeftijdsfase personeelsbeleid 44
Protocol IV Fuwa en beoordeling 44
Protocol V Segmentering 44
Protocol VI Bijzondere uren 45
Protocol VII Opleidingen 45
Protocol VIII Terreurdreiging 45
Protocol IIX Nieuwe verlofregeling 45
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 3
Hoofdstuk 15 Verbijzonderende regeling arbeidsvoorwaarden Aviation 46
Artikel 1 Statijden 46
Artikel 2 Parkeerkosten 46
Protocol I Statijden 46
Protocol II Vakantieregeling 46
Bijlagen
Bijlage 1 Collectieve arbeidsovereenkomst voor vervroegd uittreden uit de particuliere beveiligingsorganisaties 47
Bijlage 2 Loonopgave 50
Bijlage 3 Functiegroepen en voorwaarden 51
Bijlage 4 leeg 53
Bijlage 5 Salarisschalen 54
Bijlage 6 Regelement controleorgaan 57
Bijlage 7 Reglement beroepspraktijkvorming voor BOL-leerlingen zonder arbeidsovereenkomst 60
Bijlage 8 De wet arbeid en zorg in kort bestek 62
Bijlage 9 Reiskostensysteem 63
Bijlage 10 Veelgestelde vragen 64
Adressen 67
Trefwoordenlijst 69
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 4
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
Adv-dag
In het kader van de arbeidsduurverkorting toegekende en betaalde vrije dag. Deze dag is zonder begintijd van een dienst
na 00.00 en vóór 24.00 uur.
De adv-dag is bij een voorwaarts roterend rooster:
als de laatste dienst een nachtdienst is: een periode van 32 uur zonder arbeidsuren
als de laatste dienst een andere dienst is dan nachtdienst: 24 uur zonder arbeidsuren.
De adv-dag is bij een achterwaarts roterend rooster altijd een periode van 32 uur zonder arbeidsuren.
Het aantal arbeidsuren bedraagt 8 uur danwel naar rato bij een parttime dienstverband.
Afroepcontract
Dienstverband waarbij de werkgever de werknemer kan oproepen voor losse ongeregelde diensten, die in onderling overleg
tussen werkgever en werknemer worden geregeld, zowel wat beschikbaarstelling van de werknemer betreft als de duur en de aard
van de te verrichten losse en ongeregelde arbeid.
Arbeidsduur
Het contractueel aantal overeengekomen arbeidsuren per loonperiode.
Arbeidstijd
De tijdvakken van een dienst of een gebroken dienst.
Arbeidsuren
Alle uren waarover de werknemer loongerechtigd is.
Dit zijn:
- gewerkte uren;
- vakantie-uren;
- buitengewoon verlof-uren;
- ziekte-uren (inclusief wachtdag);
- adv-uren;
- leegloopuren;
- opleidingsuren voor zover het een opleiding betreft, zoals bedoeld in artikel 59 lid 2 van deze CAO;
- uren van werkoverleg op initiatief van de werkgever.
Avonddienst
Een dienst waarvan het einde ligt na 20.00 uur en uiterlijk op 02.00 uur.
Basissalaris
Het salaris per loonperiode zonder bijtelling van enige toeslag of vergoeding als genoemd in bijlage 4 van de CAO. Indien er voor
een werknemer een hoger basissalaris is vastgesteld dan bedoeld in deze definitie, treedt dit hogere basissalaris in plaats van het
salaris zoals is vastgesteld in deze CAO.
Basisuurloon
Het uurloon dat is afgeleid van het voor de werknemer geldende basissalaris en als zodanig is vermeld in bijlage 4 van deze CAO.
Bloktijden
leeg
BW
Burgerlijk Wetboek (Boek 7, titel 10)
Dag
Een kalenderdag van 00.00 uur tot 24.00 uur.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 5
Dagdienst
Een dienst waarvan het begin ligt op of na 06.00 uur en het einde uiterlijk op 20.00 uur.
Dienst
Een tijdvak van een aantal aaneengesloten uren waarin de werknemer werkzaamheden verricht op 1 of meerdere locaties.
Dit tijdvak kan onderbroken worden door ten hoogste 1 onbetaalde pauze van maximaal 1 uur, waarin de werknemer vrij over
zijn tijd kan beschikken.
Feestdagen
Nieuwjaarsdag, de beide paasdagen, Koninginnedag, 5 mei als viering van de nationale bevrijding in de lustrumjaren (om de 5 jaar),
hemelvaartsdag, de beide pinksterdagen, de beide kerstdagen en de door de overheid aangewezen nationale feestdagen.
Fulltime contract
Dienstverband voor de normale arbeidsduur van gemiddeld 40 uur per week bepaald per loon- of roosterperiode.
Gebroken dienst
Een speciale vorm van dienst op één of meer locaties, bestaande uit 2 dienstdelen, waar een onbetaalde onderbreking van meer
dan 1 uur tussen zit.
Invulrooster
leeg
Korte break
Een onderbreking van 10 minuten tussen het werk op twee posten (exclusief looptijd) gedurende welke de werknemer vrij over
die tijd kan beschikken. Kan incidenteel worden ingekort tot 5 minuten.
Loonperiode
Het tijdvak waarover aan de werknemer het loon wordt uitbetaald is één kalendermaand.
Looptijd
De tijd vanaf het moment van afsturen naar een positie/vlucht tot aanvang van de statijd en de tijd vanaf einde van die statijd
tot de aanvang van de daaropvolgende statijd of tot de aankomst in lounge/personeelsruimte.
Loontoeslag werknemer met een afroepcontract
De toeslag waar de werknemer met een afroepcontract plaatsvervangend recht op heeft, voor het niet opbouwen van vakantieuren
en het niet toekennen van adv.
Medewerker algemeen reserve
leeg
Meeruren
Het verschil tussen de totale arbeidsuren in een loonperiode en de arbeidsduur in een parttime contract. In dit kader bedraagt
het totaal van de arbeidsuren maximaal roosterperiode.
Nachtdienst
Een dienst waarvan de uren tussen 24.00 uur en 06.00 uur geheel of gedeeltelijk zijn begrepen.
Parttime contract
Dienstverband, niet zijnde een afroepcontract, waarbij een arbeidsduur per loonperiode is overeengekomen die minder is dan
een fulltime contract.
Er zijn 2 vormen van een parttime contract:
1. Groeimodel: hierbij kan de werknemer niet verplicht worden tot een overschrijding van de overeengekomen arbeidsduur
boven de maximale arbeidsduur van een fulltime contract per loonperiode.
2. Vast model: hierbij mag de arbeidstijd niet meer zijn dan de overeengekomen arbeidsduur.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 6
Pauze
Een onderbreking van minimaal een kwartier en maximaal 1 uur waarin de werknemer vrij over die tijd kan beschikken
(zie ook definitie dienst). Pauze is exclusief looptijd.
Roosterperiode
Een tijdvak van maximaal 3 loonperioden waarbinnen de werknemer een vast rooster loopt, dat zich na afloop van dat tijdvak
in hetzelfde (roulerende) patroon herhaalt.
Roostervrij weekend
Een aaneengesloten periode van 2 roostervrije dagen die uiterlijk aanvangt na de avonddienst op vrijdag, waarna de werknemer
op zijn vroegst op maandag om 05.30 uur weer mag beginnen.
Roostervrije dag
Een dag zonder begintijd van een dienst na 00.00 en vóór 24.00 uur.
De roostervrije dag is bij een
- voorwaarts roterend rooster:
- als de laatste dienst een nachtdienst is: een periode van 32 uur zonder arbeidsuren
- als de laatste dienst een andere dienst is dan nachtdienst: 24 uur zonder arbeidsuren.
- achterwaarts roterend rooster:
- altijd een periode van 32 uur zonder arbeidsuren.
In een serie aaneengesloten roostervrije dagen is de tweede en volgende roostervrije dag een periode van 24 uur zonder
arbeidsuren..
Statijd
De tijd tussen het moment van aanmelden van een positie/vlucht aan de gate en het moment van afmelden van een positie/vlucht.
Structureel overwerk
leeg
Vakantiedag
Een aaneengesloten periode van ten minste 24 uur waarbinnen de werknemer niet hoeft te werken; deze periode van 24 uur valt
voor minimaal 2/3 deel op een dag; voor zover de werknemer niet in een vast dienstrooster is opgenomen, moet de werkdag
voorafgaand aan de vakantiedag uiterlijk eindigen met een avonddienst, terwijl de werkdag na een vakantiedag op zijn vroegst om
05.30 uur mag beginnen; de duur van elke eerste vakantiedag bedraagt 32 uur.
Vakantiejaar
1 juni van enig jaar tot en met 31 mei van het daarop volgende jaar.
Vakantieloon
Het loon voortvloeiend uit het basissalaris, per uur vermeerderd met de in de voorgaande 3 loonperioden of het voorgaande jaar
(de werkgever dient voor 1 van deze 2 systematieken in zijn onderneming te kiezen) verdiende gemiddelde onregelmatigheids -
toeslag.
De gemiddelde onregelmatigheidstoeslag wordt berekend door de som van de toeslag bijzondere uren, feestdagentoeslag, de toeslag
in het vakantieloon, de toeslag in het ziektegeld en het structurele overwerk (inclusief overwerktoeslag) te delen door het aantal
arbeidsuren.
ADV uren tellen in dit kader niet mee als arbeidsuren.
Vakbonden
Partijen bij deze CAO aan werknemerskant.
Vakkrachten:
1. Werknemers die minimaal in het bezit zijn van het diploma beveiliger of
2. Werknemers die nog niet in het bezit zijn van het diploma beveiliger, maar die een praktijkovereenkomst zijn aangegaan en
in het kader daarvan reeds 10 dagen onderwijs genoten hebben in het kader van de BBL of in het kader van de BOL het
SVPB/ECABO theoriecertificaat behaald hebben.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 7
Vast rooster
Het voor de werknemer voor een roosterperiode vastgestelde dienstrooster waarin alle voor hem geldende werk- en rusttijden
en roostervrije dagen zijn opgenomen en dat zich na afloop van de roosterperiode in dezelfde vorm herhaalt. Maximaal 20% van
de in het vaste rooster opgenomen diensten kan bestaan uit zgn. Stand-by diensten, waarvan het begin- en eindtijdstip bij benadering
is vastgesteld.
Week
Van zondag 00.00 uur tot zaterdag 24.00 uur.
Werkgever
Group 4 Securicor Aviation Security B.V.
Werknemer
Degene die een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7: 610 van het BW heeft gesloten met, dan wel in aangenomen werk
persoonlijk arbeid verricht voor, dan wel op afroep werkzaamheden verricht voor de werkgever, conform de artikelen 12, 13 of 14
van deze CAO dan wel degene die in het kader van de BBL/BOL opleiding beveiliger praktijkervaring als beveiliger opdoet bij de
werkgever.
Werkoverleg
Hieronder wordt verstaan werkoverleg op initiatief van de werkgever.
Wpbr
Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus van 24 oktober 1997 (Stb. 1997 500).
Ziektegeld
Het loon van de werknemer alsof hij niet arbeidsongeschikt zou zijn vermeerderd met de in de voorgaande 3 loonperioden
verdiende gemiddelde onregelmatigheidstoeslag.
De gemiddelde onregelmatigheidstoeslag wordt berekend door de som van de toeslag bijzondere uren, feestdagentoeslag, toeslag
in het vakantieloon, toeslag in het ziektegeld en het structurele overwerk (inclusief overwerktoeslag) te delen door het aantal
arbeidsuren.
adv uren tellen in dit kader niet mee als arbeidsuren.
De uitkering bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer met een parttime contract moet gebaseerd worden op het gemiddelde
aantal daadwerkelijk gewerkte uren over de 6 loonperioden voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid, tenzij het aantal contractuele
uren hoger is.
Artikel 2 Werkingssfeer
Deze CAO is van toepassing op de werknemers in dienst van de werkgever
Artikel 3 Uitzonderingen in de werkingssfeer
Op de werknemer die, normaal gesproken, geen beveiligingswerkzaamheden verricht en/of de werknemer die een functie vervult
boven het niveau van de in deze CAO opgenomen salarisschalen zijn de hierna genoemde bepalingen in deze cao niet van toepassing:
- Artikel 12 lid 2;
- Artikel 20;
- Hoofdstuk 4 met uitzondering van de artikelen 41 en 44
- Hoofdstuk 5;
- Bijlage 3.
Artikel 4 Dispensatie en afwijkende arbeidsvoorwaarden
1. CAO-partijen kunnen gezamenlijk dispensatie verlenen voor (onderdelen) van de CAO. Verzoeken om dispensatie worden
uitsluitend in behandeling genomen als deze schriftelijk worden gedaan en gericht zijn aan het secretariaat van Sociaal Fonds
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 8
Particuliere Beveiliging te Gorinchem. Indien dispensatie wordt verleend, geschiedt dit voor de duur van deze CAO en komt
de dispensatie derhalve te vervallen op 30 juni 2010.
2. De werkgever mag voor de werknemer in positieve zin afwijken van de arbeidsvoorwaarden in deze CAO.
3. Arbeidsvoorwaarden die voor de werknemer positief afwijken van deze CAO blijven van toepassing. De werkgever kan hiervan
slechts na overeenstemming met de vakbonden afwijken. De ondernemingsraad kan met betrekking tot de vorige volzin na
goedvinden van de vakbonden in de plaats van de vakbonden treden, indien vakbonden dit unaniem kenbaar maken.
4. Op grond van bijzondere omstandigheden kan de werkgever met de vakbonden een nadere overeenkomst sluiten, mits deze
overeenkomst gebaseerd is op deze CAO en er niet mee in strijd is.
Artikel 5 Algemene verplichtingen van de werkgever
1. Arbeidsvoorwaarden die in strijd zijn met deze CAO zijn nietig.
2. De werkgever moet aan de werknemer bij zijn indiensttreding een exemplaar van deze CAO geven. De werkgever moet aan
de werknemers die reeds in dienst zijn een exemplaar van deze CAO geven, telkens wanneer deze CAO wordt vernieuwd.
Dit moet zo snel mogelijk plaatsvinden na de publicatie van het nieuwe CAO-boekje.
3. De werknemer heeft bij indiensttreding recht op een schriftelijke arbeidsovereenkomst. Daar moeten alle elementen uit
de model arbeidsovereenkomst in zijn opgenomen. De model arbeidsovereenkomst kunt u downloaden via www.sfpb.nl.
4. Naast het bepaalde in de artikelen 624 en 626 BW en de handleiding loonbelasting en premieheffing, die jaarlijks door het
Ministerie van Financiën wordt uitgegeven, is de werkgever verplicht bij elke loonbetaling aan de werknemer een schriftelijke
loonopgave te verstrekken. In bijlage 2 van deze CAO is een overzicht opgenomen van de gegevens die minimaal in de loon -
opgave moeten worden vermeld.
Artikel 6 Algemene verplichtingen van de werknemer
1. De werknemer moet de belangen van het bedrijf als een goed werknemer behartigen, ook indien daar geen uitdrukkelijke
opdracht voor is gegeven.
2. De werknemer moet alle door of namens de werkgever opgedragen werkzaamheden, voorzover deze redelijkerwijs kunnen
worden verlangd, zo goed mogelijk uitvoeren. Hij moet daarbij de voor de objecten of diensten geldende instructies,
aanwijzingen en voorschriften toepassen.
3. De werknemer is verplicht tot geheimhouding van de kennis die hij verkrijgt over de onderneming van de werkgever en van
de opdrachtgever. Op verzoek van de werkgever moet de werknemer een geheimhoudingsverklaring tekenen. De geheim -
houdingsverplichting geldt niet voor de mededelingen aan de partijen bij deze CAO, die direct of indirect verband houden met
de uitvoering van deze CAO.
4. De werknemer die een functie vervult, zoals vermeld in bijlage 3 van deze CAO, moet zijn werkzaamheden in uniform
verrichten, tenzij de werkgever anders bepaalt. Het uniform moet op de voorgeschreven wijze gedragen en onderhouden
worden.
5. Het is de werknemer nadrukkelijk verboden alcoholhoudende drank of bewustzijn beïnvloedende middelen, zoals drugs, direct
voor of tijdens de dienst te gebruiken dan wel bij zich te hebben. Het is ook verboden de werkzaamheden met een naar
alcohol ruikende adem te verrichten.
6. Het is de werknemer verboden tegen beloning voor derden of voor eigen rekening arbeid te verrichten, tenzij de werkgever
daar schriftelijk toestemming voor heeft gegeven. Dit verbod geldt niet voor de werknemer die arbeid verricht in deeltijd of
op basis van een afroepcontract. De werknemer doet aan werkgever wel mededeling van eventuele nevenwerkzaamheden. De
schriftelijke toestemming van de werkgever mag alleen worden geweigerd, wanneer de nevenactiviteiten van de werknemer:
- verband houden met beveiligings- en/of bewakingswerkzaamheden;
- naar het oordeel van de werkgever op een andere manier schadelijk kunnen zijn voor de onderneming.
Artikel 7 Algemene verplichtingen van de vakorganisatie
1. De vakorganisatie is verplicht de nakoming van deze CAO door haar leden te bevorderen. Het is de vakorganisatie verboden
actie(s) te voeren of te steunen, die tot doel hebben wijziging te brengen in deze CAO gedurende de looptijd. Overleg tussen
partijen bij deze CAO blijft altijd mogelijk.
2. De vakorganisatie is verplicht ingeval zij voornemens is actie(s) te gaan voeren, die het karakter dragen van arbeidsonderbreking
of staking, ook wanneer zij geen betrekking heeft (hebben) op een conflict tussen partijen bij deze CAO, van tevoren overleg te
plegen met de werkgever.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 9
Artikel 8 Keuzesysteem van arbeidsvoorwaarden
1. Op ondernemingsniveau kunnen in overleg tussen de werkgever en de ondernemingsraad of de vakbonden afspraken worden
gemaakt over een keuzesysteem van arbeidsvoorwaarden, waarbij de mogelijkheid bestaat, dat de ene arbeidsvoorwaarde
(bron) wordt geruild tegen de andere arbeidsvoorwaarde (doel).
2. Arbeidsvoorwaarden die in deze CAO als bron worden aangemerkt, zijn:
- adv-dagen;
- bovenwettelijke vakantierechten;
- extra vakantiedagen, zoals bedoeld in artikel 61.
3. De werknemer heeft de mogelijkheid om 5 vakantiedagen extra te kopen.
4. De waarde van een vakantiedag in verband met de toepassing van dit artikel wordt bepaald aan de hand van de definitie van
het vakantieloon. Op fulltimebasis wordt de waarde van een adv-dag bepaald door het basisuurloon te vermenigvuldigen met
factor 8. Op parttimebasis gebeurt dit naar rato van de omvang van het dienstverband.
Artikel 9 Uitzendkrachten
1. Voor uitzendkrachten die vallen onder de definitie van vakkrachten, worden de navolgende bepalingen vanaf de eerste dag
van de verblijfsduur van de uitzendkracht toegepast:
- Uitsluitend het geldende periodeloon in de schaal;
- De van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting per week/maand/jaar/periode. Deze kan – zulks ter keuze van de
uitzendonderneming – gecompenseerd worden in tijd en/of geld;
- Toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid (waaronder feestdagentoeslag) en ploegentoeslag;
- Initiële loonsverhoging, hoogte en tijdstip als bij de inlener bepaald;
- Kostenvergoeding (voor zover de uitzendonderneming deze vrij van loonheffing en premies kan uitbetalen: reiskosten,
pensioenkosten en andere kosten noodzakelijk vanwege de uitoefening van de functie);
- Periodieken, hoogte en tijdstip als bij de inlener bepaald.
De inlenende werkgever moet zich ervan verzekeren dat aan arbeidskrachten die aan zijn onderneming ter beschikking zijn
gesteld loon en overige vergoedingen worden betaald overeenkomstig de bepalingen van de CAO. De werkgever zal hiervoor
afspraken maken in het contract dat hij afsluit met het uitzendbureau.
2. Voor uitzendkrachten gelden de algemene normen arbeids- en rusttijden en de aanvullende regels met betrekking tot roosters,
zoals bepaald in hoofdstuk 3 van deze CAO.
3. Ten hoogste 20% van het vaste personeelsbestand in een onderneming mag bestaan uit uitzendkrachten.
4. De werkgevers moeten de vakbonden jaarlijks inzicht geven in de omvang van het uitzendwerk in de branche.
Artikel 10 Ongevallenverzekering
1. De werkgever is verplicht een collectieve ongevallenverzekering met een 24-uurs dekking af te sluiten voor alle werknemers
die bij hem in dienst zijn. Deze verzekering geeft de werknemer in geval van een ongeval het recht op een eenmalige uitkering
van:
- ten minste twee keer het jaarloon in geval van overlijden;
- maximaal (in geval van algehele blijvende invaliditeit ) drie keer het jaarloon.
2. Onder jaarloon in dit artikel wordt verstaan: 12 loonperioden volgens de definitie van vakantieloon, vermeerderd met de
vakantietoeslag.
3. De voorwaarden en de begunstiging bij de ongevallenverzekering moeten in de polis worden opgenomen. De polis moet voor
iedere werknemer ter inzage liggen op het kantoor van de werkgever.
Artikel 11 Jaarverslagen
De werkgever moet de wettelijke voorgeschreven jaarverslagen voor ondernemingen in het kader van de financiële verslaggeving,
ARBO en het sociaal jaarverslag desgevraagd aan de vakbonden verstrekken.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 10
Hoofdstuk 2 Begin en einde dienstverband
Artikel 12 De individuele arbeidsovereenkomst
1. Een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan:
- voor onbepaalde tijd;
- voor een bepaalde tijdsduur;
- voor het verrichten van een bepaald geheel van werkzaamheden.
2. Het is de werkgever verboden om een concurrentiebeding op te nemen in de individuele arbeidsovereenkomst van de
werknemer.
3. Bij het aangaan van de individuele arbeidsovereenkomst, als bedoeld in het 1e lid, geldt wederzijds een proeftijd van 2 maanden.
Bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, korter dan 2 jaar, geldt een proeftijd van één maand.
Deze verkorte proeftijd geldt niet in geval de werknemer in de opleidingsperiode zit.
4. De werknemer, die een praktijkovereenkomst aangaat, dient, alvorens beveiligingswerkzaamheden uit te voeren, 10 dagen
onderwijs in het kader van de BBL opleiding Beveiliger te hebben gevolgd of dient, in het kader van de BOL opleiding Beveiliger
het SVPB-certificaat Beveiliging B te hebben behaald.
5. Een werkgever mag een werknemer slechts in dienst nemen en houden, indien de werknemer in het bezit is van de
toestemming van de overheid om de functie van beveiliger uit te oefenen.
Artikel 13 Het parttime arbeidscontract
1. Bij het sluiten van een parttime arbeidscontract moet de werknemer kiezen uit een vast model of een groeimodel.
Tijdens de looptijd van de arbeidsovereenkomst mag de werknemer de gemaakte keuze wijzigen met dien verstande, dat een
wijziging van een groeimodel naar een vast model alleen per 1 januari of per 1 juli kan ingaan. De werknemer die een dergelijke
wijziging wil, moet dit ten minste 1 maand van tevoren aankondigen.
De werkgever moet de gemaakte keuze respecteren, tenzij zwaarwegende redenen van organisatorisch belang of bedrijfsbelang
zich daartegen verzetten.
2. Indien een werknemer met een parttime contract in een aaneengesloten periode van 13 weken, in een regelmatig arbeids -
patroon, structureel een arbeidstijd heeft gekend van meer dan het contractueel overeengekomen aantal uren, zal de
arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer vanaf de volgende loonperiode worden omgezet in de gemiddelde
arbeidstijd van de afgelopen periode van 13 weken. Bij de telling worden de loonperioden 7, 8, 9 en 12 uitgesloten. Wel vindt
doortelling plaats, d.w.z. na loonperiode 6 volgt periode 10 en na periode 11 volgt periode 1. Indien de vaste structurele
arbeidstijd niet op hele uren uitkomt, wordt tot een half uur naar beneden afgerond, en een half uur en meer naar boven.
Verwezen wordt naar artikel 7:610b BW. Het verzoek van de werknemer dient per aangetekend schrijven te worden ingediend
bij de werkgever. De werkgever moet binnen 5 werkdagen zijn besluit schriftelijk kenbaar maken. Indien de werkgever niet
binnen de 5 werkdagen op het verzoek heeft beslist, wordt de arbeidsduur aangepast overeenkomstig het verzoek van de
werknemer.
Artikel 14 Het afroepcontract
1. Voor het sluiten van een afroepcontract kan de werkgever een keuze maken uit 2 modelovereenkomsten, die zijn te
downloaden via de website www.sfpb.nl Dit zijn:
- de arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht;
- de voorovereenkomst;
2. Indien sprake is van een afroepovereenkomst worden de diensten in onderling overleg tussen de werkgever en de werknemer
geregeld, zowel wat beschikbaarstelling van de werknemer betreft als de duur en de aard van de werkzaamheden.
3. Indien sprake is van een afroepcontract geldt artikel 7: 628 BW niet voor de uren waarop geen arbeid is verricht.
4. Indien sprake is van een voorovereenkomst geldt artikel 7: 668a BW niet gedurende de eerste 48 maanden waarin
werkzaamheden worden verricht.
5. Indien een werknemer met een afroepcontract, dat ten minste 13 weken heeft geduurd, in een volgende aaneengesloten
periode van 13 weken een arbeidstijd heeft gekend van structureel, gemiddeld, minimaal 5 uur per week, zal deze op schriftelijk
verzoek van de werknemer vanaf de volgende loonperiode worden omgezet in een parttime contract. Hierbij heeft de werk -
nemer, indien er sprake is van een regelmatig arbeidspatroon, recht op het aantal contractuele uren, gelijk aan die gemiddelde
arbeidstijd. Bij telling worden de loonperioden 7, 8, 9 en 12 uitgesloten. Wel vindt doortelling plaats, d.w.z. na loonperiode 6
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 11
volgt periode 10 en na periode 11 volgt periode 1. Indien het gemiddelde niet op hele uren uitkomt, wordt tot een half uur
naar beneden afgerond en meer naar boven. Het verzoek van de werknemer dient per aangetekend schrijven te worden
ingediend bij de werkgever. De werkgever zal binnen 5 werkdagen zijn besluit schriftelijk kenbaar maken. Indien de werkgever
niet binnen de 5 werkdagen op het verzoek heeft beslist, wordt de arbeidsduur aangepast overeenkomstig het verzoek van de
werknemer.
Artikel 15 Aanpassing arbeidsduur
Een werknemer met een fulltime contract kan bij zijn werkgever schriftelijk het verzoek doen zijn arbeidsovereenkomst om te zetten
in een parttime contract. De werkgever zal dit toestaan indien dit niet stuit op een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, zoals
bedoeld in de Wet Aanpassing Arbeidsduur (W.A.A.). Een eventuele afwijzing van het verzoek zal door de werkgever schriftelijk
en met redenen omkleed geschieden. Voor wat betreft de vermeerdering van de arbeidsduur is de W.A.A. van overeenkomstige
toepassing. De werknemer heeft het recht op grond van bedoelde schriftelijke afwijzing de Sociale Commissie te vragen advies uit
te brengen over de vraag of dit kennelijk onredelijk is.
Artikel 16 leeg
Artikel 17 Beëindiging en opzegtermijnen
1. Bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd geldt voor de werknemer en de werkgever een opzegtermijn van 2 loon -
perioden, tenzij bij schriftelijke overeenkomst voor beiden een gelijke langere opzegtermijn is overeengekomen. Opzegging kan
geschieden tegen elke dag.
2. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan tussentijds worden opgezegd. Indien de arbeidsovereenkomst is aangegaan
voor een periode korter dan 2 jaar dan is de opzegtermijn 1 maand. In overige gevallen geldt een opzegtermijn van 2 maanden.
Opzegging kan geschieden tegen elke dag.
3. Bij arbeidsovereenkomsten die eindigen vanaf 1 februari 2008 zal de werkgever de werknemer uiterlijk een maand voor afloop
van het contract van bepaalde tijd schriftelijk informeren of het contract wordt verlengd of niet. Indien de werkgever de
werknemer niet tijdig informeert zal de overeenkomst voor dezelfde periode verlengd worden dan wel omgezet worden in
een contract voor onbepaalde tijd zoals de wet dit in artikel 7:668a BW regelt. Als de werkgever de werknemer informeert
dat het contract niet wordt verlengd, dan loopt het contract van rechtswege af en is voorafgaande opzegging niet nodig.
4. Een arbeidsovereenkomst voor het verrichten van een bepaald geheel van werkzaamheden eindigt door het einde van de
overeengekomen werkzaamheden. De werkgever moet het einde van de werkzaamheden, zodra dit bekend is, zo spoedig
mogelijk aan de werknemer meedelen.
5.. Opzegging met onmiddellijke ingang tijdens de proeftijd moet ten minste 12 uur voor aanvang van de diensttijd aan de
wederpartij worden meegedeeld. Bij overtreding hiervan moet aan de wederpartij een schadeloosstelling ter grootte van
8 uurlonen worden betaald.
6. De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op de eerste dag van de maand waarin de werknemer de 65-jarige leeftijd
bereikt.
De arbeidsovereenkomst eindigt ook van rechtswege, wanneer de werknemer voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd
gebruik maakt van zijn recht tot vervroegde uittreding, zoals bedoeld in de CAO voor vervroegd uittreden uit de particuliere
beveiligingsorganisaties (zie: bijlage 1 bij deze CAO). De arbeidsovereenkomst eindigt ook van rechtswege wanneer de
werknemer voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd pensioengerechtigd wordt op grond van een in de onderneming geldend
pensioenreglement.
7. Indien ondanks het bepaalde in het 6e lid van dit artikel de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet, of wanneer een
werknemer van 65 jaar of ouder in dienst wordt genomen, zal een wederzijdse opzegtermijn gelden van één loonperiode.
Deze opzegging kan geschieden tegen elke dag.
8. Het bepaalde in artikel 7: 670 lid 1 BW (opzegging tijdens arbeidsongeschiktheid) is op de werknemer van 65 jaar of ouder
niet van toepassing.
9. Er geldt geen opzegtermijn voor werknemers die in het kader van de BBL/BOL opleiding beveiliger 2 praktijkervaring als
beveiliger opdoet bij de werkgever indien dit bedrijf zijn erkenning verliest als leerbedrijf.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 12
Artikel 18 Schorsing
1. De werkgever kan de werknemer schorsen:
- indien er een redelijk vermoeden bestaat van een ernstig vergrijp;
- in geval van overtreding van de door de werkgever vastgestelde voorschriften en reglementen; in het bijzonder die over
de veiligheid en geheimhouding.
2. De schorsing kan maximaal 7 dagen duren. De werkgever moet de schorsing onmiddellijk aan de betreffende werknemer
meedelen met vermelding van de reden(en).
3. Indien blijkt dat het redelijk vermoeden, zoals bedoeld in het 1e lid van dit artikel juist is, dan kan de werkgever de arbeids -
overeenkomst onmiddellijk opzeggen wegens een dringende reden, zoals bedoeld in artikel 7: 677 BW.
Indien blijkt dat het redelijk vermoeden, zoals bedoeld in het 1e lid van dit artikel onjuist is, dan moet de werkgever de
werknemer schriftelijk rehabiliteren.
4. In geval een werknemer is geschorst, behoudt hij gedurende de schorsing het recht op doorbetaling van zijn basisloon.
Artikel 19 Opzegging om een dringende reden
1. In verband met het bijzondere karakter van de beveiligingsfunctie en de daarmee verbonden specifieke taken wordt, in
aanvulling op artikel 7: 678 BW, in ieder geval als dringende reden beschouwd:
- het zich schuldig maken aan, of het direct betrokken zijn bij, diefstal, verduistering en/of bedrog en/of andere strafbare feiten
anders dan verkeersovertredingen, waardoor de werknemer het vertrouwen van de werkgever en/of zijn opdrachtgever(s)
verliest;
- het zich, ondanks waarschuwing, overgeven aan dronkenschap of ander liederlijk gedrag, waardoor de werknemer de
belangen van de werkgever en/of zijn opdrachtgever(s) schaadt of kan schaden;
- het opzettelijk of ondanks waarschuwing roekeloos eigendommen van de werkgever en/of opdrachtgever(s) beschadigen
of zichzelf, anderen en/of voornoemde eigendommen aan ernstig gevaar blootstellen;
- het onbeheerd achterlaten van het alleen door hem te beveiligen object;
- het voortijdig verlaten van het mede door hem te beveiligen object zonder dat daarvoor een dringende noodzaak aanwezig
is en/of zonder dat de desbetreffende instructies in voldoende mate zijn opgevolgd;
- het door opzet of grove onachtzaamheid bekend maken van bijzonderheden en aangelegenheden, waarvan met redelijke
zekerheid kan worden aangenomen, dat zij voor de werkgever en/of opdrachtgever(s) een geheim karakter hebben.
2. De werkgever moet de reden van een onmiddellijke opzegging van de arbeidsovereenkomst om een dringende reden tegelijk
met de opzegging schriftelijk aan de werknemer meedelen.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 13
Hoofdstuk 3 Arbeidsduur en arbeidstijd
Artikel 20 Arbeidsduurverkorting
1. Door arbeidsduurverkorting heeft de werknemer die arbeid verricht op basis van een fulltime contract recht op 13 adv-dagen
per jaar.
2. Aan de werknemer die parttime werkt, moet de arbeidsduurverkorting naar evenredigheid worden toegewezen.
3. De werknemer die arbeid verricht op basis van een afroepcontract heeft geen recht op arbeidsduurverkorting. In plaats
daarvan ontvangt hij een toeslag van 5% over het basisuurloon. Deze toeslag maakt deel uit van de loontoeslag werknemer
met een afroepcontract.
4. De werkgever stelt de adv-dagen vast, neemt ze in het rooster op en deelt dit mee aan de werknemer.
• In de maanden juni, juli, augustus en december hoeven geen adv-dagen in het vaste rooster te worden opgenomen.
• De werkgever kan maximaal 3 adv-dagen per loonperiode vaststellen.
• De werkgever kan in een kalenderjaar maximaal 5 adv-dagen vaststellen en mededelen bij de donderdagse weekindeling,
voorafgaand aan de week waarin de adv-dag wordt vastgesteld. De overige adv-dagen moet de werkgever langer van
tevoren vaststellen en mededelen: ten minste 28 dagen.
5. De werkgever kan slechts met instemming van de werknemer een eenmaal vastgestelde adv-dag verschuiven naar uiterlijk de
volgende loonperiode. De nieuwe vaststelling kan eventueel plaats vinden naast een reeds eerder vastgestelde adv-dag.
6. Indien een vastgestelde adv-dag wegens arbeidsongeschiktheid of bijzonder verlof niet kan worden genoten, dan heeft de
werknemer geen recht op vervangende vrije tijd.
Artikel 21 Arbeidstijd
1. De arbeidstijd wordt door middel van een vast rooster voorafgaand aan de werkzaamheden vastgelegd. Zie hiervoor ook
de artikelen 31 en 34.
2. De werknemer heeft per loonperiode recht op toekenning van 8 roostervrije dagen. Dit recht geldt ook voor de werknemer
die parttime werkt.
3. Voor de werknemer die arbeid verricht op basis van een afroepcontract wordt de arbeidstijd in onderling overleg tussen
werkgever en werknemer per dienst vastgesteld.
4. Indien bij oproep door de werkgever bij opkomst van de werknemer geen gebruik wordt gemaakt van zijn diensten, in de
werkgever verplicht om aan de werknemer 4 basisuurlonen met de daarop van toepassing zijnde reiskosten en
reistijdenvergoeding te verstrekken.
5. Indien een dienst wordt verricht die korter duurt dan 4 uur inclusief reisuren, niet zijnde een gebroken dienst, dan worden
aan de werknemer toch 4 gewerkte uren inclusief reisuren berekend en betaald. Voor een gebroken dienst geldt, dat 1 van
de 2 dienstdelen minimaal 4 uur, inclusief reisuren, lang moet zijn. Indien dit niet het geval is, geldt dat voor 1 van de 2 dienst -
delen toch 4 gewerkte uren berekend en betaald worden. Dit lid is niet van toepassing in geval van artikel 59 lid 3 van de
CAO.
6. De werkgever streeft ernaar de werknemer niet op alle navolgende dagen in te plannen: 1e kerstdag, 2e kerstdag, oudjaarsdag
na 16.00 uur en nieuwjaarsdag.
Artikel 22 Overwerk
1. Arbeidsuren worden als overuren aangemerkt indien deze:
- in één loonperiode de norm uren van een fulltime dienstverband in de betreffende loonperiode (gemiddeld 173,33 uur
per loonperiode) overschrijden, en/of
- in een dienst of gebroken dienst een arbeidstijd van 9 uur overschrijden
2. De werknemer is verplicht overuren te verrichten, indien dat in het belang van de onderneming noodzakelijk is. Daarbij geldt
een maximaal aantal arbeidsuren van 176 uur per vier weken.
3. De werkgever moet overuren tot het minimaal noodzakelijke beperken.
4. Een werknemer met een parttime arbeidsovereenkomst kan niet verplicht worden tot overuren.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 14
Artikel 23 Wekelijkse onafgebroken rusttijd
1. De werknemer heeft recht op een wekelijkse onafgebroken rusttijd van ten minste 36 uren in elke periode van 9 maal 24 uren.
2. Deze rusttijd mag 1 keer per periode van 5 elkaar opvolgende weken door de werkgever tot 32 uur worden ingekort.
3. De in dit artikel bedoelde tijdruimte vangt aan op het eerste tijdstip van de dag waarop de werknemer arbeid verricht.
Artikel 24 Dagelijkse onafgebroken rusttijd
1. De werknemer heeft recht op een dagelijkse onafgebroken rusttijd van ten minste 11 uur in een periode van 24 uur.
Deze rusttijd mag 1 keer per periode van 7 maal 24 uur door de werkgever tot 8 uur worden ingekort.
2. De in dit lid bedoelde tijdruimte vangt aan op het eerste tijdstip van de dag, waarop de werknemer arbeid verricht.
Artikel 25 Zondagarbeid
De werknemer heeft recht op ten minste 16 vrije zondagen per jaar waarop geen arbeid wordt verricht. Per loonperiode moet
ten minste 1 vrije zondag worden vastgesteld, mede in het kader van het roostervrije weekend, zoals bedoeld in artikel 32 lid 2.
Op verzoek van de werknemer worden 3 vrije zondagen vastgesteld in zijn aaneengesloten vakantie, zoals bedoeld in artikel 65 lid 3,
en als roostervrije dag bestempeld.
Artikel 26 Maximum arbeidstijden (structureel)
De maximale arbeidstijd voor de werknemer bedraagt:
- 10 uren per dienst;
- gemiddeld 50 uur per week in elke periode van 4 achtereenvolgende weken;
- gemiddeld 45 uur per week in elke periode van 13 achtereenvolgende weken.
Artikel 27 Nachtdienst
1. Voor de werknemer, die arbeid verricht in nachtdienst, geldt een maximale arbeidstijd van 9 uur per nachtdienst en in elke
periode van 13 weken gemiddeld 40 uren per week.
2. Voor de werknemer, die arbeid verricht in nachtdienst, geldt per periode van 13 achtereenvolgende weken
- een maximum van 32 nachtdiensten, of
- een maximum van 52 nachtdiensten, indien de arbeid eindigt voor of op 02.00 uur, of
- dat hij in een aaneengesloten periode van 2 weken maximaal 20 uur arbeid mag verrichten tussen 00.00 uur en 06.00 uur.
CAO-partijen kunnen van het bepaalde bij het eerste punt (32 nachtdiensten) dispensatie verlenen tot een maximum van
35 nachtdiensten.
3. Voor de werknemer, die arbeid verricht in nachtdienst, uitsluitend of in hoofdzaak bestaande uit mobiele surveillance, geldt in
elke periode van 13 achtereenvolgende weken
- een maximum van 35 nachtdiensten, of
- dat hij in een aaneengesloten periode van 2 weken maximaal 38 uren arbeid mag verrichten tussen 00.00 uur en 06.00 uur.
CAO-partijen kunnen van het bepaalde bij het eerste punt (35 nachtdiensten) dispensatie verlenen tot een maximum van
42 nachtdiensten.
4. De werknemer heeft na een nachtdienst die eindigt na 02.00 uur recht op een onafgebroken rusttijd van ten minste 14 uur.
Deze rusttijd mag door de werkgever een maal per periode van 7 maal 24 uur worden ingekort tot 8 uur (exclusief reistijd).
5. De werknemer die arbeid verricht in een reeks van aaneengesloten nachtdiensten heeft recht op een onafgebroken rusttijd
van ten minste 48 uur. Een reeks is minimaal drie en maximaal 7 aaneengesloten nachtdiensten. Er mogen maximaal 7 aaneen -
gesloten nachtdiensten ingeroosterd worden.
6. Om de in de leden 2 en 3 van dit artikel bepaalde dispensatiemogelijkheid te verkrijgen moet de volgende procedure in acht
genomen worden. Op ondernemingsniveau neemt de werkgever het initiatief naar vakbonden. Inhoudelijk overleg vindt plaats
binnen 2 tot 4 weken na dat initiatief. Na inhoudelijk overleg en akkoord wordt een dispensatieverzoek ingediend bij CAOpartijen.
Na marginale toetsing verlenen CAO-partijen binnen 2 weken dispensatie.
7. Met de toepassing van hetgeen bepaald in dit artikel, moet rekening gehouden worden met artikel 26.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 15
Artikel 28 Maximum arbeidstijden bij overwerk (incidenteel)
1. Van de artikelen 26 en 27 kan worden afgeweken.
Dit is alleen toegestaan in geval dat overwerk door een onvoorziene wijziging van omstandigheden die incidenteel en
niet-periodiek is, of als de aard van de arbeid, incidenteel en voor korte tijd, dit noodzakelijk maakt.
2. Indien van deze afwijking gebruik gemaakt moet worden dan bedraagt de maximale arbeidstijd voor de werknemer:
- 12 uur per dienst,
- 60 uur per week en
- in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld 48 uren per week.
3. Indien de arbeid geheel of gedeeltelijk in nachtdienst wordt verricht, bedraagt de maximale arbeidstijd voor de werknemer:
- ten hoogste 10 uur per nachtdienst en
- in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld 40 uur per week.
Artikel 29 Pauze
1. Indien de arbeidstijd per dienst meer dan 5,5 uur maar niet meer dan 8 uur bedraagt, heeft de werknemer recht op een
ononderbroken pauze van ten minste een half uur.
2. Indien de arbeidstijd per dienst tussen meer dan 8 en niet meer dan 10 uur bedraagt, heeft de werknemer recht op een pauze
van tezamen ten minste 45 minuten, met dien verstande, dat 1 van de pauzes dan ten minste een half uur aaneengesloten
moet duren.
3. Indien de arbeidstijd per dienst meer dan 10 uur bedraagt, heeft de werknemer recht op een pauze van tezamen 1 uur, met
dien verstande, dat 1 van de pauzes dan ten minste een half uur aaneengesloten moet duren.
4. De in de leden 1 tot en met 3 van dit artikel bedoelde pauzes, beginnen en eindigen in de periode, gelegen tussen twee uur
na aanvang en twee uur voor het einde van de arbeid. Bij een dienst van acht uur of langer beginnen en eindigen de pauzes
in de periode gelegen tussen drie uur na aanvang en drie uur voor het einde van de arbeid.
5. In afwijking van het bepaalde in het 1e lid van dit artikel heeft de werknemer, die werkzaam is als objectbeveiliger/receptionist,
recht op ten minste 2 pauzes van ten minste 15 minuten.
6. De werknemer die beveiligingswerkzaamheden verricht zonder enig direct contact met een andere werknemer die
vergelijkbare werkzaamheden verricht, heeft als enige geen recht op pauze. Ter compensatie heeft hij recht op een maximale
arbeidsduur van gemiddeld 40 uur per week in elke periode van 13 achtereenvolgende weken.
Artikel 29a Statijden
Met inachtneming van artikel 29 zullen, met uitzondering van calamiteiten en onvoorziene omstandigheden (zoals bijvoorbeeld
weersomstandigheden , terroristendreigingen, extreme vertragingen e.d.) de volgende maximale statijden worden gehanteerd:
1. Voor medewerkers Visitatie: 150 minuten.
2. Voor medewerkers HRF : 1 of 2 vluchten (circa 150 minuten).
3. Voor medewerkers Apollo: 150 minuten.
4. Voor medewerkers HBS: 150 minuten.
Uiterlijk bij het bereiken van de maximale statijd zullen medewerkers in de gelegenheid worden gesteld tot het nemen van hetzij
een pauze, conform artikel 29, of een korte gelegenheid tot het nuttigen van een versnapering (korte break).
Artikel 30 Arbeid voor werknemer jonger dan 18 jaar
Voor de werknemer jonger dan 18 jaar geldt de Arbeidstijdenwet. Artikel 23 tot en met 29 is niet van toepassing
Artikel 31 Consignatie
1. Onder consignatie wordt in dit artikel verstaan de verplichting van de werknemer om een periode tussen 2 opeenvolgende
diensten, of tijdens een pauze, bereikbaar en beschikbaar te zijn om, in geval van onvoorziene omstandigheden, op oproep
de bedongen arbeid te verrichten.
2. De aan de consignatie verbonden voorwaarden worden in overleg met de ondernemingsraad c.q. de personeels -
vertegenwoordiging vastgelegd.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 16
3. Bij het opleggen van consignatie moet de werkgever het volgende in acht nemen.
- De werknemer van 55 jaar en ouder mag slechts op vrijwillige basis consignatie worden opgelegd.
- De werknemer mag geen consignatie worden opgelegd gedurende 2 maal een aaneengesloten tijdruimte van 7 x 24 uren
in elke periode van 4 achtereenvolgende weken.
- De werknemer mag geen consignatie worden opgelegd tijdens de in deze CAO voorgeschreven onafgebroken rusttijd,
die vooraf gaat aan een nachtdienst en daarop volgt.
- De werknemer mag geen consignatie worden opgelegd gedurende de wettelijke rusttijden en de 4 vastgestelde
respectievelijk gegarandeerde roostervrije dagen.
- De werknemer kan niet verplicht worden tot consignatiediensten langer dan 1 week. Per 2 weken geldt een consignatie
van maximaal een week. Bij consignatie tussen 00.00 en 06.00 uur maximaal eenmaal per 3 weken.
- De werknemer mag maximaal 13 uur per 24 uur arbeid verrichten.
- De werknemer mag maximaal 60 uur per week arbeid verrichten.
- De werknemer mag maximaal gemiddeld 45 uur per week in elke periode van 13 achtereenvolgende weken arbeid
verrichten.
- Indien de consignatie geheel of gedeeltelijk tussen 00.00 en 06.00 uur is opgelegd, mag de werknemer maximaal gemiddeld
40 uur per week in elke periode van 13 achtereenvolgende weken arbeid verrichten.
4. Bij een oproep bij consignatie wordt de arbeidstijd geacht aan te vangen op het moment van de oproep. Indien binnen een
half uur na beëindiging van de arbeidstijd volgend op een oproep bij consignatie opnieuw een oproep plaats vindt, dan wordt
de tijd tussen de 2 oproepen beschouwd als arbeidstijd. Indien een oproep plaats vindt, wordt de arbeidstijd geacht ten minste
een half uur te bedragen.
5. De arbeid die wordt verricht als gevolg van een oproep bij consignatie wordt voor de toepassing van de artikelen 23, 24, 27
lid 4 en 5 en 29 buiten beschouwing gelaten.
Artikel 32 Aanvullende regels bij een vast rooster
1. Een vast rooster kan slechts tot stand komen of gewijzigd worden na overeenstemming in een overleg met de betrokken
werknemer of werknemersvertegenwoordiging (OR) en wordt ten minste 7 dagen voor aanvang van de eerste roosterperiode
door de werkgever schriftelijk aan de werknemer bevestigd.
2. Voor de werknemer met een vast rooster zijn de roostervrije dagen opgenomen in het dienstrooster, waarbij de werknemer
recht heeft op toekenning van gemiddeld 8 roostervrije dagen per 4 weken. Daarbij moet minimaal sprake zijn van 2 perioden
van 2 aaneengesloten roostervrije dagen. 1 van die perioden is een roostervrij weekend.
3. Ingeval van een met instemming van de werknemer ingevoerd vast rooster kan na een nachtdienst een aaneengesloten periode
van twee roostervrije dagen met instemming van de werknemer bestaan uit een periode van 48 uur zonder arbeidsuren.
4. Indien een vast rooster meer arbeidsuren bevat dan de normale arbeidsduur en de maximale gemiddelde arbeidsduur bedraagt
over de roosterperiode niet meer dan 42 uur, dan moet de werknemer die fulltime arbeid verricht het rooster aanvaarden.
5. Voor de werknemer met een vast rooster moeten de ADV-dagen in het dienstrooster worden opgenomen.
6. De werkgever kan de werknemer niet verplichten werkzaamheden te verrichten op een eerder vastgestelde roostervrije dag.
7. De werkgever wordt aanbevolen een zogenaamd 'voorwaarts-rotatieschema' aan te houden (dag-avond-nacht).
8. De werkgever moet verzoeken van de werknemer om zijn dienstrooster aan te passen in verband met zijn opvoedingstaken
in het gezin honoreren, indien dit organisatorisch mogelijk is en past in de bedrijfsvoering.
Artikel 33 leeg
Artikel 34 leeg
Artikel 35 Aanvullende regels bij een gebroken dienst
Er is sprake van een gebroken dienst als:
1. De 2 dienstdelen samen maximaal 10 arbeidsuren zijn;
2. Tussen de 2 dienstdelen een onbetaalde onderbreking van meer dan 1 uur zit;
Tussen het begin van het eerste dienstdeel en het einde van het laatste dienstdeel mag niet meer dan 12 uur zitten.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 17
Artikel 36 Dienstruiling op verzoek
Dienstruiling op initiatief van de werknemer vereist de instemming van de werkgever en kan geen aanspraak tot gevolg hebben
op een vergoeding (anders dan de vergoeding voor bijzondere uren) waarop zonder dienstruiling geen aanspraak zou bestaan.
Artikel 36a Urenregistratie
1. In verband met het feit dat de loonperiode en de roosterperiode een ongelijke lengte hebben, terwijl de te werken uren
per roosterperiode worden bepaald en de op grond daarvan uit te betalen salarissen per loonperiode worden betaald, kent
de werkgever een systematiek van urenregistratie.
2. Het aantal te werken uren in een roosterperiode wordt voor een werknemer met een fulltime contract bepaald door het
aantal doordeweekse dagen in die roosterperiode, te vermenigvuldigen met 8 uur. Voor een werknemer met een parttime
contract geldt dit naar rato van de deeltijdfactor. Als gewerkte uren in het kader van dit artikel worden alle arbeidsuren
bedoeld.
3. Buiten de vastgestelde roostervrije dagen is de werknemer met een fulltime of een parttime contract gehouden om volgens
rooster werkzaamheden te verrichten voor de werkgever.
4. Voor de vaststelling van onder het lid 2 en 3 gestelde en voor de bepaling van overwerk worden door de werkgever per
werknemer alle uren geregistreerd, zoals: gewerkte-, reis-, vakantie-, ziekte-, roostervrije-, buitengewoon verlof, opleidingsuren
en alle overige vormen van uren.
5. Per loonperiode wordt het aantal uren vastgelegd. Indien de werknemer met een rooster minder dan het overeengekomen
aantal uren in een loonperiode heeft gewerkt, worden deze te weinig gewerkte uren aangemerkt als overloop uren. Deze
overloop uren worden op de salarisspecificatie van de werknemer vermeld en dienen door de werknemer in de daarop -
volgende loonperiode(n) alsnog conform dienstrooster gewerkt te worden, zodat de werknemer per roosterperiode de met
hem overeengekomen gemiddelde arbeidstijd werkt. De roosterperiode in de zin van dit artikel wordt gesteld op maximaal
dertien (13) weken.
6. Bij beëindiging van het dienstverband worden de op dat moment nog bestaande verloopuren op de eindafrekening bij de
werknemer in mindering gebracht.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 18
Hoofdstuk 4 Salarisbepalingen
Artikel 37 Functie-indeling
1. De werknemer wordt naar de aard van de door hem te verrichten arbeid en vereiste bekwaamheid door de werkgever als
beveiliger aangesteld in 1 van de functies uit de 6 functiegroepen, zoals genoemd in bijlage 3 van deze CAO. Bepalend voor
de aanstelling is de aard van de werkzaamheden die de beveiliger grotendeels (d.w.z. minstens 50% van de overeengekomen
arbeidstijd) verricht.
2. Iedere functiegroep is op basis van kennis, ervaring en leidinggevende aspecten onderverdeeld in een aantal functies.
De voorwaarden die verbonden zijn aan de aanstelling in de juiste functie zijn vermeld in bijlage 3 van deze CAO.
3. De werknemer ontvangt bij indiensttreding van de werkgever een schriftelijke mededeling in welke functie en functiegroep
hij is ingedeeld. Bij tussentijdse wijziging wordt de werknemer daarvan schriftelijk in kennis gesteld.
4. De in bijlage 3 genoemde keuzebevorderingen voor verantwoordelijke en leidinggevende functies worden verricht door de
werkgever en zijn afhankelijk van de organisatorische ruimte in een onderneming.
5. Overplaatsing naar een hogere functiegroep op basis van het behaalde diploma (algemeen beveiligingsmedewerker) vindt
plaats met ingang van de loonperiode volgende op die, waarin de werknemer het diploma overhandigt aan de werkgever.
1S en 2S hebben de eerste twee jaar dezelfde basissalarissen. Medewerkers worden daarom meteen in 2S ingeschaald.
Artikel 38 Salarisschalen
1. De functiegroepen zijn gekoppeld aan een salarissysteem dat voor elke functie een salarisschaal bevat met periodieken.
Het salarissysteem is opgenomen in bijlage 5 van deze CAO.
2. De werknemer heeft bij indiensttreding recht op een schriftelijke mededeling in welke salarisschaal hij is ingedeeld, wat zijn
basissalaris is en het aantal periodieken of leeftijdsjaren waarop zijn basissalaris is gebaseerd.
3. In afwijking van hetgeen bepaald is in artikel 59 lid 3 geldt voor de werknemer die met de werkgever een praktijkovereenkomst
in het kader van de Wet Educatie Beroepsonderwijs heeft afgesloten het volgende. Gedurende de eerste 4 weken van de
opleiding ontvangt de werknemer een basissalaris dat 50% van het in de salarisschalen vermelde basissalaris bedraagt. Na afloop
van de eerste 4 weken moet 100% van het bedoelde basissalaris worden betaald.
Artikel 39 Toepassing van de salarisschalen
1. Bij indiensttreding heeft de werknemer recht op het aanvangssalaris van de voor hem geldende salarisschaal. Aan een nieuwe
werknemer kunnen op grond van elders verkregen vaardigheden en/of opgedane ervaring 1 of meer extra periodieken worden
toegekend.
Het basissalaris van de werknemer die arbeid verricht op basis van een parttime contract of een afroepcontract wordt naar
evenredigheid berekend.
2. De werknemer heeft recht op het basissalaris van de salarisschaal bij de functiegroep waarin hij is ingedeeld.
Het basissalaris van de werknemer die arbeid verricht op basis van een parttime contract of een afroepcontract wordt naar
evenredigheid berekend.
3. Voor de werknemer tot 21 jaar geldt gedurende maximaal 1 jaar na indiensttreding een aanloopsalarisschaal. De aanloop -
salarisschaal ligt 10% onder de voor de werknemer geldende salarisschaal. Na een jaar heeft de werknemer recht op de
salarisschaal met periodieken. Met ingang van de loonperiode waarin de werknemer 21 jaar wordt, is de aanloopsalarisschaal
niet meer van toepassing.
4 Elk jaar op de datum waarop de werknemer in dienst is getreden, wordt zijn basissalaris verhoogd met een periodiek totdat
het maximum van de schaal is bereikt.
Artikel 40 Bevordering naar een hogere salarisschaal
1. Bij bevordering naar een hogere salarisschaal heeft de werknemer recht op plaatsing in die schaal met ingang van de
loonperiode, waarin de bevordering plaats vindt.
2. leeg
3. Bij bevordering van een werknemer naar een hogere salarisschaal houdt de werknemer ten minste het door hem opgebouwde
aantal periodieken. De werknemer schuift binnen de salarisschalen horizontaal door, tenzij het aantal periodieken verhoogd
moet worden omdat anders geen inschaling in de nieuwe salarisschaal kan plaatsvinden.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 19
4. Indien op hetzelfde moment als de bevordering een periodieke verhoging of leeftijdsverhoging van toepassing is, wordt deze
tegelijkertijd met de bevordering aan de werknemer toegekend.
5. In geval van een keuzebevordering naar een hoger functieniveau kan, in afwijking van hetgeen bepaald is in de leden 1 tot en
met 4 van dit artikel, eerst sprake zijn van een tijdelijke aanstelling van maximaal 6 maanden, waarna een beslissing volgt
omtrent effectuering van de bevordering of terugplaatsing. Gedurende deze tijdelijke aanstelling ontvangt de werknemer een
salaris gebaseerd op functiewaarneming (zie artikel 42).
Artikel 41 Loonsverhogingen
Op de eerste dag van de eerste loonperiode in 2009 worden zowel de salarisschalen als de feitelijke salarissen verhoogd met 3,25%.
Op de eerste dag van de eerste loonperiode in 2010 worden zowel de salarisschalen als de feitelijke salarissen verhoogd met 3%.
Artikel 42 Functiewaarneming
1. De werknemer die op verzoek van de werkgever een organiek bepaald soort functie waarneemt die in een hogere salarisschaal
is ingedeeld dan zijn eigen functie, ontvangt gedurende de hele tijd van waarneming per arbeidsuur een toeslag op zijn
basisuurloon. Deze toeslag wordt niet toegekend aan de werknemer bij wiens indiensttreding reeds met een waarneming in
een hogere functie is rekening gehouden.
2. Bij waarneming van organiek bepaalde functie, in een hogere salarisschaal, bedraagt de toeslag per basisuurloon het verschil
in basissalaris per uur tussen beide functies, bij een gelijk aantal periodieken.
3. De werknemer die tijdelijk geplaatst wordt in een functie, die in een lagere salarisschaal is ingedeeld, blijft in zijn oude
salarisschaal ingedeeld.
Artikel 43 Beloning bijzondere uren
1. Voor het verrichten van arbeid tijdens bijzondere uren moet op het basisuurloon over de gewerkte uren een toeslag worden
betaald overeenkomstig het volgende overzicht:
- 35%: tussen zaterdag 00.00 uur en zondag 24.00 uur;
- 20%: maandag tot en met vrijdag tussen 00.00 uur en 07.00 uur;
- 10%: maandag tot en met vrijdag tussen 18.00 uur en 24.00 uur;
- 100%: op oudejaarsdag na 16.00 uur.
2. Indien de werknemer een dienst aanvangt tussen 00.00 uur en 05.30 uur geldt voor deze werknemer een extra bruto-toeslag
van 35% van diens basissalaris over de gewerkte uren, gerekend tot 06.00 uur. Deze toeslag bedraagt minimaal 1 2,95 bruto
per uur.
Artikel 44 Beloning feestdagen
1. De werknemer die arbeid verricht op een feestdag heeft recht op een toeslag op het basisuurloon van 50%. Naast deze toeslag
blijft het eventuele recht op de toeslag van artikel 43 bestaan.
2. De werknemer die arbeid verricht op een feestdag op basis van een afroepcontract heeft recht op een toeslag van 100% op
het basisuurloon. De werknemer heeft in dat geval geen recht op de toeslag van artikel 43.
Artikel 45 Beloning overuren
De werknemer heeft over overuren (zie artikel 22) recht op een toeslag van 50% over het basisuurloon. Werkgever en werknemer
kunnen echter overeenkomen, dat overuren in vrije tijd worden gecompenseerd. In dat geval houdt de werknemer recht op de
toeslag. Zie ook art .. (Blauwe kaart).
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 20
Artikel 46 Beloning eerder vastgestelde roostervrije dagen
1. Indien de werknemer arbeid verricht op een voor hem, in een vast rooster, vastgestelde roostervrije dag of op een vastgestelde
adv-dag, heeft hij recht op een toeslag van 30% op het basisuurloon.
2. leeg
3. In geval de werkgever verzuimt de in hoofdstuk 3 van deze CAO voorgeschreven roostervrije dagen in het rooster op te
nemen en de werknemer verricht arbeid op meer dan 20 dagen in die loonperiode, dan heeft de werknemer recht op een
toeslag welke geldt voor werken op een eerder vastgestelde vrije dag op het basisuurloon voor alle dagen boven de 20. Ook
indien de werknemer de 8 roostervrije dagen feitelijk niet heeft genoten, heeft hij recht op deze toeslag.
4. Desgewenst kan de werknemer de gewerkte uren in vervangende vrije tijd opnemen met behoud van de toeslag. Het tijdstip
van opname van de vervangende vrije tijd wordt in overleg met de werkgever vastgesteld. Zie ook art 49A (Blauwe kaart).
Artikel 47 leeg
Artikel 48 Berekening toeslagen
De toeslagen van de artikelen 43 tot en met 47 moeten ook over delen van een uur worden uitbetaald en kunnen niet met elkaar
verrekend worden. De toeslagen moeten afzonderlijk berekend en daarna opgeteld worden.
Artikel 49 leeg
Artikel 49a Tijd voor tijd (Blauwe kaart)
1. Op verzoek van de werknemer kan de uitbetaling van diensten met een minimum van 4 uren, die verricht worden op
roostervrije dagen, dan wel aansluitend op een reeds verrichte dienst, worden vervangen door bijschrijving in vrije tijd op de
blauwe kaart.
2. In overleg met de werkgever kan de op de blauwe kaart geregistreerde vrije tijd worden opgenomen, waarbij doorbetaling van
het salaris plaatsvindt.
Artikel 49b Vereiste vaardigheden
Indien de werknemer diensten verricht waarbij de volgende diploma’s en/of vaardigheden worden vereist, gelden de volgende bruto
toeslagen per maand:
1. Een werknemer met een fulltime contract of parttime contract van minimaal 75% ontvangt voor het in bezit zijn van
één van de volgende geldige certificaten een bruto maandelijkse toeslag. Aan de medewerker die in bezit is van meerdere
geldige certificaten wordt uitsluitend de hoogste toeslag toegekend
a. een Apollo/El Al Combi certificaat (vanaf 1/5/90) 1 181,51
b. een Apollo certificaat (vóór 1/5/90) 1 34,03
c. een El Al (vóór 1/5/90) 1 34,03
d. een profile-Check certificaat 1 238,24
e. een HRF certificaat 1 272,27
f. een HBS/HRF certificaat 1 138,67
g. een HBS/HRF/CTX certificaat 1 181,51
2. Een werknemer met een parttime contract minder dan 75% of afroep contract ontvangt voor het in bezit zijn van één van
de volgende geldige certificaten een bruto toeslag per arbeidsuur. Aan de medewerker die in bezit is van meerdere geldige
certificaten wordt uitsluitend de hoogste toeslag toegekend
a. een Apollo/El Al Combi certificaat (vanaf 1/5/90) 1 1,04
b. eenApollo certificaat (vóór 1/5/90) 1 0,20
c. een El Al (vóór 1/5/90) 1 0,20
d. een profile-Check certificaat 1 1,37
e. een HRF certificaat 1 1,57
f. een HBS/HRF certificaat 1 0,80
g. een HBS/HRF/CTX certificaat 1 1,04
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 21
Voor de in dit lid genoemde vergoedingen geldt een maximum bedrag per maand dat gelijk is aan de in lid 1 genoemde
bedragen.
3. De toeslagen zoals vermeld in lid 1 en 2 komen te vervallen indien:
a. Werknemer verzoekt niet (meer) ingezet te worden voor taken waarvoor onder lid 1 en 2 genoemd certificaten vereist zijn.
b. Werkgever besluit werknemer niet (meer) in te zetten voor taken waarvoor onder lid 1 en lid 2 genoemde certificaten
vereist zijn.
Werkgever kan hiertoe besluiten op grond van:
- Algemeen functioneren
- Professionaliteit/kwaliteit
- Aanwijzingen van de opdrachtgever
Een dergelijk besluit zal door de werkgever schriftelijk en met een reden omkleed aan de werknemer worden medegedeeld.
4. Een werknemer met een Afroepcontract, die in het bezit is van een der onder lid 1 genoemde certificaten, is verplicht één der
onder lid 1 en lid 2 vermelde taken gedurende minimaal twee diensten per week gemiddeld uit te voeren. Indien hier niet aan
voldaan wordtvoldaan vervalt de onder lid 2 vermelde toeslag.
Artikel 50 Afbouwregeling
1. Voor de werknemer in een vast rooster of met een andere vaste inkomensstructuur wordt een afbouwregeling getroffen voor
beloningselementen indien door de werkgever, buiten de schuld van de werknemer om, de functie of de roosters danwel de
tijden waarop de arbeid wordt verricht, worden gewijzigd.
2. De volgende beloningselementen komen voor de afbouw in aanmerking:
- bijzondere uren (artikel 43);
- structureel overwerk;
- vereiste vaardigheden (artikel 47)
3. Voor de bepaling van de afbouwregeling worden de voor de afbouw in aanmerking komende bedragen bij elkaar opgeteld
en als 1 bedrag buiten het salaris gebracht. De afbouw vindt vervolgens plaats per loonperiode.
4. De afbouwregeling gaat in, indien het bruto-verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen groter is dan 1 24,58 bruto per
loonperiode en nadat de hogere vaste inkomensstructuur ten minste 12 loonperioden voorafgaand aan de verandering heeft
bestaan.
5. Indien voldaan is aan de hierboven genoemde voorwaarden geldt de navolgende afbouw:
Bij ingang van de eerste wijziging direct 1 24,58 bruto en het restant conform het navolgende schema:
duur van de beloning zoals bedoeld in lid 1: aantal afbouwperioden:
na 1 jaar 6 perioden
van 2 tot 4 jaar 9 perioden
4 jaar en langer 12 perioden
6. Indien gedurende de periode van de afbouw het inkomen wordt verhoogd anders dan door loonindexering in verband met
de prijscompensatie, wordt de verhoging in mindering gebracht op het af te bouwen bedrag.
Artikel 50a Persoonlijke toeslag
1. Met ingang van 1 januari 2009 is de vakantietoeslag en maaltijdvergoeding gelijk aan de vakantietoeslag en maaltijdvergoeding
uit de CAO PB. Medewerkers die op 31 december 2008 in dienst van G4S AS zijn ontvangen een persoonlijke toeslag ter
compensatie van verschillen die door deze harmonisatie zijn ontstaan.
2. De hoogte van de persoonlijke toeslag wordt als volgt vastgesteld.
a. Ten aanzien van verschil in vakantietoeslag: 0,2% van de grondslag van de vakantietoeslag vanaf 1 januari 2009
b. Ten aanzien van verschil in maaltijdvergoeding: 68% van de aan de medewerker betaalde vergoeding over de referteperiode
van 1 november 2007 tot en met 31 oktober 2008. De toeslag wordt vanaf 2010 jaarlijks met ingang van loonperiode 3
geïndexeerd op basis van het CBS prijsindexcijfer werknemersgezinnen afgeleid.
3. De toeslag wordt schriftelijk aan de medewerkers bevestigd, deze bevestiging maakt deel uit van de individuele
arbeidsovereenkomst.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 22
Hoofdstuk 5 Vergoedingen
Artikel 51a Reiskostenvergoeding tot en met 31 december 2008
1. Reiskosten, die worden gemaakt voor het dagelijks leven heen en weer reizen tussen woon- en werkplaats, worden per maand
achteraf vergoed op basis van een maandabonnement openbaar vervoer ( 2e klasse) interlokaal tegen de geldende tarieven.
De jaarlijkse verhoging wordt gebaseerd op de alsdan door te voeren tariefsverhoging Openbaar Vervoer (2e klasse).
2. Het traject dat voor vergoeding in aanmerking komt, mag, indien aangetoond, gebaseerd zijn op de kortste reisduur.
3. Het reizen per openbaar vervoer dient zoveel mogelijk plaats te vinden met behulp van maandabonnementen.
4. Uitbetaling van de in dit artikel genoemde reiskostenvergoeding geschiedt met inachtname van de regels, die de belastingwet
hieraan stelt. Dit betekent dat de in dit artikel genoemde vergoedingen, afhankelijk van die regels, netto en/of bruto worden
uitbetaald.
De reiskosten- en reistijdenvergoeding wordt bepaald aan de hand van het reiskostenprogramma TriOpSys dat in opdracht van
CAO-partijen ontwikkeld heeft (zie websites CAO-partijen). Het systeem geldt niet voor woon-werk-woon verkeer.
5. Indien de werknemer op eigen initiatief en zonder toestemming van de werkgever gaat verhuizen naar een andere woonplaats
dan hij woonde ten tijde van het afsluiten van de eerst arbeidsovereenkomst, zal de werkgever niet verplicht zijn het meerdere
aan reiskosten uit te betalen.
Indien de werkgever de toestemming onthoudt, zal de hoogte van de reiskostenvergoeding telkens worden vastgesteld vanuit
de oude woonplaats van de werknemer, waarna de aldus vastgestelde vergoeding, conform de regels van de belastingwetgeving
(waarbij wordt uitgegaan van de werkelijke woonplaats), aan de werknemer wordt uitbetaald. Op enig moment dat de werk -
gever dit bedrijfseconomisch noodzakelijk acht, kan de werkgever alsnog bepalen dat de nieuwe woonplaats als uitgangspunt
voor de reiskostenvergoeding zal gelden.
6. Vergoeding vindt plaats op één van de twee volgende wijzen:
a. per maand, op basis van 94,25% van de kosten van het maandabonnement, ongeacht of de werknemer werkt of vakantie
geniet.
b. per opkomst, op grond van de formule 1/21.75 maal de kosten van het maandabonnement.
7. Ingeval van ziekte, wordt, indien de ziekte in de eerstvolgende loonperiode nadat de ziekteperiode is aangevangen, langer duurt
dan 5 dagen, de reiskostenvergoeding stopgezet. Indien reeds een maandabonnement gekocht is, kan na overlegging van het
origineel, alsnog vergoeding plaatsvinden.
8. De extra reiskosten welke gemaakt worden ten behoeven van het bezoek aan de ARBO arts, worden vergoed op declaratie -
basis, Openbaar vervoer (2e klasse) interlokaal tegen de geldende tarieven. Nadat art. 51A.7 van toepassing is verklaard,
worden bij bezoek aan de ARBO arts de werkelijke kosten vergoed op declaratiebasis, Openbaar Vervoer (2e klasse) interlokaal
tegen de geldende tarieven.
9. Een extra reiskostenvergoeding van 1 2,36 per dienst wordt betaald indien de werknemer op een roostervrije dag een extra
dienst verricht, die niet op de blauwe kaart wordt bijgeschreven.
Artikel 51b Reistijdenvergoeding tot en met 31 december 2008
1. Wanneer de werknemer op een ander dan het voor hem gebruikelijke object diensten moet verrichten en de afstand tussen
zijn woning en het object meer bedraagt dan 40 kilometer, vindt er een reistijdenvergoeding plaats.
2. De reiskosten- en reistijdenvergoeding wordt bepaald aan de hand van het reiskostenprogramma TriOpSys dat in opdracht
van CAO-partijen ontwikkeld heeft (zie websites CAO-partijen). Het systeem geldt niet voor woon-werk-woon verkeer.
3. Uitbetaling van de in dit artikel genoemde reiskostenvergoeding geschiedt met in achtneming van de regels die de
belastingwetgeving hieraan stelt. Dit betekent dat de in dit artikel genoemde vergoedingen afhankelijk van die regels netto en/of
bruto worden uitbetaald.
4. Indien de werknemer op eigen initiatief en zonder toestemming van de werkgever gaat verhuizen naar een andere woonplaats
dan hij woonde ten tijde van het afsluiten van de eerste arbeidsovereenkomst, zal de werkgever niet verplicht zijn het meerdere
aan reistijdenvergoeding uit te betalen.
Indien de werkgever de toestemming onthoudt, zal de hoogte van de reistijdenvergoeding telkens worden vastgesteld vanuit
de oude woonplaats van de werknemer, waarna de aldus vastgestelde vergoeding aan de werknemer wordt uitbetaald.
Op enig moment dat de werkgever dit bedrijfseconomisch noodzakelijk acht, kan de werkgever alsnog bepalen dat de nieuwe
woonplaats als uitgangspunt voor de reistijdenvergoeding zal gelden.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 23
Artikel 51 Reisvergoeding vanaf 1 januari 2009
1. De CAO-partijen streven ernaar om het woon-werk verkeer zoveel mogelijk te beperken.
2. De reisvergoeding wordt bepaald aan de hand van het aantal kilometers dat volgt uit het reiskostenprogramma dat TriOpSys
ontwikkeld heeft (zie www.sfpb.nl).
3. De systematiek van de regeling staat in bijlage 9.
4. Alle berekende afstanden worden afgerond op hele kilometers.
5. De werknemer die binnen de contractueel overeengekomen arbeidstijd in 1 dienst werkzaamheden verricht op 2 of meer
locaties, heeft recht op een reisvergoeding van 1 0,27 per kilometer, gebaseerd op de enkele reisafstand tussen die locaties.
6. De werknemer heeft recht op een reisvergoeding voor het woon-werk en werk-woonverkeer. Deze vergoeding bedraagt
per reisbeweging:
Vanaf loonperiode 1 2009 vanaf 9 km 1 0,15 per km
Vanaf loonperiode 7 2009 vanaf 9 km 1 0,16 per km
Vanaf loonperiode 1 2010 vanaf 9 km 1 0,17 per km
Vanaf loonperiode 6 2010 vanaf 9 km 1 0,18 per km
Indien de werknemer voor het woon-werkverkeer gebruik maakt van het openbaar vervoer, zal de werkgever de werknemer
op diens verzoek de werkelijke reiskosten openbaar vervoer (2e klas) tegen overlegging van de vervoersbewijzen vergoeden.
In dit geval vervalt de reisvergoeding van dit artikel. De werknemer moet voor de toepassing van dit artikel zoveel mogelijk
reizen op basis van abonnementen openbaar vervoer.
7 . De werknemer die op een ander dan het voor hem gebruikelijke object diensten moet verrichten en de afstand tussen zijn
woning en het object meer bedraagt dan 40 kilometer ontvangt per reisbeweging voor zowel reizen met eigen vervoer als
met openbaar vervoer een aanvullende bruto reisvergoeding. Deze vergoeding bedraagt per reisbeweging:
In 2008:
- 41 tot en met 45 km : 1 0,84
- 46 km en hoger : 1 0,156108 per km verminderd met 1 6,244321
In 2009 en in 2010:
- Vanaf 41 km : 1 0,16 per km voor elke km boven de 40
8 De reisvergoeding wordt bij een gebroken dienst als volgt bepaald. Voor de vergoeding voor woon-werk worden de
afzonderlijke woon-werk afstanden van elk dienstdeel bij elkaar opgeteld. Voor de vergoeding voor werk-woon worden de
afzonderlijke werk-woon afstanden van elk dienstdeel bij elkaar opgeteld.
9. De werkgever vergoedt de reiskosten voor het bezoek van een werknemer aan een Arbo-dienst of reïntegratiebedrijf conform
de leden 6 en 7 van dit artikel met dien verstande dat de drempel niet van toepassing is.
10. De werkgever vergoedt de onkosten voor tolheffingen, veerpont e.d., indien het reiskostenprogramma de route langs die weg
berekent en de werknemer deze op een juiste wijze declareert.
11. De werknemer kan zijn parkeerkosten declareren in de volgende gevallen:
- indien er binnen een straal van 1,5 kilometer van de plaats waar de beveiliger zijn werkzaamheden uitvoert, geen onbetaalde
parkeerplaatsen zijn én
- indien in het gebied binnen diezelfde straal van 1,5 kilometer geen openbaar vervoer is. Er is sprake van openbaar vervoer
indien via de website www.9292ov.nl blijkt dat binnen diezelfde straal van 1,5 kilometer minimaal eens per uur een van de
volgende vormen van openbaar vervoer aankomt en vertrekt: bus, trein, metro, tram, interliner, Q-liner, lijntaxi en veerboot.
12. Indien de werknemer op eigen initiatief en zonder toestemming van de werkgever verhuist naar een andere woonplaats, dan
waar hij woonde tijdens van het afsluiten van de arbeidsovereenkomst, is de werkgever niet verplicht een hogere reisvergoeding
te betalen. Indien de werkgever de toestemming niet geeft, zal de hoogte van de reisvergoeding telkens worden vastgesteld
vanuit de oude woonplaats van de werknemer. De aldus vastgestelde vergoedingen worden overeenkomstig de regels van de
belastingwetgeving uitgekeerd. Dat wil zeggen, dat daarbij wordt uitgegaan van de werkelijke woonplaats.
13. Indien de werkgever het bedrijfseconomisch noodzakelijk acht, kan hij bepalen dat de nieuwe woonplaats het uitgangspunt voor
de reisvergoeding is.
14 Uitbetaling van de in dit artikel genoemde reisvergoedingen geschiedt met inachtneming van de regels die de
belastingwetgeving hieraan stelt. Dit betekent dat de in dit artikel genoemde vergoedingen afhankelijk van die regels netto en/of
bruto worden uitbetaald. Om werkgevers de mogelijkheid te geven gebruik te maken van het fiscaal maximum, is het
toegestaan de vergoedingen van lid 6, 7, 10 en 11 te salderen. Dit kan per dienst, loonperiode of per jaar.
15. Fiscaal bovenmatige vergoedingen voor de categorie woon-werk verkeer en werk-woon verkeer, respectievelijk dienstreizen
worden in het kalenderjaar gesaldeerd.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 24
Artikel 52 Maaltijdvergoeding
1. Indien de dienst voor 14.00 uur aanvangt en tevens na 18.30 eindigt, ontvangt de werknemer een maaltijdvergoeding van
1 5,51 netto.
2. Indien de werknemer een dienst verricht waarbij de 10 uur wordt overschreden, ontvangt de werknemer een maaltijd -
vergoeding van 1 5,51 netto.
Vanaf 1 januari 2009 geldt het volgende:
De werknemer heeft op declaratiebasis recht op een maaltijdvergoeding van maximaal 1 8,09:
- indien de dienst aanvangt voor 13.00 uur en eindigt na 19.00 uur, of
- indien na aanvang van de dienst blijkt, dat deze ten minste 2 uur langer is dan was vastgesteld.
De vergoeding wordt jaarlijks met ingang van loonperiode 3 van enig jaar geïndexeerd op basis van het CBS prijsindexcijfer
werknemersgezinnen afgeleid. Voor 2009 wordt de vergoeding met terugwerkende kracht geïndexeerd vanaf loonperiode 1.
Er wordt rekening gehouden met de maximale fiscale mogelijkheden.
Artikel 53 Vergoeding voor beschikbaarheid tijdens pauze
1. De werknemer met de functie mobiele surveillant of winkelsurveillant die blijkens zijn rooster tijdens de niet betaalde pauze
beschikbaar moet zijn, heeft recht op een vaste toeslag van 1 0,29 per half uur. Deze toeslag wordt jaarlijks met ingang van
loonperiode 3 geïndexeerd op basis van het CBS prijsindexcijfer werknemersgezinnen afgeleid. Voor 2009 wordt de vergoeding
met terugwerkende kracht geïndexeerd vanaf loonperiode 1.
2. Indien de in lid 1 bedoelde werknemer tijdens de pauze werkelijk werkzaamheden moet verrichten, zal de pauzetijd worden
verschoven. Indien de pauze vervalt, wordt de pauzetijd beschouwd als arbeidstijd.
Artikel 54 Consignatievergoeding
1. De werknemer aan wie een consignatie zoals bedoeld in artikel 31 is opgelegd, heeft recht op een consignatievergoeding van:
- 1 0,56 per uur;
- 1 0,71 per uur tussen zaterdag 00.00 uur en zondag 24.00 uur;
- 1 1,01 per uur op feestdagen.
De werknemer heeft met ingang van loonperiode 1 2009 recht op een consignatievergoeding van:
- 1 0,75 per uur;
- 1 1,50 per uur tussen zaterdag 00.00 uur en zondag 24.00 uur en feestdagen;
De werknemer heeft met ingang van loonperiode 1 2010 recht op een consignatievergoeding van:
- 1 1,- per uur;
- 1 2,- per uur tussen zaterdag 00.00 uur en zondag 24.00 uur en feestdagen;
2. Bij een daadwerkelijke oproep worden de gewerkte uren naast de consignatievergoeding betaald met een minimum van 3 uur
ook al vallen deze samen met een reeds aangezegde dienst. Dit lid is niet van toepassing in geval van artikel 59 lid 3 van de
CAO.
3. De werknemer die anders dan in consignatie bereikbaar moet zijn om telefonisch opvolging te kunnen geven in het kader van
te nemen actie, heeft recht op een vergoeding van 1 30,12 (bruto) per loonperiode. Met ingang van loonperiode 1 2009
heeft de werknemer recht op een vergoeding van 1 43,33 (bruto) per loonperiode en met ingang van loonperiode 1 2010
1 54,17(bruto) per loonperiode.
4. Deze vergoeding wordt jaarlijks (voor het eerst in 2011) met ingang van loonperiode 3 geïndexeerd op basis van het CBS
prijsindexcijfer werknemersgezinnen afgeleid.
Artikel 55 Hondenvergoeding
1. De werknemer die beveiligingsdiensten moet verrichten met een hond ontvangt een bruto toeslag van 1 86,67 per
loonperiode.
2. De werkgever verstrekt daarnaast een vergoeding van 1 108,33 netto per loonperiode voor alle kosten waar onder aanschaf
van de hond, huisvesting, voer, dierenarts, verzorgingsmiddelen, trainingsmateriaal en lidmaatschappen. Deze vergoeding bedraagt
1 65,00 per loonperiode als de werkgever eigenaar is van de hond. Op verzoek van de belastingdienst moeten de kosten
aannemelijk worden gemaakt door de werknemer.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 25
3. De werkgever kan ervoor kiezen de in lid 2 genoemde netto kostenvergoeding te laten vervallen. De werknemer heeft dan
recht op een vergoeding op declaratiebasis voor het werken met de hond tegen inlevering van BTW- bonnen voor alle kosten.
4 De parttime werknemer ontvangt de in lid 1 en 2 genoemde vergoeding naar rato.
5. Indien de werknemer extra kosten moet maken voor het vervoer van de hond, worden deze kosten door de werkgever op
declaratiebasis vergoed tot het maximaal fiscaal toegestane.
6. De werkgever moet op verzoek van werknemers die met een hond diensten verrichten trainingsfaciliteiten in de nabijheid
van hun woonplaats regelen.
7. De opleidingstijd van de voor de functie-uitoefening noodzakelijke en verplichte trainingen gelden als arbeidsuren.
8. De kosten van de voor de functie-uitoefening noodzakelijke trainingen worden vergoed.
10. Werkgever vergoedt de kosten van schade en/of letsel tijdens werktijd en/of woon-werkverkeer volledig.
11. Werkgever verstrekt een lening voor aanschaf van de hond waarmee de beveiligingsdiensten worden verricht met een
terugbetalingstermijn van 8 jaar.
12. Bij vroegtijdig overlijden van de hond neemt de werkgever de resterende lening van de werknemer over.
13. De in dit artikel genoemde toeslagen worden jaarlijks met ingang van loonperiode 3 (voor het eerst in 2010) geïndexeerd
conform het prijsindexcijfer voor werknemersgezinnen afgeleid.
14. Bij beëindiging van beveiligingswerk met de hond is op de brutotoeslag in lid 1 de afbouwregeling van artikel 50 van toepassing.
Artikel 56 Stomerijvergoeding
De werknemer heeft ten minste 1 keer per 4 weken recht op een vergoeding op declaratiebasis van de kosten van het chemisch
reinigen van zijn uniformkleding.
Artikel 57 Verblijfskosten
Indien er sprake is van een overnachting in opdracht van de werkgever, worden de verblijfskosten, inclusief maaltijden, door de
werkgever vergoed.
Artikel 58 Jubileumvergoeding
1. De werkgever verstrekt aan de werknemer die een respectievelijk 25-jarig en/of 40-jarig dienstverband bij de werkgever heeft,
een jubileumvergoeding.
2. De jubileumvergoeding bedraagt bij een 25-jarig dienstverband minimaal een half periodesalaris en bij een 40-jarig dienst -
verband minimaal één periodesalaris. Het bruto periodesalaris wordt netto uitgekeerd zolang en voor zover de fiscale regeling
dat toelaat.
3. De jubileumvergoeding wordt verstrekt naast het in die loonperiode verschuldigde loon.
4. Bij contractswisseling worden voor de bepaling van de jubileumvergoeding de van toepassing zijnde dienstjaren bij de vorige
werkgever meegenomen naar de nieuwe werkgever.
5. Werkgevers die reeds een andere regeling kennen, kunnen op verzoek dispensatie krijgen mits de bestaande regeling materieel
ten minste overeenkomt met deze CAO-verplichting.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 26
Hoofdstuk 6 Opleidingen
Artikel 59 Verplichting tot opleiding
1. De werkgever is ervoor verantwoordelijk de werknemer een opleiding te geven, zodat deze in staat is zijn (toekomstige) functie
uit te oefenen.
2. De werknemer is verplicht de opleidingen te volgen die de werkgever noodzakelijk acht op grond van wettelijke eisen of om
zijn (toekomstige) functie goed te kunnen uitoefenen. De werknemer is verplicht deze opleidingen te volgen aan het instituut,
dat de werkgever aanwijst. Hij moet de instructies van dat instituut nauwkeurig opvolgen en de werkgever periodiek op de
hoogte houden van de resultaten.
3. Het volgen van verplichte opleidingen is gelijk aan arbeid.
Artikel 60 Vrijwillige opleiding
Indien de werkgever daarmee schriftelijk instemt, kan de werknemer op eigen verzoek een bedrijfs- of bedrijfstakopleiding volgen.
Indien de werkgever niet akkoord gaat met een dergelijk verzoek, zal hij de afwijzing schriftelijk motiveren.
Artikel 61 Studieovereenkomst en studiekosten
1. Individuele afspraken over het volgen van opleidingen, zoals bedoeld in artikel 60, en de daaraan gepaard gaande kosten moeten
in een schriftelijke studieovereenkomst vastgelegd worden.
2. De kosten van inschrijfgeld, lesgeld en examengeld voor een opleiding, zoals bedoeld in artikel 59 lid 2, worden door de werk -
gever betaald, tenzij deze op andere wijze worden vergoed. De aan de opleiding verbonden kosten komen slechts 1 maal voor
rekening van de werkgever.
3. De reiskosten voor een opleiding, zoals bedoeld in artikel 59 lid 2 worden vergoed volgens artikel 51.
Artikel 62 Terugbetaling studiekosten
1. De werknemer moet de kosten, zoals bedoeld in artikel 61 lid 2 aan de werkgever terugbetalen, indien de arbeidsovereen -
komst op zijn initiatief wordt beëindigd binnen de periode, vanaf de start van de opleiding tot 1 jaar na het behalen van het
diploma.
De terugbetalingsverplichting bestaat ook, wanneer de arbeidsovereenkomst door de werkgever wegens een door de
werknemer veroorzaakte dringende reden (artikel 7: 678 BW) wordt beëindigd, of wanneer de arbeidsovereenkomst door
de kantonrechter wegens een door de werknemer veroorzaakte gewichtige reden (artikel 7: 685 BW) wordt ontbonden.
2. De werknemer moet de helft van de kosten, zoals bedoeld in artikel 61 lid 2 aan de werkgever terugbetalen, indien de
beëindiging, zoals bedoeld in het 1e lid van dit artikel, later dan na 1 jaar na het behalen van het diploma plaats vindt. Na het
verstrijken van 2 jaar na het behalen van het diploma is geen terugbetaling meer verschuldigd.
3. De leden 1 en 2 van dit artikel zijn niet van toepassing, indien het dienstverband buiten de schuld van de werknemer beëindigd
moet worden. In dat geval is geen terugbetaling verschuldigd.
Artikel 63 EHBO/BHV
1. Werknemers die op 1 januari 2003 in het bezit zijn van een EHBO- of BHV-diploma zullen in de gelegenheid gesteld worden
hun diploma in stand te houden. De benodigde tijd voor het volgen van deze cursus en/of herhalingslessen is gelijk aan arbeid.
De kosten van inschrijfgeld, lesgeld en examengeld en reiskosten voor deze cursus en/of herhalingslessen worden door de
werkgever betaald, tenzij deze op andere wijze worden vergoed.
2. Werknemers kunnen door de werkgever verplicht worden gesteld een EHBO- of BHV-diploma te halen. Artikel 59 lid 3 en
61 lid 2 en 3 zijn dan van toepassing.
3. Werknemers die vrijwillig het EHBO-diploma willen behalen en geldig willen houden worden hiervoor door de werkgever in
de gelegenheid gesteld. De kosten zoals bedoeld in artikel 58 lid 2 worden vergoed door de werkgever. Artikel 59 lid 3 is niet
van toepassing. Het volgen van de opleiding wordt niet gezien als arbeidstijd. De werkgever zal wel zoveel als mogelijk rekening
houden met het inplannen van de werknemer.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 27
Hoofdstuk 7 Vakantie, vakantietoeslag en buitengewoon verlof
Artikel 64 Vakantierecht
1. De werknemer heeft per vakantiejaar een wettelijke aanspraak op vakantie van 4 maal de overeengekomen arbeidsduur per
week. Bovendien heeft de werknemer per vakantiejaar een bovenwettelijke aanspraak op vakantie.
2. De aanspraak van de werknemer met een fulltime arbeidscontract bedraagt in totaal 200 uur of 25 dagen per jaar. Dit betekent
dat per loonperiode 2,08 vakantiedagen of 16,67 vakantieuren worden opgebouwd.
3. De werknemer die arbeid verricht op basis van een parttime contract heeft een vakantieaanspraak overeenkomstig de
arbeidsuren per loonperiode. Het vakantierecht wordt opgebouwd over maximaal 173,33 arbeidsuren per loonperiode.
4. Voor de werknemer met een afroepcontract wordt het recht op vakantiedagen per loonperiode omgezet in een geldelijke
uitkering. Deze uitkering bedraagt 9,62% van het voor hem geldende basisuurloon en de daarop van toepassing zijnde toeslag
bijzondere uren.
5. De werknemer met een fulltime contract heeft bij iedere feestdag die valt op een doordeweekse dag recht op een extra
vakantietegoed van 8 uur. Artikel 65 lid 7 kan van toepassing zijn.
6 De werknemer met een parttime contract heeft bij iedere feestdag die valt op een doordeweekse dag;
- als er op de feestdag arbeid wordt verricht recht op een extra vakantietegoed van het aantal werkelijk gewerkte uren, met
een maximum van 8 uur.
- als er op de feestdag geen arbeid wordt verricht recht op een extra vakantietegoed van het aantal uren zoals vastgesteld in
het rooster, met een maximum van 8 uur.
- als deze feestdag samenvalt met een roostervrije dag recht op een extra vakantietegoed van 20% van de overeengekomen
arbeidstijd per week.
Artikel 65 lid 7 kan van toepassing zijn.
7. Voor iedere periode van 5 onafgebroken dienstjaren bij dezelfde werkgever heeft de werknemer recht op 1 extra vakantiedag.
Alle onafgebroken dienstjaren in de beveiligingsbranche gerekend vanaf 1 januari 2007 tellen mee voor de bepaling van het
recht op extra vakantiedagen. Voor de vaststelling hiervan is 1 januari van ieder jaar de peildatum. Het aantal dagen wordt
vastgesteld volgens onderstaande tabel:
aantal onafgebroken dienstjaren
in de beveiligingsbranche aantal extra vakantiedagen per jaar
5 t/m 9 1
10 t/m 14 2
15 t/m 19 3
20 t/m 24 4
25 t/m 29 5
30 t/m 34 6
35 t/m 39 7
40 of meer 8
Artikel 65 Vaststellen vakantiedagen
1. De werkgever stelt de vakantiedagen en -duur vast na overleg met de werknemer, rekening houdend met het bedrijfsbelang
én zoveel mogelijk in overeenstemming met de wens van de werknemer.
2. De werkgever kent de aangevraagde vakantiedagen schriftelijk toe of wijst deze schriftelijk af. De werkgever kan een toekenning
niet herroepen.
3. De werknemer heeft recht op 3 weken aaneengesloten vakantie. De werknemer moet ten minste 2 weken aaneengesloten
vakantie opnemen. De werknemer mag meer dan 3 weken aaneengesloten vakantie opnemen mits deze vakantie wordt
opgenomen in de periode van 1 januari t/m 30 april van enig jaar of van 1 november t/m 31 december.
3a. G4S introduceert in 2009 een overgangsregeling bij het toekennen van verlof. De overgangsregeling houdt in dat
a. het verlofjaarplan wordt gehanteerd voor de periode van 1 februari 2009 tot en met 31 januari 2010;
b. verlof (binnen een team) wordt toegekend op grond van senioriteit (d.w.z. datum indiensttreding zoals met de medewerker
is vastgelegd in zijn arbeidsovereenkomst);
c. een puntensysteem wordt geïntroduceerd zodat er in 2010 bij het verdelen van verlof rekening gehouden kan worden met
de opgebouwde punten en senioriteit als tweede criterium.
d. voor het verlofjaarplan 2009 de medewerkers die het langs in dienst zijn in principe voorrang krijgen voor het zomerverlof.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 28
De medewerkers die hierdoor niet in aanmerking komen voor het zomerverlof bouwen echter een punt op waardoor zij
volgend jaar met prioriteit in aanmerking komen voor het zomerverlof.
e. indien er binnen het team in 2008 afspraken gemaakt zijn over het verlof van 2009 dan kan het team het criterium
senioriteit opzij zetten en besluiten om het verlof conform de gemaakte afspraak te verdelen. Uiteraard geldt hierbij dat
medewerkers die in de zomer van 2009 verlof hebben geen punten toegewezen krijgen.
f. Medewerkers die er bewust voor kiezen om in een bepaald jaar geen verlof in de periode van 1 mei t/m 31 oktober op
te nemen, zodat zij er één of twee zomers daarna zeker van kunnen zijn dat ze op vakantie kunnen, toch in gelegenheid
gesteld kunnen worden om punten op te bouwen. Vraagt deze medewerker zijn verlof (minimaal twee weken) buiten de
zomerperiode aan, krijgt hij alsnog een punt toegewezen die hij mee kan nemen naar volgend jaar.
3b. Het puntensysteem voorziet erin dat medewerkers die niet in de door hen gewenste periode op vakantie kunnen, punten
toegekend krijgen. Medewerkers waarvan het verlof in de gewenste periode wordt toegekend, krijgen geen punt. Alle
opgebouwde punten worden meegenomen naar het volgende jaar. Bij de toekenning van het verlof in het volgende jaar,
bepaald het aantal punten dat is opgebouwd de prioriteit bij het toekennen van verlof. De spelregels van het toekennen van
punten zijn als volgt:
a. Het in overleg met betrokkene aanpassen van de aanvangsdatum en/of de lengte van de periode wordt beschouwd als
honorering van de aanvraag.
b. Indien een aanvraag gehonoreerd is, ook als het gaat om het alternatief zoals benoemd onder punt 9.a, wordt of blijft het
puntensaldo nul.
c. Bij een afgewezen aanvraag wordt één punt toegekend.
d. Indien geen aanvraag wordt in gediend wordt er ook geen punt toegekend.
e. Een medewerker kan per verlofjaarplan maximaal één punt toegewezen krijgen.
f. De toewijzing van de punten geldt voor een afgewezen aanvraag die geheel of gedeeltelijk valt binnen de periode van
01 mei t/m 31 oktober.
g. Indien een medewerker verlof aanvraagt en dit toegewezen krijgt, maar het verlof valt volledig buiten de periode 01 mei
t/m 31 oktober, dan krijgt de medewerker een punt voor het zomerverlof voor het daaropvolgende jaar toegewezen.
h. Indien een medewerker verlof krijgt toegekend in de periode 01 mei t/m 31 oktober en het totaal aantal verlofdagen in
deze periode is minder dan 14 dagen dan krijgt hij een punt.
i. Het zo opgebouwde puntensaldo wordt meegenomen in de vakantieregeling voor 2010.
3c. In de overgangsregeling worden meerdaagse verlofaanvragen, die moeten worden ingediend voor het opstellen van het
verlofjaarplan, conform het volgende tijdschema behandeld:
a. Inleveren verlofwens t/m 31 oktober 2008
b. Bekendmaken verloftoekenning uiterlijk 30 november 2008
4. Indien de werknemer een losstaande vakantiedag heeft aangevraagd, moet de werkgever deze binnen 7 dagen schriftelijk en
gemotiveerd uitsluitsel geven. Indien de werknemer na 7 dagen geen antwoord van de werkgever op zijn aanvraag heeft
ontvangen, wordt de aanvraag geacht te zijn toegekend.
5. Indien de werknemer buiten het verlofjaarplan een meerdaagse vakantie heeft aangevraagd, moet de werkgever deze binnen
1 maand schriftelijk en gemotiveerd uitsluitsel geven. Indien de werknemer na 1 maand geen antwoord van de werkgever op
zijn aanvraag heeft ontvangen, wordt de aanvraag geacht te zijn toegekend.
6. leeg
7. Bij de werknemer met een fulltime of parttime contract die op een doordeweekse feestdag geen arbeid verricht en niet
roostervrij is, zal deze feestdag worden aangemerkt als vakantiedag.
8. De werkgever moet de werknemer in staat stellen vakantie overeenkomstig zijn recht op te nemen. De werknemer zal zich
inspannen de vakantierechten zoveel mogelijk binnen 1 kalenderjaar op te nemen.
9. De werkgever houdt een registratie bij van de opgebouwde en opgenomen vakantiedagen van de werknemer.
Artikel 66 Loon tijdens vakantie
1. De werknemer heeft gedurende zijn vakantie recht op doorbetaling van zijn vakantieloon en vaste toeslagen.
2. Indien de werknemer bij beëindiging van het dienstverband nog vakantierechten heeft, heeft hij recht op uitbetaling daarvan.
De waarde van de vakantierechten wordt bepaald aan de hand van de definitie van het vakantieloon. Bij aanvang, respectievelijk
beëindiging van het dienstverband in de loop van het kalenderjaar, wordt de vakantieduur naar evenredigheid vastgesteld,
afgerond op hele dagen in het voordeel van de werknemer.
3. Uitbetaling van vakantiedagen tijdens de duur van het dienstverband is niet toegestaan met uitzondering van de situatie van
zoals bepaald in artikel 64 lid 4 en artikel 8 lid 2.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 29
Artikel 67 Vakantietoeslag
1. De werknemer heeft uiterlijk in de maand juni recht op een vakantietoeslag van 8,2%. Deze wordt berekend over de volgende
in het vakantiejaar verdiende salarisbestanddelen:
- basissalaris;
- meeruren;
- toeslag bijzondere uren inclusief de toeslag in het vakantieloon en de toeslag in het ziektegeld;
- feestdagentoeslag;
- structureel overwerk (inclusief overwerktoeslag);
- overige vaste toeslagen.
2. De vakantietoeslag uit lid 1 van dit artikel is vanaf 1 januari 2009 8,0%.
3. De werknemer heeft recht op uitbetaling van de vakantietoeslag die resteert bij beëindiging van het dienstverband.
Artikel 68 Buitengewoon verlof en kort verzuim
1. Dit artikel is van toepassing op de werknemer met een fulltime of parttime contract.
2. In bijlage 7 van de CAO staat een korte samenvatting van de Wet Arbeid en Zorg. Naast deze wet heeft de werknemer recht
op doorbetaling van het loon bij verzuim in de in lid 4 genoemde gevallen. Onder loon wordt hier mede verstaan vakantieloon.
3. Het recht op verzuim bestaat alleen, indien het verzuim niet anders dan in werktijd mogelijk is. De werknemer moet dit verzuim
tijdig aan de werkgever meedelen.
4. De in lid 2 bedoelde gevallen zijn:
A bij overlijden van familieleden
- het aantal dagen van de dag van overlijden t/m de dag van de begrafenis/crematie, bij het overlijden van de
echtgeno(o)t(e), zijn levenspartner of van een tot het gezin behorend kind, pleegkind of stiefkind van de werknemer;
- het aantal dagen van de dag van overlijden t/m de dag van de begrafenis/crematie bij het overlijden van 1 der
(schoon)ouders of een niet tot het gezin behorend kind, pleegkind of stiefkind van de werknemer, indien deze zorg
draagt voor alles dat met de begrafenis/crematie van doen heeft;
- 2 dagen bij het overlijden van 1 van de (schoon)ouders of een niet tot het gezin behorend kind, pleegkind of stiefkind
van de werknemer;
- 1 dag op de dag van de begrafenis/crematie van (over)grootouders, (over)grootouders van de echtgeno(o)t(e),
kleinkinderen, broers, zusters, schoonzoons, schoondochters, zwagers en schoonzusters.
B bij periode van rouw
De werknemer heeft de mogelijkheid tot verlof met behoud van loon om het verlies van een naaste te kunnen verwerken.
De duur en omvang van het verlof worden vastgesteld in overleg tussen werkgever en werknemer.
C bij huwelijk
- 1 dag bij ondertrouw van de werknemer en 2 achtereenvolgende dagen bij huwelijk van de werknemer; het aangaan
van een geregistreerd partnerschap is hiermee gelijkgesteld;
- 1 dag bij huwelijk van 1 van de kinderen, pleegkinderen, stiefkinderen, kleinkinderen, broers, zusters, ouders en
schoonouders, zwagers of schoonzusters van de werknemer;
- 1 dag bij 25-, 40-, 50-, 60- of 70-jarig huwelijksjubileum van de werknemer, diens ouders of schoonouders.
D bij korte zorg
Gedurende kort zorgverlof wordt het loon volledig doorbetaald voor tweemaal de wekelijkse arbeidstijd per jaar.
E bij geboorte
2 dagen bij bevalling van de partner van de werknemer.
F bij adoptie
Één dag bij adoptie van een kind door de werknemer.
G bij doktersbezoek
- de noodzakelijk te verzuimen uren bij bezoek aan specialist (na verwijsbrief);
- bezoek aan huisarts, tandarts en therapeut moet zo veel mogelijk in vrije tijd van de werknemer plaats vinden; indien dit
onmogelijk is: de noodzakelijk te verzuimen uren.
H bij verhuizing
- 1 dag bij verhuizing van de werknemer, met een maximum van eens per 2 jaar
- 2 dagen bij verhuizing van de werknemer, als dit gebeurt op verzoek van werkgever.
I bij examens
Één dag voor het afleggen van SVPB-examens voor het diploma Beveiliger of coördinator Beveiliging, vakdiploma Beveiliging
en certificaten Beveiliging C, Winkelsurveillance, Mobiele surveillance. Voor de examens van andere cursussen, die zijn
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 30
gemeld aan en goedgekeurd door de werkgever, wordt verlof verleend voor de noodzakelijk te verzuimen uren.
Voorafgaande aan de dag van het examen zal door de werknemer geen nachtdienst hoeven te worden verricht.
J bij pensioneringscursussen
In de 3 jaar voorafgaand aan het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd heeft de werknemer recht op verlof met
behoud van loon voor het bijwonen van cursussen als voorbereiding op de aanstaande pensionering, afhankelijk van de duur
van de cursussen tot een maximum van 5 dagen.
K bij uitoefening stemrecht
Bij uitoefening van het stemrecht, voor zover dit niet buiten de diensttijd heeft kunnen plaatsvinden, maximaal 2 uur.
L in verband met vakbondsverlof
Aan werknemers die lid zijn van 1 van de vakbonden, mits de aanvraag daartoe tijdig door de vakorganisatie tot de
onderneming is gericht, voor de volgende activiteiten:
- het bijwonen van congressen, algemene groeps- en bestuursvergaderingen van 1 van de vakbonden, indien de
werknemer deel uitmaakt van een van de besturende organen of afgevaardigde van een afdeling is, tot maximaal 8 dagen
in een kalenderjaar
- het volgen of bijwonen van, door of namens 1 van de vakbonden georganiseerde cursussen, studiedagen of
vergaderingen, voor maximaal 6 dagen per kalenderjaar, mits de dienst de afwezigheid wegens dit verlof toestaat
- per vakorganisatie, partij bij deze overeenkomst, zal voor het volgen/bijwonen van de CAO-onderhandelingen
buitengewoon verlof worden toegekend voor maximaal 3 kaderleden.
M bij wettelijke of overheidsverplichtingen
Bij de vervulling van een, bij wettelijk voorschrift of door de overheid zonder geldelijke vergoeding opgelegde verplichting
voor zover deze persoonlijk moet worden nagekomen en dit niet in de vrije tijd kan gebeuren en het niet betreft oproeping
van Raad voor de Kinderbescherming, de sociale diensten, belastinginstanties e.d. of een rechtsgeding waarbij de werknemer
als verdachte is gedagvaard, de naar redelijkheid te bepalen noodzakelijke tijd, met een maximum van 1 dag.
N overige gevallen
In andere bijzondere gevallen kan verlof worden verleend in overleg met de werkgever.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 31
Hoofdstuk 8 Ziekte en arbeidsongeschiktheid
Artikel 69 Algemeen
Op de werknemer die niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten als gevolg van ziekte, zwangerschap of bevalling zijn de
bepalingen van artikel 7:629 BW, de Ziektewet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet Werk en inkomen
naar Arbeidsvermogen van toepassing, tenzij in de bepalingen van dit hoofdstuk anders is bepaald.
Artikel 70 Uitkering bij dienstverband korter dan 12 loonperioden
1. De werknemer van wie het aaneengesloten dienstverband bij één of meerdere particuliere beveiligingsorganisatie(s) nog geen
12 loonperiodes heeft geduurd, heeft bij arbeidsongeschiktheid, zoals bedoeld in artikel 66, gedurende maximaal 52 weken
recht op 70% van het ziektegeld (maximum dagloon Coördinatiewet SV), waarbij de werknemer tenminste recht heeft op het
minimumloon.
2. De eerste dag geldt als wachtdag, tenzij de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een bedrijfsongeval of een beroepsziekte,
zoals bedoeld in artikel 9 van de Arbo-wet. Er is ook geen sprake van een wachtdag in geval van zwangerschap of bevalling,
orgaandonatie of ziekte van een arbeidsgehandicapte werknemer.
Artikel 71 Uitkering bij dienstverband van 12 loonperioden of langer
1. De werknemer die wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten, behoudt in het
eerste ziektejaar:
a. gedurende de eerste 6 maanden doorbetaling van het ziektegeld tot 100% en
b. gedurende de tweede 6 maanden doorbetaling van het ziektegeld tot 90%.
In het tweede ziektejaar behoudt de werknemer doorbetaling van het ziektegeld tot 85%. Hierbij geldt voor de werknemer
de resultaatverplichting dat er sprake is van aantoonbare actieve reïntegratie naar redelijkheid en billijkheid.
2. Gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers die in hun derde en vierde ziektejaar onder de WGA-regeling vallen, hebben
recht op een loonsuppletie van 10% op hun loongerelateerde uitkering.
3. Indien de werknemer eerder dan 1 januari 2006 arbeidsongeschikt is geworden, geldt de oorspronkelijke ziektedag ook als
1e ziektedag in het kader van dit artikel en zal vanaf die dag geteld worden.
4. Werknemers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn, zullen niet ontslagen worden op grond van hun arbeidsongeschiktheid.
Artikel 72 Wachtdagen
In afwijking van artikel 70 kan de werkgever met de vakbonden overeenkomen wachtdagen in te voeren. Daarbij geldt de
voorwaarde, dat voor alle medewerkers die korter dan 1 jaar in dienst zijn, het uitkeringspercentage bij arbeidsongeschiktheid
gelijk is aan dat voor de overige medewerkers.
Artikel 73 Geen uitkering bij arbeidsongeschiktheid
1. Het recht van de werknemer op de in de artikelen 70 en 71 bedoelde uitkeringen eindigt, wanneer de dienstbetrekking van
de werknemer eindigt.
2. Werknemers van 65 jaar en ouder hebben geen recht op de in de artikelen 70 en 71 bedoelde uitkeringen.
Artikel 74 Sancties
1. Gehoord de bedrijfsarts of Arbo-dienst heeft de werkgever heeft het recht om de in de artikelen 70 en 71 bedoelde
uitkeringen te weigeren aan de werknemer die:
- door eigen opzet arbeidsongeschikt is geworden;
- arbeidsongeschikt is geworden als gevolg van een gebrek waarover hij in het kader van een aanstellingskeuring valse
informatie heeft verstrekt en daardoor de toetsing van de voor de functie opgestelde belastbaarheideisen niet juist kon
worden uitgevoerd;
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 32
- zijn genezing heeft belemmerd of vertraagd en/of zonder deugdelijke grond geen passend werk verricht.
2. Gehoord de bedrijfsarts of Arbo-dienst heeft de werkgever heeft het recht om de in de artikelen 70 en 71 bedoelde
loondoorbetaling en aanvulling op te schorten en de aanvulling te weigeren ten aanzien van de werknemer die:
- zich niet houdt aan de voor hem geldende regels en aanwijzingen bij ziekte (controlevoorschriften).
3. Gehoord de bedrijfsarts of Arbo-dienst heeft de werkgever heeft het recht om de in de artikelen 70 en 71 bedoelde aanvulling
te weigeren ten aanzien van de werknemer die:
- weigert zijn medewerking te verlenen aan een door de werkgever gevraagde second opinion
- weigert gebruik te maken van voorhanden zijnde veiligheidsmiddelen dan wel de voorschriften met betrekking tot veiligheid
en gezondheid overtreedt en als gevolg daarvan arbeidsongeschikt is geworden
- misbruik maakt van de voorziening.
Artikel 75 Schadevergoeding
In geval de werkgever terzake van de arbeidsongeschiktheid van de werknemer tegen een of meer derden een vordering van
schadevergoeding kan doen gelden, moet de werknemer daaraan zijn medewerking verlenen.
Artikel 76 Preventiebeleid
De werkgever moet een beleid ontwikkelen en uitvoeren ter voorkoming van onnodig ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.
Dit moet in overleg met de ondernemingsraad of een daaraan gelijkgesteld overlegorgaan. Indien er geen overlegorgaan is, moet
de werkgever zich laten bijstaan door de bedrijfsarts of Arbo-dienst.
In het te ontwikkelen beleid moeten de volgende onderdelen in ieder geval worden opgenomen:
- Ziekmelding
- Inzending eigen verklaring
- Telefonisch gesprek met de bedrijfsverpleegkundige
- Telefonisch gesprek met de bedrijfsarts
- Raadpleeg de huisarts
- Thuisblijven
- Bezoek mogelijk maken
- Het juiste adres
- De genezing niet belemmeren
- Het verrichten van werkzaamheden
- Op het spreekuur komen
- Specialistisch onderzoek
- Werkhervatting bij herstel
- Bezwaren tegen hersteldverklaring
- Sancties
Artikel 77 Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA)-premie
De verdeling van de WGA-premie bedraagt vanaf 1 januari 2008 50-50%, rekening houdend met de jaarlijks door de overheid
vastgestelde rentehobbel, welke aan werknemerszijde wordt verrekend (2008 -/- 0,28% en 2009 -/- 0,15%).
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 33
Hoofdstuk 9 VUT, pensioen en ouderenbeleid
Artikel 78 VUT CAO
Met ingang van 1 oktober 1993 is in samenhang met deze CAO een regeling voor vrijwillig vervroegd uittreden van kracht. Deze
regeling is opgenomen in de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor vervroegd uittreden uit de particuliere beveiligingsorganisaties.
De looptijd van die CAO duurt tot en met 31 december 2012.
De tekst van de VUT CAO is opgenomen in bijlage 1 van deze CAO.
Artikel 79 Pensioen
1. Vanaf 1 januari 2008 zal iedere werknemer van 21 jaar en ouder, worden opgenomen in de pensioenregeling van de
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Particuliere Beveiliging, indien hij voldoet aan de bij die regeling gestelde eisen.
2. De door de werknemer op grond van de pensioenregeling periodiek verschuldigde bijdrage wordt door de werkgever op
het salaris ingehouden.
3. Met ingang van 1 januari 2005 bedraagt de premie 30% van de pensioengrondslag (jaarloon of pensioengevend loon
verminderd met de franchise) van de werknemer. Onder pensioengevend loon wordt verstaan: het vaste basissalaris,
vermeerderd met de vakantietoeslag. Overige toeslagen en vergoedingen blijven buiten beschouwing. Onder franchise wordt
verstaan: het bruto minimumloon vermeerderd met de vakantietoeslag.
4. De werknemerspremie bedraagt 40% en de werkgeversbijdrage 60% van de totale pensioenpremie.
5. Indien de werkgever door het bestuur van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Particu¬liere Beveiliging voor (een
deel van) zijn werknemers is vrijgesteld van deelname in het fonds, is de werkgever verplicht het reglement van de op hem
van toepassing zijnde pensioenregeling aan de werknemer te overhandigen.
6. De werknemer die via zijn werkgever deelneemt in een pensioenregeling, zoals bedoeld in het 5e lid van dit artikel, kan niet
verplicht worden tot een hogere eigen bijdrage aan de pensioenregeling als ware hij deelnemer in de pensioenregeling van
de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Particuliere Beveiliging zoals genoemd in het 1e lid van dit artikel.
7. De pensioenregeling is nader uitgewerkt in een pensioenreglement, dat voor de werknemer ter inzage ligt bij de werkgever.
Desgewenst wordt dit verstrekt.
Artikel 80 Overige regelingen ten behoeve van oudere werknemers
1. Aangepast dienstrooster op medische indicatie
Werknemers van 55 jaar en ouder hebben het recht om op basis van een medische of sociale indicatie met een aangepast
dienstrooster te mogen werken.
2. Verval verplichting tot overwerk
Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het verrichten van diensten langer dan 8 uur of tot
werkzaamheden waarbij het totaal aantal arbeidsuren meer dan 40 uur per week bedraagt.
3. Verval verplichting van werken op roostervrije dag
Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het werken op een vooraf vastgestelde roostervrije dag.
4. Verval verplichting van uitvoering nachtdiensten
Werknemers van 60 jaar en ouder kunnen, indien zij daartoe schriftelijk de wens te kennen geven, niet worden verplicht tot
het uitvoeren van nachtdiensten.
5. Aangepaste loonregeling
In de artikelen 80 lid 1, 2 en 4 genoemde gevallen wordt een loonregeling, in de vorm van een afbouwregeling, met betreffende
werknemers getroffen. Voor de bepaling van de afbouwregeling worden vanaf loonperiode 1 2009 de voor afbouw in
aanmerking komende bedragen bij elkaar opgeteld en als 1 bedrag buiten het salaris gebracht. De afbouw vindt per loon -
periode plaats. De afbouwregeling gaat in, indien het bruto-verschil tussen het oude en het nieuwe inkomen groter is dan
1 24,58 bruto per loonperiode en nadat de hogere inkomensstructuur tenminste 13 loonperioden voorafgaand aan de
vergadering heeft bestaan. De volgende afbouwregeling is dan van toepassing. Bij ingang van de eerste wijziging direct 1 24,58
bruto en het restant conform het navolgende schema:
duur beloning aantal afbouwperioden
na 1 jaar 6 perioden
van 2 tot 4 jaar 12 perioden
4 jaar of langer 24 perioden
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 34
De indexering is gelijk aan het percentage en tijdstip van de loonsverhoging zoals bepaald in artikel 41 van de CAO.
6. Vrije dagen voor oudere werknemers
Vanaf de leeftijd van 57 jaar wordt de werknemer met een fulltime contract in de gelegenheid gesteld korter te werken met
behoud van loon. De arbeidstijdverkorting vindt plaats in de vorm van hele diensten en wel als volgt:
Bij 57 jaar 1 dag per jaar
Bij 58 jaar 2 dagen per jaar
Bij 59 jaar 3 dagen per jaar
Bij 60 jaar 4 dagen per jaar
Bij 61 jaar 5 dagen per jaar
Bij 62 jaar 6 dagen per jaar
Bij 63 jaar 7 dagen per jaar
Bij 64 jaar 8 dagen per jaar
De arbeidstijdverkorting moet volledig worden opgenomen in het jaar waarvoor het geldt. Dit artikel geldt uitsluitend, indien
de werknemer voorafgaand aan de arbeidstijdverkorting minimaal 10 aaneengesloten dienstjaren in de bedrijfstak particuliere
beveiliging werkzaam is geweest.
7. De werknemer van 55 jaar en ouder heeft op zijn verzoek elke 2 jaar recht op een medische keuring op kosten van de
werkgever.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 35
Hoofdstuk 10 Veiligheidsprocedures en arbo-aangelegenheden
Artikel 81 Veiligheidsprotocol
In het kader van veiligheidsmanagement van het bedrijf ter bevordering van de persoonlijke veiligheid van beveiligers moeten
beveiligers tijdens de uitvoering van hun dienst, dan wel combinaties van diensten, zoals opgenomen in de artikelen 82, 83 en 84
deugdelijke communicatiemiddelen hebben, waarmee zij direct contact hebben om:
- vaste meldingen te kunnen doen;
- assistentie in te kunnen roepen;
- onregelmatigheden te kunnen melden;
- een noodsignaal te kunnen geven.
De werknemer moet aan de procedures voor veiligheid in het bedrijf meewerken.
Deze bepaling is in het vervolg van dit hoofdstuk nader uitgewerkt.
Artikel 82 Vaste post
Vanaf een vaste post moet directe communicatie permanent mogelijk zijn met een (centraal) meldpunt. Ieder uur (buiten
kantooruren) moet een controlemelding worden gedaan tussen de vaste post en het (centrale) meldpunt. In geval van calamiteiten
(b.v. te ondernemen actie op alarmmeldingen) moet dit worden gemeld aan het (centrale) meldpunt. Vervolgens moet er ieder
kwartier contact zijn met het meldpunt tot het einde van de calamiteit. Door CAO-partijen wordt nader vastgesteld op welke wijze
het veiligheidsprotocol ten aanzien van de vaste post verder gestalte kan krijgen. Dit betreft het incidenteel verlaten van de vaste
post tijdens de dienstuitvoering.
Artikel 83 Mobiele Surveillance
Vanuit het voertuig moet directe communicatie permanent mogelijk zijn met een (centraal) meldpunt. Aanvang en einde van iedere
controleronde moet worden gemeld aan het meldpunt. Op het meldpunt moet de gemiddelde tijdsduur per controleronde bekend
zijn. Indien bij een controleronde met een gemiddelde tijdsduur van minder dan 15 minuten de vastgestelde tijdsduur voor die
ronde wordt overschreden met meer dan 5 minuten, moet dat gesignaleerd worden door het meldpunt. Indien de controleronde
een gemiddelde tijdsduur heeft van meer dan 15 minuten, moet er iedere 15 minuten een contact tussen mobiel surveillant en
meldpunt zijn. In geval van calamiteiten: onmiddellijke melding en vervolgens zo frequent mogelijk tot einde calamiteit. De mobiele
surveillant moet, indien hij het voertuig verlaat, permanent over een deugdelijk communicatiemiddel beschikken.
Artikel 84 Winkelsurveillance
De winkelsurveillant moet over een deugdelijk communicatiemiddel beschikken. De winkelsurveillant moet met voornoemd
communicatiemiddel directe communicatie hebben met een meldpunt zoals omschreven in artikel 86 of met een meldpunt in de
directe werkomgeving dat voldoet aan het gestelde in artikel 86 eerste zin.
Artikel 85 Geld- en waardetransport
Gezien het specifieke karakter en het geldende wettelijke regime is de geld- en waardetransportsector van dit protocol
uitgezonderd. Dit zal op bedrijfs- c.q. sectorniveau worden vormgegeven.
Artikel 86 Meldpunt
Het (centrale) meldpunt moet beschikken over deugdelijke en voldoende communicatiemiddelen om de meldingen te kunnen
ontvangen en in staat zijn de meldingen en calamiteiten te signaleren en registreren. Indien het (centrale) meldpunt een
eenpersoonsbezetting heeft per dienst, moet een signalering en/of tijdscontrole, zoals bedoeld in het tweede punt bij artikel 82
bij een particuliere alarmcentrale (PAC) plaats vinden. Indien vanaf een vaste post of door een mobiel surveillant geen contact
kan worden verkregen met het (centrale) meldpunt, moet men rechtstreeks contact op kunnen nemen met bedoelde PAC.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 36
Artikel 87 Communicatiemiddelen
Een deugdelijk communicatiemiddel moet minimaal aan de volgende eisen voldoen:
- korte opbouwtijd verbinding;
- de dekking moet goed zijn; het (centrale) meldpunt moet onder normale omstandigheden te allen tijde bereikt kunnen worden.
- de stroomvoorziening moet over voldoende capaciteit beschikken om permanente communicatie mogelijk te maken.
Artikel 88 Persoonlijke beschermingsmiddelen
Bij persoonlijke beschermingsmiddelen is enerzijds het uitgangspunt dat de ondernemer conform de Arbo-wet en onder inachtname
van de Wpbr al het mogelijke doet wat redelijkerwijs van hen gevergd kan worden om de veiligheid op de werkplek te borgen.
Hierbij wordt aangetekend dat de werknemer ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. Anderzijds zal bij de invulling van de
beschikbaarstelling ervoor worden gewaakt dat middelen in omstandigheden worden verstrekt die in overwegende mate een
schijnzekerheid bieden, resp. een gedrag kunnen oproepen die de medewerker juist in een onveilige werksituatie brengt. Procedure
loopt via de ondernemingsraad. De werknemer zal over verzoeken tot beschikbaarstelling altijd in kennis worden gesteld van het
besluit en de motivering bij afwijzing.
Artikel 89 Veiligheidsmanagement bij verhoogd risico
1. De werkgever moet met de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of in het werkoverleg overleg voeren over
het veiligheidsmanagement voor objecten met een verhoogd risico. In dat overleg moet worden vastgesteld:
- welke procedures gehanteerd moeten worden
- welke maatregelen getroffen moeten worden
- welke middelen en materialen ingezet moeten worden.
2. De ondernemingsraad c.q. personeelsvertegenwoordiging heeft ten aanzien van bedoelde procedures, maatregelen en in te
zetten middelen en materialen een initiatiefrecht bij objecten met een verhoogd risico. Bij de aanduiding van wat als een object
– bestaande en nieuwe – met een verhoogd risico moet worden beschouwd, kan het bedrijf en/of ondernemingsraad zich laten
leiden door de uitkomsten van een risico-inventarisatie, opgesteld door een Arbo-deskundige. Het bedrijf kan, conform het
hierboven bepaalde met betrekking tot overleg en initiatiefrecht, bij gewijzigde omstandigheden of op grond van nader inzicht
overleg voeren over aanvullende maatregelen en/of voorzieningen voor een object.
3. De werkgever moet ervoor zorgen dat bij aanvang van de dienst deugdelijke middelen ten behoeve van de veiligheid van de
werknemer ter beschikking staan. De werknemer heeft de plicht bij aanvang dienst de middelen op het functioneren te
controleren en indien hij/zij gebreken constateert deze onmiddellijk te melden, waarna de gebreken direct hersteld moeten
worden.
Artikel 90 Overleg vakbonden
Vakbonden zullen minimaal eenmaal per jaar met de werkgever overleg voeren over de veiligheid van de werknemers. Ten behoeve
van dit overleg moet de werkgever gegevens verstrekken over calamiteiten, ongevallen en de genomen initiatieven.
Artikel 91 Branche RI&E
De werkgever voert als gevolg van de Arbo-wet in zijn onderneming een risico-inventarisatie en evaluatie uit (RI&E). De werkgever
kan gebruik maken van de door partijen ontwikkelde branchespecifieke RI&E waarvoor het Arboplatform erkenning heeft verleend.
De RI&E is de downloaden op de website van het Servicecentrum Particuliere Beveiliging: www.bewaakjegezondheid.nl.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 37
Hoofdstuk 11 Werkgelegenheid en structuurwijziging in de onderneming
Artikel 92 Uitgangspunten
Het sociaal beleid richt zich op de mens in de onderneming. Daarbij vindt een afweging plaats tussen de normen en de
verwachtingen van de medewerkers over hun functioneren aan de ene kant en de eisen die de onderneming moet stellen aan een
doelgericht functioneren van de organisatie aan de andere kant. Het sociaal beleid is verbonden met het totale ondernemingsbeleid.
Het is gelijkwaardig aan andere beleidsonderdelen en wordt verder beïnvloed door strategische ontwikkelingsmogelijkheden in en
van de branche. Bij het tot stand brengen van een sociaal beleid wordt enerzijds rekening gehouden met het eigen karakter van een
onderneming, voorts met hetgeen hieronder in de volgende artikelen van de sociale paragraaf is aangegeven, en anderzijds met de
ontplooiingsmogelijkheden van medewerkers.
Artikel 93 Vacaturemelding
Om de inzichtelijkheid van de arbeidsmarkt te bevorderen moet de werkgever alle daarvoor relevante vacatures kenbaar maken aan
het desbetreffende CWI. Dit geldt als een continu aandachtspunt. Voor de vacatures, die extern worden opengesteld, zal eerst intern
de mogelijkheid tot sollicitatie geboden worden.
Artikel 94 Employability en loopbaanperspectief
1. CAO-partijen zullen gezamenlijk mogelijkheden onderzoeken om de inzetbaarheid van medewerkers gedurende een langere
periode blijvend te stimuleren door scholing en training. Dit op basis van de mogelijkheden binnen het betreffende bedrijf en
de doelstellingen van het SOBB en/of SFPB.
2. De werkgever moet verzoeken van de werknemer om in aanmerking te komen voor het vervullen van verschillende functies
overwegen, indien dit organisatorisch mogelijk is en past binnen de bedrijfsvoering.
Artikel 95 Periodiek overleg over werkgelegenheidsontwikkelingen
Elk kwartaal wordt tussen CAO-partijen overleg gevoerd over de economische toestand en de economische vooruitzichten ten
aanzien van de sector, in het bijzonder met betrekking tot de werkgelegenheid. Het doel hiervan is vakbonden informatie te
verstrekken zodat de werkgelegenheidsontwikkelingen nauwgezet kunnen worden gevolgd. Onderwerpen die aan de orde kunnen
komen zijn zaken die betrekking hebben op de werkgelegenheid in zowel kwantitatieve als kwalitatieve zin, zoals:
- ontwikkelingen van het aantal werkzame personen in de sector of te onderscheiden subsectoren;
- ontwikkelingen in verschillende categorieën werknemers;
- arbeidsomstandigheden in de sector;
- onderwijs- en scholingsprogramma's voor degenen die in de sector werkzaam zijn.
Artikel 96 Werkgelegenheid bij contractswisseling
1. De Beveiligingsbranche opereert in het kader van privatisering en uitbesteding. Contractswisselingen zijn daardoor een vast
gegeven in de sector. Zonder nadere afspraken hieromtrent kunnen ongewenste ontwikkelingen in de werkgelegenheid
optreden. In dit artikel zijn nadere afspraken opgenomen, die ongewenste ontwikkelingen zo veel mogelijk moeten voorkomen.
2. In geval van contractwisseling moet de werkgever de betrokken werknemers en de vakbonden informeren en inzicht geven in
de omvang van het contract.
3. In geval van contractwisseling door heraanbesteding of hergunning door de cliënt moet de werkgever de continuïteit van de
werkgelegenheid in zijn onderneming zo goed mogelijk zeker stellen. Voor de betrokken werknemers moet zo veel mogelijk
vervangende werkgelegenheid worden gezocht in de onderneming en eventueel in het concern. Bovendien moet de werkgever
in overleg treden met de werkgever die het contract overneemt om zo veel mogelijk werkgelegenheid te behouden. In alle
gevallen moet de werknemer zijn medewerking verlenen.
4. De beveiligingsorganisatie die bij contractwisseling een project verwerft, moet bij de oude beveiligingsorganisatie informatie
inwinnen over:
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 38
- de personeelssterkte,
- de personeelssamenstelling en
- de arbeidsvoorwaarden van de betrokken werknemers op het desbetreffende project.
Deze informatie betreft de situatie 3 maanden voorafgaand aan de offerte aanvraag of de gunning en de opgetreden mutaties
sindsdien. De oude beveiligingsorganisatie moet uit zichzelf deze informatie over het project geven. De informatieuitwisseling
moet plaatsvinden, zodra er zekerheid over de gunning door de cliënt bestaat.
5. Indien de nieuwe beveiligingsorganisatie een arbeidsovereenkomst aanbiedt aan een werknemer van de oude beveiligings -
organisatie, dan moet de nieuwe werkgever de volgende afspraken in acht nemen:
- er geldt geen proeftijd, tenzij de werknemer bij de oude werkgever nog in de proeftijd werkzaam was;
- het arbeidscontract geldt voor onbepaalde tijd, tenzij de werknemer bij de oude werkgever nog op een contract voor
bepaalde tijd werkzaam was;
- voor werknemers met een parttime contract moet bij aanvang ten minste een gelijk aantal uren per periode gelden;
- het CAO-loon, geldend voor betrokkenen wordt overgenomen;
- overige aanspraken op grond van de CAO worden eveneens overgenomen, inclusief de aanspraken waarop een doorbouw
aan de orde is, zoals functiejaren e.d. (anciënniteit inbegrepen);
- verder worden van die aspecten die in de CAO geregeld zijn ook de honoreringen die boven het minimum niveau van
de CAO uitgaan, meegenomen, alsmede de locatietoeslagen voor zover die verbonden zijn aan de omstandigheden op
de betreffende locatie, hetgeen in het algemeen betekent dat de klant expliciet met deze toeslagen ook in de nieuwe
contractuele vorm akkoord gaat.
6. Geschillen over de toepassing van dit artikel zullen aan de in te stellen toetsingscommissies van ondernemingsraden van de
betrokken bedrijven voorgelegd worden.
Artikel 97 Werkgelegenheid en de structuurwijziging in de onderneming
1. De werkgever moet in een zo vroeg mogelijk stadium de VPB en de vakbonden informeren, wanneer hij plannen heeft tot:
- nieuwe investeringen;
- liquidatie van (een deel van) de onderneming;
- reorganisatie;
- inkrimping van activiteiten, of
- andersoortige ingrijpende wijzigingen in de organisatie,
die leiden tot aantasting van de werkgelegenheid en/of de bestaande rechtspositie van werknemers. Hij moet daarbij inzicht
geven in de beweegredenen en de sociale gevolgen van de plannen. De volgende bepalingen moeten daarbij in acht genomen
worden.
2. Overeenkomstig het SER.-besluit Fusiegedragsregels (1975) en de Wet op de Ondernemingsraden (WOR)moeten:
- bij voorgenomen fusie, ingrijpende reorganisatie, inkrimping of sluiting van de onderneming, waarbij ontslag of overplaatsing
van werknemers naar een andere standplaats het gevolg is, direct de ondernemingsraad en de vakbonden tijdig ingelicht en
in de gelegenheid gesteld worden advies uit te brengen;
- in overleg met de vakbonden regelingen worden getroffen voor eventuele afvloeiing, alsmede garanties voor sociale
begeleiding van de betrokken werknemers;
- de vakbonden onmiddellijk door de werkgever in kennis worden gesteld van een aanvrage tot surséance van betaling of
van een ingediend verzoek tot faillissement.
3. Een sociaal plan moet het totaal van maatregelen inhouden, dat gericht is op het in sociaal opzicht in goede banen leiden van
de voorgenomen fusie, ingrijpende reorganisatie, inkrimping of al dan niet gehele liquidatie (van afzonderlijke onderdelen) van
de onderneming, waaronder de voorzieningen gericht op het voorkomen, verminderen of wegnemen van eventuele nadelige
gevolgen voor de werknemers.
Dit sociaal plan kan van toepassing zijn op de gevolgen hetzij van een bepaald voorgenomen besluit, hetzij van alle binnen
een bepaalde periode vallende voorgenomen besluiten als bedoeld in dit artikel.
De werkgever moet overleg voeren met de vakbonden, indien de werkgever dit wenst in het bijzijn van de werkgevers -
organisatie, over de inhoud van het sociaal plan tenminste voor zover het betreft:
- maatregelen ter voorkoming van gedwongen ontslag;
- procedure ten behoeve van het vaststellen van overcompleet, waarbij zowel aan het anciënniteitprincipe als aan het
afspiegelingsprincipe zoveel mogelijk recht wordt gedaan;
- de overplaatsingsregeling;
- regeling van arbeidsvoorwaarden bij functiewijziging;
- maatregelen op financieel en sociaal terrein voor de werknemers die overcompleet zijn, waaronder tevens begrepen kan zijn
een afvloeiingsregeling.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 39
Op verzoek van de ondernemingsraad, wordt het overleg uitgebreid tot alle aspecten van het sociaal plan. In dit overleg wordt
er naar gestreefd om tot afspraken te komen. Indien deze inderdaad worden gemaakt, zullen zij in het vervolg van de
adviesprocedure met de ondernemingsraad, ex artikel 25 WOR, geen verandering meer kunnen ondergaan. Blijkt het niet
mogelijk binnen een redelijke termijn tot afspraken te komen dan zal de werkgever in het vervolg van de adviesprocedure zijn
voorgenomen besluit ter zake van de onder het derde lid van dit artikel genoemde arbeidsvoorwaardelijke regelingen aan de
ondernemingsraad kenbaar maken, waarbij de werkgever het standpunt van de werknemersorganisatie ter zake zal weergeven.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 40
Hoofdstuk 12 Sociale commissie beveiligingsorganisaties en naleving CAO
Artikel 98 Controleorgaan
1. Er is een controleorgaan voor de beveiligingsbranche.
2. Het reglement van het controleorgaan maakt onderdeel uit van de CAO (bijlage 6).
Artikel 99 Sociale commissie beveiliging
1. Ter bevordering van een juiste en eenvormige toepassing van deze CAO is de Sociale Commissie Beveiliging ingesteld.
2. De taken van de Sociale Commissie Beveiliging zijn:
- Het oordelen over interpretatiegeschillen over deze CAO. Dit kunnen geschillen zijn tussen een werkgever en een
werknemer, tussen een werkgever (lid van de VPB) en een vakbond (partij bij deze CAO) of tussen de VPB en een vakbond
(partij bij deze CAO).
Indien sprake is van een geschil tussen een werkgever en een werknemer, is de commissie slechts ontvankelijk, indien het
betreffende geschil binnen de gebruikelijke omgang aantoonbaar aan de orde is geweest en als de aanbrengende partij lid
is van 1 van de vakbonden, die partij is bij deze CAO. Het geschil kan ook aangebracht worden door een lid van de VPB.
Onder interpretatiegeschil wordt hier mede verstaan een geschil over de naleving of juiste toepassing van de CAO. Indien
het hiervoor bedoelde geschil voor een of beide partijen niet tot een acceptabele oplossing heeft geleid, dan wel een der
partijen niet wenst te overleggen, kan het geschil aan de commissie worden voorgelegd, die daarover een bindend advies
uitbrengt.
- Het bevorderen van overleg tussen CAO-partijen, in het bijzonder over de uitwerking van artikel 41 van deze CAO.
- Het beoordelen van klachten inzake artikel 102.
Artikel 100 Invloed ondernemings-CAO
De Sociale Commissie is eveneens bevoegd kennis te nemen van geschillen inzake deze ondernemings-CAO.
Artikel 101 Naleving CAO
1. De werkgever die opzettelijk de CAO niet, niet juist of niet volledig naleeft, dient aan de vakverenigingen de kosten te
vergoeden, die deze redelijkerwijs maken teneinde de juiste en volledige naleving van de CAO te bewerkstelligen. Dit voorzover
de reden daarvan niet gelegen is in interpretatieverschillen van de CAO. De klacht ten behoeve van (een) met name
genoemde werknemer(s) moet schriftelijk en gemotiveerd zijn ingediend bij de werkgever.
2. Er is tenminste sprake van een opzettelijke niet naleving van de CAO indien:
- De werkgever niet binnen een termijn van 20 werkdagen na ontvangst van de hierboven genoemde klacht schriftelijk heeft
aangetoond dat hij de CAO heeft nageleefd, danwel dat hij bereid is om alsnog hieraan te voldoen binnen een termijn van
20 werkdagen na ontvangst van de door de vakbond ingediende klacht;
- de werkgever niet binnen een termijn van 20 werkdagen schriftelijk heeft gereageerd naar aanleiding van een door de
vakbond ingediende klacht, danwel dat hij heeft aangegeven dat er sprake is van een interpretatiegeschil en deze heeft
voorgelegd aan de Sociale Commissie Beveiliging.
3. Onder kosten wordt mede begrepen een redelijke vergoeding voor de tijdsbesteding. Thans is deze vastgesteld op 1 125,00
per uur.
4. Geschillen over de verschuldigdheid van deze vergoeding en/of hoogte daarvan kunnen ter verkrijging van een bindend advies
worden voorgelegd aan het sociaal branche overleg.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 41
Hoofdstuk 13 Diverse bepalingen
Artikel 102 Antidiscriminatie
CAO-partijen wijzen discriminatie bij tewerkstelling op grond van factoren als leeftijd, sekse, seksuele geaardheid, burgerlijke staat,
samenlevingsvorm, levens- of geloofsovertuiging, huidskleur, ras of etnische afkomst, nationaliteit en politieke keuze af, tenzij er sprake
is van een objectieve rechtvaardigingsgrond. CAO-partijen verklaren gelijke kansen voor mannen en vrouwen in het arbeidsproces te
willen bevorderen. Op basis van geregistreerd partnerschap geldt gelijkstelling tussen partners en gehuwden.
Artikel 103 Vakbondswerk in de onderneming
1. Vakbondskaderleden hebben krachtens deze CAO dezelfde rechtsbescherming als de leden van de ondernemingsraad
krachtens de Wet op de ondernemingsraden.
2. Op brancheniveau wordt tussen CAO-partijen voor de ondernemingen, afhankelijk van de omvang van de personele bezetting,
een volume bepaald en geregeld wie als kaderlid, zoals bedoeld in het 1e lid van dit artikel, wordt aangemerkt.
3. De huidige belastingwetgeving kent fiscale faciliteiten voor de vakbondscontributie. Vakbondsleden van De Unie, CNV
Dienstenbond en FNV Bondgenoten kunnen van deze faciliteit gebruik maken en de werkgever verleent hieraan zijn
medewerking. Een en ander indien en voorzover de fiscale regeling geldt
4. Vakbonden kunnen de werkgever verzoeken op een door de privacywetgeving toegestane wijze NAW-gegevens te vertrekken
met betrekking tot de naam, postcode en geboortedatum van de betrokken werknemers. De vakorganisatie zal het verzoek
deugdelijk onderbouwen. De werkgever zal aan het verzoek van de vakorganisatie meewerken tenzij dit redelijkerwijs niet van
de werkgever verwacht mag worden.
Artikel 104 Tussentijdse wijzigingen
CAO-partijen behouden zich het recht voor tussentijdse wijzigingen in deze CAO overeen te komen, indien buitengewoon
ingrijpende veranderingen in de algemene sociaal-economische verhoudingen optreden. CAO-partijen zijn in dit geval verplicht de
aan de orde gestelde voorstellen in behandeling te nemen.
Artikel 105 Duur van de overeenkomst en opzegging
1. Deze overeenkomst is aangegaan voor de periode van 1 januari 2008 tot en met 30 juni 2010.
2. CAO-partijen zullen ruimschoots voor het einde van de looptijd van deze CAO in overleg treden of en zo ja in hoeverre
de CAO gewijzigd moet worden.
3. Indien het overleg tot wijziging van de CAO, wordt beëindigd zonder dat CAO-partijen tot overeenstemming zijn gekomen, kan
de overeenkomst door beide partijen worden opgezegd. Deze opzegging moet schriftelijk gebeuren bij aangetekend schrijven.
Artikel 106 Financiering activiteiten op brancheniveau
1. Er is een Sociaal Fonds (SFPB) en een opleidingsfonds (SOBB) waaruit activiteiten op brancheniveau worden bekostigd.
2. De statuten en reglementen van deze fondsen worden geacht onverbrekelijk deel uit te maken van deze CAO.
3. CAO-partijen zullen het bestuur van het SOBB-fonds verder stimuleren in het ontwikkelen van initiatieven om scholing en
opleiding in te zetten om de kwaliteit van de bedrijven en medewerkers in de branche voortdurend te verhogen.
4. De werkgever is ten behoeve van het Sociaal Fonds voor 2008 een bijdrage verschuldigd van 0,119% van de loonsom per jaar.
Met ingang van 1 januari 2009 is de werkgever een bijdrage verschuldigd van 0,209% van de loonsom per jaar. De werkgever
is ten behoeve van het Opleidingsfonds een bijdrage verschuldigd van 0,106% van de loonsom per jaar.
5. De grondslag voor de heffingen van het Sociaal Fonds en Opleidingsfonds is de loonsom WW. De werknemer kan, als zijn
aandeel van de in het vorige lid bedoelde bijdrage, een bijdrage verschuldigd zijn over de loonsom ingevolge de WW. Over het
kalenderjaar 2008 is de werknemer voor het Sociaal Fonds een bijdrage verschuldigd van 0,02975%. Vanaf 1 januari 2009 is de
werknemer voor het Sociaal Fonds een bijdrage verschuldigd van 0,05225%. Voor het opleidingsfonds is de werknemer een
bijdrage verschuldigd van 0,0265%. De werkgever is verplicht deze bijdragen van de werknemer te vorderen door inhouding
per loonperiode op diens loon.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 42
5. Voor branche-activiteiten die niet uit het Sociaal Fonds kunnen worden bekostigd, kan een beroep gedaan worden op het
Fonds Bevordering Arbeidsverhoudingen Particuliere Beveiliging. De premieverdeling voor 2008 is 1/4 werknemersbijdrage en
3/4 werkgeversbijdrage. De premie wordt betaald door leden van de werkgeversorganisatie partij bij deze CAO dan wel bij in
concern gerelateerde bedrijven vallende onder de werkingssfeer van de CAO. Over 2008 is de werkgever ten behoeve van
het Fonds Bevordering Arbeidsverhouding een bijdrage verschuldigd van 0,071% van de loonsom per jaar. De grondslag voor
de heffing is de loonsom WW. De werknemer kan als zijn aandeel in de in de vorige volzin bedoelde bijdrage een bijdrage
verschuldigd zijn over de loonsom ingevolgde de WW. Over 2008 is de werknemer een bijdrage verschuldigd van 0,01775 %.
Met ingang van 1 januari 2009 is de premieverdeling 1/5 werknemersbijdrage en 4/5 werkgeversbijdrage. De bijdrage bedraagt
vanaf 1 januari 2009 0,142% van de loonsom per jaar. Vanaf 1 januari 2009 is de werknemer een bijdrage verschuldigd van
0,0284%. De werkgever is verplicht dit aandeel van de werknemer te vorderen door inhouding iedere loonperiode op diens
loon.
6. De fondsen worden beheerd door CAO-partijen.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 43
Hoofdstuk 14 Protocollen
Protocol I Servicecentrum particuliere beveiliging
CAO-partijen hebben het Servicecentrum ingesteld ten behoeve van werkgevers en werknemers in de beveiliging. Het Service -
centrum biedt advies, ondersteuning en producten op het gebied van onder andere Arbo en re-integratie. De producten zijn
voor werkgevers en werknemers vrij beschikbaar op de website van het Servicecentrum: www.bewaakjegezondheid.nl.
Protocol II Collectieve verzekeringen
Ten behoeve van de ziektekostenverzekering hebben CAO-partijen een collectieve ziektekostenverzekering afgesloten. Informatie
hierover is te vinden op www.bewaakjegezondheid.nl.
Protocol III Leeftijdsfase personeelsbeleid
Onder aansturing van een paritaire werkgroep zal het sociaal fonds particuliere beveiliging beleid en instrumenten ontwikkelen in
het kader van leeftijdsfase personeelsbeleid. De werkgroep zal o.a. onderzoeken of de huidige ontziemaatregelen, zoals opgenomen
in artikel 77 van de CAO, Commissie Gelijke Behandeling proof zijn. De werkgroep zal tevens projecten opzetten om de instroom
in de branche te bevorderen.
Protocol IV Fuwa en beoordeling
CAO-partijen zullen een loongebouw invoeren op basis van een functiewaarderingssysteem (ORBA). Partijen hebben overeen -
stemming bereikt over de waardering van de functies in het nieuwe loongebouw. Het loongebouw zal vernieuwd worden op basis
van de nieuwe functie-indeling inclusief toeslagen. Bovenschalige salarissen worden gegarandeerd door een fuwa-toeslag. Deze
individuele toeslag wordt jaarlijks niet verhoogd met de CAO-loonstijging, maar conform het CBS prijsindexcijfer werknemers -
gezinnen (tenzij dat hoger is dan de CAO-loonstijging). Onderschalige salarissen worden verhoogd tot het CAO-minimum.
Functiewaardering
In 2009 zal het functiewaarderingssysteem invoeringsgereed worden gemaakt.
- vanaf 1 juli 2009 zal begonnen worden met de invoering van (onderdelen van) het systeem.
- op 1 januari 2010 zal de stand van zaken worden opgemaakt en zal worden bezien of het functiewaarderingsysteem
branchebreed kan worden ingevoerd.
Beoordeling
In 2009 wordt er een beoordelingssysteem ontwikkeld waarbij eventueel pilots worden gehouden.
- op 1 januari 2010 zal de stand van zaken worden opgemaakt en zal worden bezien of het beoordelingssysteem branchebreed
kan worden ingevoerd.
- per 1 januari 2011 kan de beloning gekoppeld worden aan de beoordeling.
- bedrijven die geen beoordelingssysteem invoeren, zullen de standaard periodieke verhoging toepassen zoals bepaald in artikel
37 lid 4 van de CAO.
De diplomatoeslagen uit artikel 49B zijn met ingang van het functiewaarderingstraject geen onderdeel meer van de afbouwregeling
voor deze onderdeel uitmaken van het salaris
Protocol V Segmentering
Voor de onderdelen detentietoezicht, brandwachten en alarmcentrales zal een onderzoek worden gehouden om te bezien of
een segment voor deze onderdelen noodzakelijk is. In dit onderzoek wordt rekening gehouden met:
- de arbeidsomstandigheden;
- arbeidsomgeving;
- specifieke opleidingen.
Het onderdeel Geld- en Waardelogistiek zal als segment in de CAO opgenomen worden.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 44
Protocol VI Bijzondere uren
Er zal een onderzoek worden gehouden waarin de toeslag bijzondere uren zal worden vergeleken met andere branches.
De resultaten van dit onderzoek zullen in het Sociaal Branche Overleg bestudeerd worden.
Protocol VII Opleidingen
Er zullen eindtermen opgesteld worden. Tevens zal worden bezien of een opleiding voorzien moet worden van een certificaat
of diploma. Er zal een inventarisatie van branchegerelateerde opleidingen worden gedaan door middel van een steekproef bij
werkgevers. Door SOBB zal worden bezien of bepaalde opleidingen verplicht gesteld moeten worden en doet hiervoor een
voorstel aan CAO-partijen.
Protocol VIII Terreurdreiging
Partijen hebben aandacht voor het onderwerp terreurdreiging en zullen spoedig gezamenlijk voorlichting over dit onderwerp geven.
Partijen zullen zo spoedig mogelijk onderzoeken welke (gezamenlijke) stappen genomen kunnen worden om de gevolgen van
uitsluitingen in verzekeringspolissen te bespreken.
Protocol IIX Nieuwe verlofregeling
CAO-partijen zijn overeengekomen vanaf winterverof 2009 – 2010 een nieuwe vakantieregeling in te voeren zoals voorgesteld door
de vakorganisaties. Partijen zullen in het voortraject en of tijdens de uitvoering in overleg treden wanneer inhoudelijke aanpassingen
noodzakelijk zijn.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 45
Hoofdstuk 15 Verbijzonderende regeling arbeidsvoorwaarden Aviation
Artikel 1 Statijden
1. Met uitzondering van calamiteiten en onvoorziene omstandigheden (zoals bijvoorbeeld weersomstandigheden, terroristen -
dreigingen, extreme vertragingen e.d.) zullen de statijden voor de posities BMC en X-passage maximaal 180 minuten zijn.
Voor G4S Aviation Security geldt de van toepassing zijnde bedrijfs-CAO.
2. De statijden gelden uitsluitend voor werknemers die werken onder het Beveiligingsplan Burger LuchtVaart.
Artikel 2 Parkeerkosten
Indien het openbaar vervoer niet toereikend is bij aanvang van een vroege en/of late dienst en de werknemer is aangewezen op
eigen vervoer, vergoedt de werkgever de parkeerkosten. De werknemer moet gebruik maken van de door werkgever aangewezen
parkeervoorziening op de luchthaven. Indien de werknemer verplicht is een maandabonnement te nemen, dan wordt het verplichte
maandabonnement volledig vergoed. De werkgever kan ook een alternatief bieden indien de kosten hiervan volledig door de
werkgever vergoed worden.
Protocol I Statijden
Er wordt een onderzoek gehouden om te bezien of er argumenten zijn om voor bepaalde posities andere statijden af te spreken.
In het onderzoek zullen ook de mogelijkheden voor een roulatiesysteem worden bezien. De resultaten van het onderzoek zullen
in het Sociaal Branche Overleg worden besproken, waarna mogelijk andere afspraken over de statijden gemaakt kunnen worden.
Protocol II Vakantieregeling
De bruikbaarheid van de bestaande vakantieregeling van G4S Aviation zal worden onderzocht door betrokken werkgevers die
actief zijn in de luchthavenbeveiliging. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek zal voor werknemers die werken onder
het Beveiligingsplan Burger LuchtVaart een afwijkende vakantieregeling gelden, rekening houdend met de pieken in de luchthaven -
beveiliging.
Partijen ter ener zijde:
G4S Aviation Security B.V
M.G.P. van Haaren
(Business Unit Directeur)
Partijen ter andere zijde:
Vakbond De Unie
N.P.V.D. Haitsma M.W. Hoelscher
(voorzitter) (bestuurder)
FNV Bondgenoten
A. Neijenhuijs A. Jongbloed
(bestuurder) (CAO-coördinator)
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 46
Bijlage 1 Collectieve arbeidsovereenkomst voor vervroegd uittreden uit
de particuliere beveiligingsorganisaties
Artikel 1 Definities
1. Werkgever: de organisatie als bedoeld in artikel 3, sub a. (particuliere beveiligingsbedrijven), sub b, (particuliere alarmcentrales)
en sub c (particuliere geld- en waardetransportbedrijven) van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
(Wet van 24 oktober 1997, Stb.1997 500, zoals laatstelijk gewijzigd op 22 november 2006, Staatsblad 2006, 588), waaraan een
vergunning als bedoeld in artikel 2 jo. 4 van de genoemde wet is verleend.
2. Werknemer: werknemer in de zin van de sociale werknemersverzekeringen, die een arbeidsovereenkomst met een werkgever
is aangegaan, met uitzondering van degene die krachtens een afroepcontract kan worden opgeroepen voor het verrichten van
losse, ongeregelde diensten.
3. Stichting: de Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties.
4. Regeling: de regeling vrijwillig vervroegd uittreden uit de Particuliere Beveiligingsorganisaties, zoals neergelegd in deze CAO,
alsmede in de statuten en het uitvoeringsreglement van de Stichting. De statuten en reglementen hier genoemd worden geacht
onderdeel uit te maken van deze CAO.
5. Deelnemer: de werknemer op wie de regeling van toepassing is en wiens verzoek om aan de regeling te mogen deelnemen
door de Stichting is ingewilligd.
Artikel 2 Werkingssfeer
Deze overeenkomst is van toepassing op arbeidsovereenkomsten tussen de werknemer als bedoeld in artikel 1 lid 2 en de
werkgever als bedoeld in artikel 1 lid 1.
Artikel 3 Uitvoering
De uitvoering van deze overeenkomst geschiedt volgens de bepalingen van het uitvoeringsreglement en de statuten van de Stichting.
De uitvoering is aan de Stichting opgedragen. De Stichting kan de uitvoering delegeren aan een administrateur onder
verantwoordelijkheid van het bestuur van de Stichting.
Artikel 4 Financiering en premieheffing
1. De financiering van de regeling geschiedt door:
a. een door de werkgever aan de Stichting te betalen bijdrage, welke geheel ten laste komt van de werkgever;
b. eventuele overige bijdragen van derden in de vorm van subsidies en donaties en dergelijke.
2. De hoogte van de in lid 1. onder a. genoemde bijdrage wordt jaarlijks door partijen vastgesteld, nadat hierover advies is
ingewonnen bij het bestuur van de Stichting. Met ingang van 1 april 1995 is de jaarlijkse bijdrage 0,68% van de voor de
onderneming van de werkgever voor zijn werknemers premieloonsom ingevolge de werkloosheidswet zonder dat op dit loon
in mindering wordt gebracht het bedrag dat bij genoemde premieheffing buiten aanmerking blijft ingevolge het bepaalde in
artikel 9, derde en vierde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
3. De wijze van vaststelling en betaling van de bijdrage geschiedt volgens de bepalingen van het uitvoeringsreglement van de
Stichting.
Artikel 5 Rechten van de werknemer
Met ingang van 1 januari 2008 kan – onder nader bij reglement te stellen voorwaarden – de werknemer die de voor hem geldende
uittredingsleeftijd conform onderstaande staffel heeft bereikt, dan wel bereikt in de maand met ingang waarvan hij uittreedt, recht
op een uitkering krachtens de regeling maken.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 47
geboortedatum uittredingsleeftijd
vóór 1 januari 1948 62 jaar
vóór 1 januari 1949 62 jaar en 3 maanden
vóór 1 januari 1950 62 jaar en 6 maanden
vóór 1 januari 1951 62 jaar en 9 maanden
vóór 1 januari 1952 63 jaar
vóór 1 januari 1953 63 jaar en 3 maanden
vóór 1 januari 1954 63 jaar en 6 maanden
vóór 1 januari 1955 63 jaar en 9 maanden
vóór 1 januari 1956 64 jaar
vóór 1 januari 1957 64 jaar en 3 maanden
vóór 1 januari 1958 64 jaar en 6 maanden
vóór 1 januari 1959 64 jaar en 9 maanden
Deze voorwaarden houden onder meer het volgende in:
a. De aanspraak op een uitkering bestaat indien:
1. de werknemer gedurende de laatste 10 jaar ononderbroken bij 1 of meerdere werkgevers vallend onder werkingssfeer
van deze CAO, als werknemer in dienst is geweest niet in aanmerking nemend:
a. een onderbreking wegens arbeidsongeschiktheid
b. andere onderbrekingen van beperkte duur buiten de schuld van de werknemer zulks ter beoordeling van het bestuur
van de Stichting
2. het dienstverband beëindigd is.
b. Geen aanspraak op uitkering krachtens deze regeling bestaat indien betrokken werknemer:
1. in aanmerking komt voor een volledige uitkering krachtens ziektewet, de wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de werkloosheidswet of de wet inkomensvoorziening voor ouderen en
gedeeltelijk arbeidsgehandicapten werkloze werknemers dan wel een combinatie van genoemde uitkeringen; of een
vergelijkbare uitkering op grond van een vrijwillige verzekering, een en ander eventueel aangevuld met (een) uitkering(en)
ingevolge de Toeslagenwet of de RWW respectievelijk voor doorbetaling van zijn loon door de werkgever in geval van
ziekte
2. onder een afvloeiingsregeling of nonactiviteitsregeling valt;
3. Niet voldoet aan de overige in het reglement van de Stichting opgenomen voorwaarden.
Artikel 6 Uitkering
1. Als grondslag voor de uitkering geldt het laatstgenoten brutoloon, per 4 weken dan wel maandelijks, op jaarbasis, vermeerderd
met de onregelmatigheidstoeslag(en) en vakantietoeslag, maar exclusief incidentele overwerktoeslagen.
2. De bruto uitkering bedraagt 80% van de grondslag als bedoeld in het eerste lid, herleid tot het maandbedrag. Het maximum
van de uitkeringsgrondslag is gelijk aan het maximum dagloon in de zin van de Coördinatiewet.
Artikel 7 Aanmelding voor deelneming
1. De werknemer die vervroegd wil uittreden, dient zich daartoe ten minste 3 maanden voor de gevraagde uittredingsdatum bij
de werkgever aan te melden. Met de aanvang van de deelneming aan de regeling eindigt het dienstverband. Indien zijn verzoek
tot deelneming niet door de Stichting wordt ingewilligd, zal het dienstverband ongewijzigd worden voortgezet. De werknemer
dient ervoor te zorgen dat het aanvraagformulier betreffende het verzoek om deelneming uiterlijk 2 maanden voor de
gewenste uittredingsdatum bij de administrateur wordt ingediend. Een afschrift van het aanvraagformulier dient door de
werkgever aan de werknemer te worden uitgereikt.
2. De deelneming kan uitsluitend aanvangen aan het begin van een kalendermaand.
Artikel 8 Afwijking en dispensatie
Het bestuur van de Stichting is gerechtigd tot het geven van een vergunning tot afwijking, dan wel dispensatie, van 1, meer of alle
bepalingen van deze CAO.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 48
Artikel 9 Inlichtingen
De werkgever en werknemer zijn verplicht de inlichtingen te verschaffen, die de Stichting noodzakelijk acht voor een goede
uitvoering van deze regeling. Indien de werkgever of de werknemer ook na aanmaning niet voldoet aan deze verplichting, is de
Stichting bevoegd deze gegevens naar beste weten vast te stellen.
Artikel 10 Ziektekosten- en pensioenverzekeringen
1. De op het moment van uittreding bestaande, door de werkgever ten behoeve van de werknemer afgesloten
ziektekostenverzekering(en) c.q. pensioenverzekering(en) worden door de werkgever tot de pensioendatum onverkort
voortgezet, alsof betrokkene nog in dienst van de werkgever zou zijn gebleven. Daarbij geldt als voorwaarde dat de werknemer
zijn eventuele bijdrage in premiebetaling voortzet alsof betrokkene nog in dienst van de werkgever zou zijn gebleven.
Indien de werkgever op het moment van uittreding bijdraagt in een door de werknemer afgesloten ziektekostenverzekering
c.q. pensioenverzekering, dan zet hij de betaling van deze bijdrage voort alsof betrokkene in dienst van de werkgever zou zijn
gebleven.
2. In het uitvoeringsreglement van de Stichting is opgenomen welk deel van de werkgeversbijdragen voor rekening van de
Stichting komen.
Artikel 11 Duur van de overeenkomst
Deze overeenkomst is aangegaan voor de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2012.
Het recht op tussentijdse wijzigingen blijft voorbehouden.
Aldus overeengekomen en getekend ter respectievelijke woonplaatsen:
Partij ter ene zijde:
Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties
W.G. van Hassel A.S. de Vries
(voorzitter) (voorzitter CAO-delegatie)
Partijen ter andere zijde:
De Unie, vakbond voor industrie en dienstverlening
J.P.H. Teeuwen R.J.A. Kluwen
(voorzitter) (voorzitter beroepsgroep beveiliging)
FNV Bondgenoten
K.Y. Reus A. Neijenhuijs
(bestuurder) (CAO-coördinator)
CNV Dienstenbond
G.F. van Linden D. Swagerman
(CAO-coördinator) (voorzitter)
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 49
Bijlage 2 Loonopgave
Bij elke loonbetaling is de werkgever de werknemer verplicht een schriftelijke opgave te verstrekken waarop minimaal de volgende
gegevens dienen te worden vermeld:
- naam en adres werkgever en werknemer
- geboortedatum werknemer
- datum indiensttreding
- de overeengekomen arbeidsduur
- CAO inschaling
- Burgerservicenummer
- het voor de werknemer geldende wettelijke minimumloon over de uitbetalingstermijn
- de termijn waarop de uitbetaling betrekking heeft
- het bestand aan opgebouwde vakantie-uren
- de opgebouwde vakantietoeslag
- het bedrag van het bruto loon in geld
- de samenstelling van dit loon: basisloon, overwerkgeld, de voor de werknemer geldende toeslagen (b.v. avond-, nacht-, en
weekendtoeslag e.d.) en vergoedingen (b.v. reiskosten, reisuren)
- de bedragen die op het loon zijn ingehouden, zoals loonbelasting/premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen,
loonbeslag, pensioenpremie e.d.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 50
Bijlage 3 Functiegroepen en voorwaarden
I Functieomschrijving
1. Teamlid
2. Supervisor
3. Baggage Screening Agent
ad 1.
Een Teamlid is een werknemer, die in het bezit is van het certificaat "basis opleiding luchtvaart security" of een daaraan gelijkgesteld
certificaat.
ad 3.
Een Baggage Sreening Agent is een werknemer, die in het bezit is van het certificaat "basis opleiding luchtvaart security", aangevuld
met een opleiding EDS/VIVID.
Teamlid
Een medewerker in de functie van teamlid werkt in wisselend teamverband en heeft als taak het uitvoeren van veiligheidscontroles
op vertrekkende passagiers.
Onderdelen van deze taak zijn:
- uitvoeringstechnische aspecten:
- het maken van een zgn. "clean-area"
- visiteren van handbagage
- fouilleren van passagiers
- kwaliteitsaspecten:
- security inhoudelijk
- dienstverlenende aspecten
- beheersmatige aspecten:
- rapportage
In de functie van teamlid kan de werknemer diverse specialistische taken uitvoeren, waaronder:
- apollo agent
- high risk flight agent
- profile agent
Supervisor
Een medewerkers in de functie van supervisor is verantwoordelijk voor het team en medeverantwoordelijk voor de veiligheid.
Onderdelen van de verantwoordelijkheid zijn:
- leiding en ondersteuning personeel
- uitvoeringstechnische aspecten
- procesmatige aspecten
- prestatie- en kwaliteitsverbetering
Baggage Screening Agent
Een medewerker in de functie van Baggage Screening Agent werkt in wisselend teamverband en heeft als taak het uitvoeren van
veiligheidscontroles op de “ruimbagage” van vertrekkende passagiers en transfer passagiers.
Onderdelen van deze taak zijn:
- uitvoeringstechnische aspecten:
- visiteren van ruimbagage (geen handbagage)
- kwaliteitsaspecten:
- security inhoudelijk
- dienstverlenende aspecten - beheersmatige aspecten:
- rapportage
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 51
II Functies en salarisschalen
Functie Rang Schaal
Teamlid visiteur A 1
visiteur B 2
Apollo agent visiteur A 1
visiteur B 2
High Risk Flight agent visiteur A 1
visiteur B 2
Profile agent visiteur A 1
visiteur B 2
Baggage Screening agent visiteur A 1
visiteur B 2
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 52
Bijlage 4
leeg
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 53
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 54
Bijlage 5 Salarisschalen
Salarisschaal per 1e periode 2008 per uur en per maand (173,33 uur).
(inclusief een verhoging van 3,10%)
Schaal in Euro’s 1S 2S 3S 4S 5S 6S
0 aanloop 90% 1482,44 1482,44 1493,54 1526,81
8,55 8,55 8,62 8,81
1 aanloop 90% 1.482,44 1.482,44 1.536,80 1.570,09
8,55 8,55 8,87 9,06
2 aanloop 90% 1.507,91 1.580,09 1.613,36
8,70 9,12 9,31
0 periodieken 1647,16 1647,16 1659,48 1696,46
9,50 9,50 9,57 9,79
1 periodieken 1647,16 1647,16 1707,56 1744,54
9,50 9,50 9,85 10,06
2 periodieken 1675,45 1755,65 1792,62
9,67 10,13 10,34
3 periodieken 1723,53 1803,72 1840,71 1941,89
9,94 10,41 10,62 11,20
4 periodieken 1771,62 1851,79 1888,79 1990,08 2026,97
10,22 10,68 10,90 11,48 11,69
5 periodieken 1819,69 1899,88 1936,86 2038,06 2075,04
10,50 10,96 11,17 11,76 11,97
6 periodieken 1867,77 1947,97 1984,95 2086,13 2123,12
10,78 11,24 11,45 12,04 12,25
7 periodieken 1915,84 1996,05 2033,02 2134,22 2171,20
11,05 11,52 11,73 12,31 12,53
8 periodieken 1963,92 2044,13 2081,13 2182,31 2219,29
11,33 11,79 12,01 12,59 12,80
9 periodieken 2012,01 2092,22 2129,22 2230,38 2267,35
11,61 12,07 12,28 12,87 13,08
10 periodieken 2060,09 2140,30 2177,29 2278,48 2315,46
11,89 12,35 12,56 13,15 13,36
11 periodieken 2108,17 2188,38 2225,37 2326,56 2363,55
12,16 12,63 12,84 13,42 13,64
12 periodieken 2156,25 2236,46 2273,46 2374,64 2411,63
12,44 12,90 13,12 13,70 13,91
13 periodieken 2284,54 2321,53 2422,73 2459,69
13,18 13,39 13,98 14,19
14 periodieken 2369,61 2470,78 2507,76
13,67 14,25 14,47
15 periodieken 2518,86 2555,86
14,53 14,75
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 55
Salarisschaal per 1e periode 2009 per uur en per maand (173,33 uur).
(inclusief een verhoging van 3,25%)
Schaal in Euro’s 1S 2S 3S 4S 5S 6S
0 aanloop 90% 1530,62 1530,62 1542,08 1576,43
8,83 8,83 8,90 9,09
1 aanloop 90% 1530,62 1530,62 1586,75 1621,12
8,83 8,83 9,15 9,35
2 aanloop 90% 1556,91 1631,44 1665,79
8,98 9,41 9,61
0 periodieken 1700,69 1700,69 1713,41 1751,59
9,81 9,81 9,89 10,11
1 periodieken 1700,69 1700,69 1763,06 1801,24
9,81 9,81 10,17 10,39
2 periodieken 1729,90 1812,71 1850,88
9,98 10,46 10,68
3 periodieken 1779,54 1862,34 1900,53 2005,00
10,27 10,74 10,96 11,57
4 periodieken 1829,20 1911,97 1950,18 2054,76 2092,85
10,55 11,03 11,25 11,85 12,07
5 periodieken 1878,83 1961,63 1999,81 2104,30 2142,48
10,84 11,32 11,54 12,14 12,36
6 periodieken 1928,47 2011,28 2049,46 2153,93 2192,12
11,13 11,60 11,82 12,43 12,65
7 periodieken 1978,10 2060,92 2099,09 2203,58 2241,76
11,41 11,89 12,11 12,71 12,93
8 periodieken 2027,75 2110,56 2148,77 2253,24 2291,42
11,70 12,18 12,40 13,00 13,22
9 periodieken 2077,40 2160,22 2198,42 2302,87 2341,04
11,99 12,46 12,68 13,29 13,51
10 periodieken 2127,04 2209,86 2248,05 2352,53 2390,71
12,27 12,75 12,97 13,57 13,79
11 periodieken 2176,69 2259,50 2297,69 2402,17 2440,37
12,56 13,04 13,26 13,86 14,08
12 periodieken 2226,33 2309,14 2347,35 2451,82 2490,01
12,84 13,32 13,54 14,15 14,37
13 periodieken 2358,79 2396,98 2501,47 2539,63
13,61 13,83 14,43 14,65
14 periodieken 2446,62 2551,08 2589,26
14,12 14,72 14,94
15 periodieken 2600,72 2638,93
15,00 15,22
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 56
Salarisschaal per 1e periode 2010 per uur en per maand (173,33 uur).
(inclusief een verhoging van 3,00%)
Schaal in Euro’s 1S 2S 3S 4S 5S 6S
0 aanloop 90% 1576,54 1576,54 1588,33 1623,73
9,09 9,09 9,16 9,36
1 aanloop 90% 1576,54 1576,54 1634,36 1669,75
9,09 9,09 9,42 9,63
2 aanloop 90% 1603,62 1680,38 1715,77
9,25 9,69 9,89
0 periodieken 1751,71 1751,71 1764,81 1804,14
10,10 10,10 10,18 10,40
1 periodieken 1751,71 1751,71 1815,95 1855,28
10,10 10,10 10,47 10,70
2 periodieken 1781,80 1867,09 1906,41
10,27 10,77 10,99
3 periodieken 1832,93 1918,21 1957,55 2065,15
10,57 11,06 11,29 11,91
4 periodieken 1884,08 1969,33 2008,69 2116,40 2155,64
10,86 11,36 11,58 12,21 12,43
5 periodieken 1935,19 2020,48 2059,80 2167,43 2206,75
11,16 11,65 11,88 12,50 12,73
6 periodieken 1986,32 2071,62 2110,94 2218,55 2257,88
11,45 11,95 12,17 12,79 13,02
7 periodieken 2037,44 2122,75 2162,06 2269,69 2309,01
11,75 12,24 12,47 13,09 13,32
8 periodieken 2088,58 2173,88 2213,23 2320,84 2360,16
12,04 12,54 12,76 13,38 13,61
9 periodieken 2139,72 2225,03 2264,37 2371,96 2411,27
12,34 12,83 13,06 13,68 13,91
10 periodieken 2190,85 2276,16 2315,49 2423,11 2462,43
12,63 13,13 13,35 13,97 14,20
11 periodieken 2241,99 2327,29 2366,62 2474,24 2513,58
12,93 13,42 13,65 14,27 14,50
12 periodieken 2293,12 2378,41 2417,77 2525,37 2564,71
13,72 13,94 14,56 14,79
13 periodieken 2429,55 2468,89 2576,51 2615,82
14,24 14,86 15,09
14 periodieken 2520,02 2627,61 2666,94
15,15 15,38
15 periodieken 2678,74 2718,10
15,45 15,68
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 57
Bijlage 6 Reglement controleorgaan
Artikel 1 Definities
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 1 van deze CAO.
Artikel 2 Toezicht op naleving CAO
1. SFPB, heeft ex artikel 3 sub I van de statuten ten doel het houden van toezicht op de naleving van de CAO Particuliere
Beveiliging één en ander in samenwerking met de daarvoor geëigende instanties.
2. SFPB heeft deze taak gedelegeerd aan het controleorgaan.
3. Het controleorgaan houdt dit toezicht door het uitvoeren van controles.
4. Het controleorgaan kan de controles op de naleving van de CAO opdragen aan een daartoe aangewezen instelling.
5. De werkgever is verplicht te allen tijde medewerking te verlenen aan de controles.
Artikel 3 Controleorgaan
1. Het controleorgaan oefent haar controletaak uit met inachtneming van de zorgvuldigheid, die controlerende instanties in
gelijksoortige situaties in acht dienen te nemen.
2. Het controleorgaan onthoudt zich met name van het opvragen van gegevens die niet direct betrekking hebben op de taken
van het controleorgaan.
3. Met betrekking tot geconstateerde inbreuken op de CAO kan niet worden volstaan met een opsomming van artikelnummers,
doch dient tenminste een korte beschrijving van de desbetreffende inbreuk te worden aangegeven.
Artikel 4 Gegevensverstrekking
1. Het aantonen dat de CAO particuliere Beveiliging getrouwelijk wordt nageleefd moet ondermeer blijken uit de door of namens
werkgever gevoerde inzichtelijke en deugdelijke loon- en arbeidstijdenadministratie, waarin mede opgenomen en verwerkt:
- een personeelslijst waarop de naam, functie, schaal en geboortedatum van elke werknemer is aangegeven;
- loonstroken van alle personeelsleden en daarop aanwezige gegevens
- registratie gewerkte diensten en diensttijden per loonperiode (roosters)
- registratie gewerkte uren per loonperiode
- specificatie uitbetaalde reiskosten/reistijdvergoeding
- indien van toepassing een registratie compensatieoverwerk op basis van artikel 22 en 45 CAO
- vakantiedagenregistratie op basis van artikel 65 lid 9 CAO.
2. De werkgever is verplicht zijn volledige en voortvarende medewerking te verlenen aan onderzoek door het controleorgaan,
gericht op naleving van de CAO. Binnen een door het controleorgaan gestelde termijn dient de gevraagde informatie door de
werkgever aan het controleorgaan ter beschikking worden gesteld.
Artikel 5 Controles
1. Selectie van te controleren bedrijven vindt in eerste instantie op een aselecte wijze plaats. In geen geval mag de keuze
afhankelijk zijn van het feit of de werkgever al dan niet lid is van een werkgeversorganisatie. De keuze kan wel afhankelijk
gesteld worden van het wel of niet verstrekken van informatie en, onder voorbehoud van uitermate grote zorgvuldigheid,
van verkregen aanwijzingen dat de CAO niet wordt nageleefd. In dat laatste geval zal het niet naleven zijn gedocumenteerd.
2. Het controleorgaan controleert op basis van een gegrond vermoeden van overtreding van de CAO. Van een gegrond
vermoeden is sprake indien het controleorgaan kennis neemt van signalen in de branche dat het bedrijf de bepalingen van
de CAO overtreden en deze signalen kunnen concreet onderbouwd worden.
3. De te controleren ondernemingen zullen door middel van een schriftelijke vooraankondiging op de hoogte worden gebracht
van het bezoek aan hun bedrijf. In de vooraankondiging wordt aangegeven in welke week de controle bij de onderneming
zal plaatsvinden en welke gegevens zullen worden onderzocht. De aangeschreven ondernemingen dienen de te onderzoeken
administratieve bescheiden, zoals genoemd in artikel 4 lid 1, op het bezoekadres voor controle beschikbaar te houden.
4. Het binnentreden, geschiedt alleen met instemming van de werkgever.
5. Indien een aangeschreven onderneming weigert medewerking te verlenen aan de controle op de naleving van de CAO’s, zal
de onderneming schriftelijk in gebreke worden gesteld en zal het controleorgaan het bestuur van de stichting hiervan in kennis
stellen.
Artikel 6 Uitkomsten controle
1. Geconstateerde fouten worden aan het eind van het controlebezoek met de gecontroleerde besproken. Indien de
gecontroleerde een toelichting wil gegeven op de controle of op de geconstateerde fouten wordt deze toelichting door de
controleur vastgelegd.
2. Het controleorgaan stelt nadere regels inzake het vaststellen van de mate van verwijtbaarheid en ernst van overtredingen
van de CAO.
3. De rapportage aan het controleorgaan betreft een feitelijke weergave van de aangetroffen fouten.
4. Het controleorgaan beoordeelt per kwartaal de verwijtbaarheid en ernst van bij de controle geconstateerde overtredingen
van de CAO.
5. Indien de mate van verwijtbaarheid en ernst van de overtreding hiertoe aanleiding geven kan het controleorgaan een sanctie
opleggen, te weten waarschuwing, administratieve hercontrole en hercontrole.
6. De sanctie waarschuwing bestaat eruit dat de gecontroleerde een brief ontvangt met daarin opgenomen de mededeling dat
een of eerdere artikelen van de CAO niet correct zijn nageleefd met het verzoek tot herstel. Tevens wordt aangekondigd dat er
het volgende kalenderjaar wederom een controle zal plaatsvinden. De sanctie administratieve hercontrole bestaat eruit dat de
gecontroleerde een brief ontvangt met daarin opgenomen de mededeling dat een of meerdere artikelen uit de CAO niet
correct zijn nageleefd. Tevens wordt de gecontroleerde gesommeerd deze fouten op te heffen en bewijsstukken hiervoor
binnen een bepaalde termijn op te sturen. De sanctie hercontrole bestaat eruit dat de gecontroleerde een brief ontvangt
waarin wordt aangegeven welke artikelen zijn overtreden en waarin wordt aangekondigd dat binnen een afzienbare termijn
opnieuw een controle zal worden uitgevoerd teneinde vast te stellen dat de fouten ongedaan zijn gemaakt. Indien uit de
uitkomsten van de hercontrole blijkt dat de gecontroleerde nog steeds een of meerdere artikelen van de CAO niet correct
naleeft, kan een tweede hercontrole worden opgelegd.
7. Het controleorgaan neemt beslissingen met gewone meerderheid van stemmen.
Artikel 7 Kosten hercontrole
1. De directe kosten van een eerste of tweede hercontrole bedragen minimaal 450,-.
2. De kosten van een hercontrole komen voor rekening van de betreffende werkgever. De werkgever is verplicht de kosten
van een hercontrole te voldoen binnen een maand, gerekend vanaf de factuurdatum.
3. Indien de werkgever niet aan de verplichting in lid 2 van dit artikel voldoet, is de werkgever in verzuim en komen de
gerechtelijke en buitengerechtelijke invorderingskosten voor zijn rekening; dit alles vermeerderd met de wettelijke rente.
Artikel 8 Opleggen sanctie
1. Partijen bij de CAO Particuliere Beveiliging dragen hun bevoegdheid tot het instellen van vorderingen als bedoeld in artikel 15
van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en artikel 3, vierde lid, van de Wet op het algemeen verbindend en het
onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten met inachtneming van het gestelde in artikel 9
over aan SFPB voor zover het betreft de vorderingen ter zake van de schade, die zij zelf lijden.
2. Indien het controleorgaan na tenminste twee hercontroles concludeert dat de werkgever de CAO overtreedt en indien het
controleorgaan concludeert dat de geconstateerde overtredingen na de tweede hercontrole niet zijn beëindigd, is er volgens
het controleorgaan sprake van het stelselmatig niet naleven van de CAO en is de werkgever verplicht een forfaitaire schade -
vergoeding te betalen. Het controleorgaan zal het bestuur van SFPB hierover adviseren. SFPB kan besluiten geheel of
gedeeltelijk af te zien van het innen van deze schadevergoeding indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
3. Een schadevergoedingsactie kan worden ingesteld twee weken nadat de werkgever schriftelijk over dit besluit van het bestuur
op de hoogte is gesteld.
4. Bij het bepalen van de schadevergoeding wordt in ieder geval rekening gehouden met de aard, de omvang en de duur van de
niet-naleving, alsmede met de loonsom van de onderneming van de betrokken werkgever. Daarnaast kan rekening gehouden
worden met de mate waarin de werkgever alsnog achterstallige verplichtingen jegens zijn personeel nakomt dan wel zekerheid
stelt voor een correcte naleving van de CAO.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 58
5. Het SFPB handelt bij de toepassing van lid 2 de vaststelling van de schadevergoeding daaronder begrepen overeenkomstig
het in artikel 10 gestelde.
Artikel 9 Instellen vordering
1. De bevoegdheid tot het instellen van een schadevergoedingsactie (zoals beschreven in artikel 8 lid 1) is in beginsel gedelegeerd
aan het SFPB.
2. Indien SFPB besluit over te gaan tot het instellen van een schadevergoedingsactie zal zij CAO-partijen hiervan in kennis stellen.
3. Elk der CAO-partijen kan afzonderlijk binnen veertien dagen kenbaar maken dat zij ten aanzien van de betreffende werkgever
zelf het recht op vordering van schadevergoeding wenst te hanteren, waardoor de delegatie als bedoeld in artikel 6 lid 1 ten
aanzien van desbetreffende vordering vervalt voordat het SFPB zelf de actie reeds in gang gezet heeft.
4. Als partijen niet binnen veertien dagen reageren, is het SFPB nog steeds bevoegd de actie in te stellen, zonder dat partijen dat
nog kunnen doorkruisen.
5. Indien één of meer van de partijen besluiten zelfstandig een vordering in te stellen, dienen zij het SFPB te melden dat ten
aanzien van de betreffende werkgever een actie wordt ingesteld, waardoor de delegatie als bedoeld in artikel 6 lid 1, ten
aanzien van de desbetreffende vordering vervalt.
6. Bovenstaande laat onverlet de mogelijkheid van de individuele werknemer een vordering jegens de werkgever bij de daarbij
bevoegde rechter in te dienen.
Artikel 10 Forfaitaire schadevergoeding
1. De forfaitaire schadevergoeding bedraagt 0,1% van de loonsom in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de procedure als
bedoeld in artikel 6 aanhangig is gemaakt met een minimum van 1 2.500,00 en een maximum van 1 10.000,00.
2. De schadevergoeding dient ter dekking van de kosten die het SFPB maakt en de te dezer zake verkregen middelen worden
toegevoegd aan de geldmiddelen van het SFPB (als bedoeld in artikel 4 van de Statuten SFPB), tot dekking van de kosten die
het SFPB moet maken als gevolg van haar toezichthoudende taak ten aanzien van de wijze waarop de CAO wordt nageleefd.
Het SFPB behoeft niet aan te tonen dat zij de schade in de omvang als door haar gevorderd ook daadwerkelijk heeft geleden.
3. Indien de werkgever de navordering en forfaitaire boete niet nakomen kan het bestuur van SFPB overwegen een gerechtelijke
uitspraak te laten doen of te kiezen voor publicatie.
Artikel 11 Geheimhouding
Ten aanzien van in dossiers opgeslagen informatie betreffende is het controleorgaan, het bestuur van het SFPB alsmede de eventueel
door het controleorgaan aangewezen instelling verplicht tot geheimhouding.
Artikel 12 Hardheidsclausule
In de gevallen, waarin de toepassing van dit reglement tot onvoorziene onbillijkheden leidt, kan het bestuur een beslissing nemen
in afwijking van de bepalingen in dit reglement.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 59
Bijlage 7 Reglement beroepspraktijkvorming voor BOL-leerlingen zonder
arbeidsovereenkomst
Artikel 1 Definities
In dit reglement worden geacht te zijn opgenomen de definities omschreven in artikel 1 van deze CAO.
Voorts wordt in dit reglement verstaan onder:
BOL-leerling
De natuurlijke persoon (m/v) die op grond van een leerplan van een Regionaal Opleidingscentrum een opleiding volgt in de
beroepsopleidende leerweg en bij een erkend leerbedrijf onder begeleiding werkzaam is, ten einde de voor de opleiding
noodzakelijke beroepspraktijkvorming op te doen.
De beroepsopleidende leerweg is gedefinieerd in de artikelen 7.2.8 en 7.2.9 van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB)
(Staatsblad 501, 31-10-‘95).
ROC
Regionaal Opleidingscentrum.
Erkend leerbedrijf
Een werkgever die valt onder de werkingssfeer van de CAO Particuliere Beveiliging en erkend is door ECABO om leerlingen
op te leiden.
ECABO
Een instituut dat bevoegd is leerbedrijven te erkennen.
BPV
Beroepspraktijkvorming.
Artikel 2 Werkingssfeer
1. Dit reglement is van toepassing op leerlingen van ROC’s die de opleiding beveiliger niveau 2 volgen en in het kader daarvan
zonder arbeidsovereenkomst de BPV vervullen bij een leerbedrijf dat is erkend door ECABO.
2. Om onder de werkingssfeer te vallen moet voldaan worden aan de voorwaarden zoals opgenomen in dit reglement.
Artikel 3 Voorwaarden
1. Het ROC ziet erop toe dat de BOL-leerling voor aanvang van de BPV:
a. in het bezit is van een legitimatiebewijs aspirant-beveiliger;
b. heeft deelgenomen aan het examen SVPB-certificaat Beveiliging B.
2. Het ROC ziet erop toe dat de praktijkovereenkomst:
a. is aangevuld met een aanhangsel waarin staat dat de BOL-leerling uitsluitend niet fakturabel (boven de sterkte) mag worden
ingezet. Het aanhangsel maakt onlosmakelijk deel uit van de praktijkovereenkomst. ECABO verstrekt het verplichte
aanhangsel;
b. voor aanvang van de BPV is ondertekend door het leerbedrijf, de praktijkopleider, de BOL-leerling en het ROC.
3. Het ROC ziet erop toe dat het aantal BOL-leerlingen in het leerbedrijf gelijk of minder is dan het aantal praktijkopleiders per
dienst per dag in het leerbedrijf.
4. Het ROC ziet erop toe dat de BOL-leerling tijdens de BPV:
a. zichtbaar op het uniform onder het logo van het bedrijf een badge met de tekst ‘stagiair’ draagt. Het ROC vraagt het vignet
tegelijkertijd met het indienen van het aanvraagformulier voor het legitimatiebewijs BOL-leerling aan bij ECABO. Nadat de
politie het legitimatiebewijs heeft verstrekt, verstrekt ECABO het vignet aan het ROC. Het ROC overhandigt het vignet
aan de leerling en controleert bij de eerste gelegenheid of het vignet op de juiste wijze bevestigd is op het uniform.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 60
b. bij het uitvoeren van beveiligingstaken onder directe aanwezigheid en begeleiding staat van een gediplomeerd beveiliger die
tevens praktijkopleider is;
c. beveiligingstaken uitvoert conform de Wpbr.
5. De KBD-adviseur:
a. stemt regelmatig met het ROC af over de BPV van de BOL-leerlingen zonder arbeidsovereenkomst;
b. controleert en houdt toezicht op de naleving van dit reglement door het ROC;
c. bezoekt de BOL-leerling tijdens zijn BPV.
Artkel 4 Afstemming aantal bol-leerlingen
1. Met de erkende leerbedrijven in de regio vindt afstemming plaats over het aantal op te leiden BOL-leerlingen.
2. Het ROC onderneemt daarvoor aantoonbaar actie.
3. Jaarlijks rapporteert het ROC aan de SOBB:
a. op welke wijze afstemming met de erkende leerbedrijven heeft plaatsgevonden;
b. tot welke gezamenlijke activiteiten dat heeft geleid;
c. een overzicht van het aantal BOL-leerlingen dat geplaatst is bij erkende leerbedrijven;
d. kwantitatieve gegevens inzake in- door- en uitstroom over het voorgaande en het volgende jaar.
Artikel 5 Dispensatie
1. Het leerbedrijf dat gebruik wenst te maken van dit reglement moet hiervoor dispensatie aanvragen bij CAO-partijen.
2. De dispensatie moet aangevraagd worden vier weken voor aanvang van de BPV.
3. Het verzoek tot dispensatie moet voor elke BOL-leerling apart worden ingediend.
4. Voor het indienen van het dispensatieverzoek moet gebruik worden gemaakt van een standaardformulier. Dit formulier is
te downloaden via www.sobb.nl of www.sfpb.nl.
5. Uitsluitend dispensatieverzoeken van leerbedrijven die werken met ROC’s worden in behandeling genomen.
Artikel 6 Sanctiebeleid
1. Leerbedrijven die het reglement niet naleven krijgen een waarschuwing van ECABO.
2. Als ECABO na de waarschuwing constateert dat het leerbedrijf het reglement nog niet naleeft, kunnen de volgende sancties
opgelegd worden:
a. ECABO kan de erkenning van het leerbedrijf intrekken;
b. CAO-partijen verlenen geen dispensatie meer aan het leerbedrijf om het reglement toe te passen;
c. het leerbedrijf wordt verplicht met terugwerkende kracht alsnog het loon aan de BOL-leerling uit te betalen.
Artikel 7 Hardheidsclausule
In gevallen waarin toepassing van dit reglement tot onbillijkheden leidt, kunnen CAO-partijen een beslissing nemen in afwijking
van de bepalingen van het reglement.
Artikel 8 Onvoorziene gevallen
In onvoorziene gevallen beslissen CAO-partijen.
Artikel 9 Inwerktreding
Dit reglement is in werking getreden met ingang van 1 augustus 2008 en geldt voor het schooljaar 2008/2009 en 2009/2010.
Vanaf september 2010 zal worden bezien of het reglement wordt verlengd of niet.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 61
Bijlage 8 De wet arbeid en zorg in kort bestek
1. Zwangerschap- en bevallingsverlof:
Minimaal 16 weken zwangerschaps- en bevallingsverlof, waarvan minimaal 10 weken bevallingsverlof, Uitkering 100% via UWV.
Pensioen- en opbouw vakantiedagen gaan door.
2. Adoptie- en bindingsverlof:
Gedurende een tijdvak van 18 weken ten hoogste 4 aangesloten weken zonder behoud van loon.
3. Kraamverlof:
Twee dagen betaald verlof binnen 4 weken van thuiskomst kind. Tevens heeft de werknemer het recht om aansluitend vakantie
op te nemen, tenzij een zwaarwegend bedrijfsbelang zich hiertegen verzet.
4. Ouderschapsverlof:
Beide ouders recht op 26 keer arbeidsduur per week voor kinderen tot 8 jaar met behoud van pensioenopbouw.
5. Calamiteitenverlof:
Calamiteitenverlof wordt volledig doorbetaald en kan overgaan in kort zorgverlof.
6. Kortdurend zorgverlof:
In elke periode van 12 achtereenvolgende maanden ten hoogste twee maal de arbeidsduur per week. 100% van het loon
(ten minste minimumloon).
7. Wet Financiering Loopbaanonderbreking:
De werknemer heeft de mogelijkheid om voor de begeleiding van een naaste in zijn of haar laatste levensfase of voor maximaal
een half jaar of in andere gevallen voor maximaal 1 jaar zijn loopbaan te onderbreken onder de voorwaarden als geregeld in
de wet Finlo. Gedurende het verlof kan de pensioenregeling op verzoek en onder de gebruikelijke premieverdeling worden
voortgezet.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 62
Bijlage 9 Reiskostensysteem
Met het reiskostenprogramma kan voor zowel voor woon-werkverkeer met eigen vervoer als voor woon-werkverkeer met
openbaar vervoer de reisvergoeding berekend worden. In artikel 51 van deze CAO is vastgelegd hoe de reisvergoeding is
opgebouwd. Dit artikel ligt ten grondslag aan het reiskostenprogramma.
De uitgangspunten voor de reisvergoeding zijn:
1. De reiskostenregeling moet transparant, eenvoudig en eenduidig zijn. De vergoedingen moeten (via Internet) controleerbaar zijn
voor de werknemer.
2. Woon-werk en werk-woon verkeer is een reisbeweging van of naar de eigen woning. Een werknemer wordt in deze geacht
voor aanvang van zijn dienst vanuit de eigen woning te vertrekken en na beëindiging van zijn dienst naar de eigen woning terug
te keren.
3. Werk-werk verkeer is elke reisbeweging zijnde niet woon-werk en werk-woon verkeer en die in opdracht van de werkgever
wordt uitgevoerd.
4. Afstand is de afstand tussen 2 postcodes zoals bepaald door de programmatuur, zoals door het Sociaal Fonds ter beschikking is
gesteld, uitgedrukt in hele kilometers.
5. Afronding vindt plaats op hele kilometers waarbij geldt dat 0,5 kilometer en hoger afgerond wordt naar boven.
6. De postcodes en geografische gegevenssets worden eenmaal per jaar in loonperiode 1 van enig jaar geactualiseerd.
7. De reisdatum is de datum aanvang dienst. Daarbij wordt 0:00 uur aangemerkt als een nieuwe dag.
8. Voor 2008 zijn met de belastingdienst de volgende aanvullende afspraken gemaakt:
De totale vergoeding inclusief de op grond van artikel 48 van de CAO 2008 – 2010 vergoede parkeer,- veer,- en tolgelden
mag over het belastingjaar 2008 worden verminderd met een bedrag van 1 0,19 per zakelijk verreden kilometer. Over het
meerdere dienen de normale inhoudingen plaats te vinden (of kan de werkgever kiezen voor eindheffing).
De hiervoor bedoelde saldering – door middel van correctieberichten dan wel door een eenmalige correctie op het belaste
loon – vindt plaats in het jaar 2008, uiterlijk in de aangifte over de maand december van dit jaar.
Werkgevers blijven uiteraard verplicht om te toetsen of en in hoeverre gedeclareerde kilometers voldoen aan de loonbelasting
(art. 15b, lid 1 onderdeel a, Wet LB 1964).
9. De reisvergoeding wordt bepaald aan de hand van het aantal kilometers dat volgt uit het reiskostenprogramma dat TriOpSys
ontwikkeld heeft. Voor G4S Aviation gelden de vergoedingen uit artikel 51, 51A en 51B.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 63
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 64
Bijlage 10 Veelgestelde vragen
Vraag: Hoe lang duurt een roostervrije dag of ADV dag na nachtdienst?
Na een nachtdienst bedraagt de duur van een roostervrije dag of ADV dag 32 uur, elke volgende RV of ADV dag kent een lengte
van 24 uur.
Voorbeeld:
Indien de nachtdienst eindigt op maandag 07:00, kan een volgende dienst op zijn vroegst aanvangen op dinsdag 15:00 uur.
Heeft men na dezelfde nachtdienst 2 dagen roostervrij of ADV, dan geldt dat de volgende dienst ten vroegste op woensdag
15:00 uur kan aanvangen.
Indien er sprake is van een vast rooster welke met instemming van de werknemer is ingevoerd, mag deze periode bestaan uit
48 uur (24 + 24 uur in plaats van 32 + 24 uur).
Vraag: Hoe wordt structureel overwerk berekend?
leeg
Vraag: Wat is de opzegtermijn?
Bij een arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd, is de opzegtermijn voor zowel de werkgever als de werknemer 1 maand. Bij een
arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd is de opzegtermijn voor zowel de werkgever als de werknemer twee loonperioden.
De opzegging kan per dag geschieden en hoeft dus niet aan het einde van de maand.
Vraag: Wanneer is er sprake van overwerk?
Arbeidsuren worden aangemerkt als overuren indien in één loonperiode het totaal van de arbeidsuren hoger is dan 160 uur en/of
in een dienst of gebroken dienst de arbeidstijd hoger is dan 9 uur. Dit betekent dat sommige arbeidsuren twee keer als overwerk
worden aangemerkt.
Vraag: Wanneer is er sprake van consignatiedienst en/of bereikbaarheidsdienst?
Bij consignatie is er sprake van bereikbaarheid met de bedoeling dat als de werknemer wordt opgeroepen, er daadwerkelijk arbeid
wordt verricht. De werknemer gaat dus naar het werk. Kenmerk hiervan is dat het onvoorzien is. Bij consignatie moet de werk -
nemer bereikbaar en in de gelegenheid zijn om, ongeacht de locatie, de bedongen arbeid te gaan verrichten.
Tijdens een bereikbaarheidsdienst is de medewerker bereikbaar voor telefonisch advies, bijvoorbeeld vor een calamiteit of andere
dringende zaak. De medewerker hoeft bij een oproep geen daadwerkelijke arbeid te verrichten. De werknemer hoeft net per
definitie continue bereikbaar te zijn.
Vraag: Wanneer kan een vast rooster door de werkgever gewijzigd worden?
Als een werkgever een vast rooster van de werknemer wil wijzigen, zal de werkgever daarover in overleg treden met de werk -
nemer. De werknemer moet deelnemen aan dit overleg. De belangen van werkgever en werknemer zullen in redelijkheid en
billijkheid overwogen worden. Een vast rooster kan vervolgens slechts gewijzigd worden na overeenstemming met de werknemer
en wordt ten minste 7 dagen voor aanvang van de eerste roosterperiode door de werkgever schriftelijk aan de werknemer
bevestigd.
Vraag: Behoud de werknemer het recht op periodieken als hij van de aanloopsalarisschaal naar de ‘gewone’ salarisschalen gaat?
Ja. Voor de werknemer tot 21 jaar geldt gedurende maximaal 1 jaar na indiensttreding een aanloopsalarisschaal. Na een jaar heeft
werknemer recht op de salarisschaal met behoud van eventueel opgebouwde periodieken.
Vraag: Hoe moeten toeslagen berekend worden?
Indien een werknemer recht heeft op verschillende toeslagen, dan moeten deze afzonderlijk van elkaar berekend worden en bij
elkaar opgeteld worden. Stel dat een werknemer recht heeft op een toeslag voor werken op een eerder vastgestelde roostervrije
dag (30% toeslag) en dat deze dag een zaterdag (35% toeslag) is en dat zijn basisuurloon 1 10,- is. De werknemer heeft dan recht
op:
1 10,- + 30% (toeslag roostervrije dag = 1 3,-) + 35% (toeslag zaterdag = 1 3,50)
Totaal 1 10,- + 1 6,50 = 1 16,50
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 65
Vraag: Hoe werkt de afbouwregeling van artikel 47?
Voorbeeld
Toeslagen voor wijziging 1 256,58
Toeslagen na wijziging 1 50,00 –
Wijziging inkomstenstructuur 1 206,58
Drempel afbouwregeling 1 24,58 –
Grondslag afbouwregeling 1 182,00
Schema afbouwregeling
Duur van de beloning zoals bedoeld in art 47 lid 1
Periode van 1 tot 2 jaar van 2 tot 4 jaar langer dan 4 jaar
1 1 156,00 6/7 1 163,80 9/10 1 168,00 12/13
2 1 130,00 5/7 1 145,60 8/10 1 154,00 11/13
3 1 104,00 4/7 1 127,40 7/10 1 140,00 10/13
4 1 78,00 3/7 1 109,20 6/10 1 126,00 9/13
5 1 52,00 2/7 1 91,00 5/10 1 112,00 8/13
6 1 26,00 1/7 1 72,80 4/10 1 98,00 7/13
7 – – 1 54,60 3/10 1 84,00 6/13
8 – – 1 36,40 2/10 1 70,00 5/13
9 – – 1 18,20 1/10 1 56,00 4/13
10 – – – – 1 42,00 3/13
11 – – – – 1 28,00 2/13
12 – – – – 1 14,00 1/13
13 – – – – – –
Vraag: Hoe worden feestdagen voor een fulltimer gecompenseerd?
Een werknemer met een fulltime contract heeft bij iedere feestdag die valt op een doordeweekse dag recht op een extra
vakantietegoed van 8 uur. Indien de werknemer op de doordeweekse feestdag geen werkzaamheden verricht en niet roostervrij is,
wordt deze feestdag als vakantiedag aangemerkt. Het vakantiesaldo blijft dus gelijk. Indien de werknemer wel werkt op de feestdag,
heeft de werknemer recht op het extra vakantietegoed van 8 uur en op de toeslag voor het werken op een feestdag.
Vraag: Hoe worden feestdagen voor een parttimer gecompenseerd?
Een werknemer met een parttime contract heeft bij iedere feestdag die valt op een doordeweekse dag;
als er op de feestdag arbeid wordt verricht recht op een extra vakantietegoed van het aantal werkelijk gewerkte uren, met een
maximum van 8 uur.
als er op de feestdag geen arbeid wordt verricht recht op een extra vakantietegoed van het aantal uren zoals vastgesteld in het
rooster, met een maximum van 8 uur.
als deze feestdag samenvalt met een roostervrije dag recht op een extra vakantietegoed van 20% van de overeengekomen
arbeidstijd per week.
Indien de werknemer op de doordeweekse feestdag geen werkzaamheden verricht en niet roostervrij is, wordt deze feestdag als
vakantiedag aangemerkt. Het vakantiesaldo blijft dus gelijk. Als de werknemer werkt op de feestdag heeft hij ook recht op de toeslag.
Vraag: Hoe hoog is de loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid?
De werknemer heeft het eerste ziektejaar voor de eerste 6 maanden recht op 100% doorbetaling van het ziektegeld en voor de
tweede 6 maanden doorbetaling van het ziektegeld tot 90%. In het tweede ziektejaar behoudt de werknemer doorbetaling van het
ziektegeld tot 85%. Voor de berekening van het ziektegeld wordt rekening gehouden met de in de voorgaande 3 loonperioden
verdiende gemiddelde onregelmatigheidstoeslag. De gemiddelde onregelmatigheidstoeslag wordt berekend door de som van de
toeslag bijzondere uren, feestdagentoeslag, toeslag in het vakantieloon, toeslag in het ziektegeld en het structurele overwerk (inclusief
overwerktoeslag) te delen door het aantal arbeidsuren. ADV uren tellen in dit kader niet mee als arbeidsuren.
Vraag: Wat is de grondslag voor de premies SFPB, SOBB en FBA?
De grondslag voor de heffing van de premies is de loonsom voor de Werkloosheidswet. Dit is het loon voor de sociale
verzekeringen. De premieverdeling is vanaf 1 januari 2008 als volgt:
Stichting Totaal percentage Werkgeversdeel Werknemersdeel
SFPB 0,119 0,08925 0,02975
SOBB 0,106 0,0795 0,0265
FBA 0,071 0,05325 0,01775
De premieverdeling is vanaf 1 januari 2009 als volgt:
Stichting Totaal percentage Werkgeversdeel Werknemersdeel
SFPB 0,209 0,15675 0,05225
SOBB 0,106 0,0795 0,0265
FBA 0,142 0,1136 0,0284
Vraag: Wat wordt uit het fonds bevordering arbeidsverhoudingen betaald?
Uit dit fonds worden de kosten betaald die niet uit het sociaal fonds betaald mogen worden, zoals bijvoorbeeld de kosten van
de CAO-onderhandelingen, CAO-boekjes en sociale commissie.
Vraag: Komt een stagiair voor een vergoeding in aanmerking?
Degene die in het kader van een BBL of BOL-opleiding beveiliger 2 praktijkervaring opdoet bij een bedrijf met een ND-nummer
heeft recht op een salaris van de aspirant-beveiliger.
Vraag: Mag van de CAO afgeweken worden?
Het is de werkgever toegestaan van de CAO af te wijken als dit ten voordele van de werknemer is. De werknemer heeft altijd
minimaal recht op hetgeen in de CAO is bepaald.
Vraag: Is er een collectieve zorgverzekering in de branche?
Ja, werkgevers kunnen via de branche een zorgverzekering aan hun werknemers aanbieden. Meer informatie over de verzekering
is te vinden via www.bewaakjegezondheid.nl.
Vraag: Waar is informatie te vinden over de pensioenregeling?
Informatie over de pensioenregeling is te vinden op www.beveiligingspensioen.nl.
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 66
Adressen
STICHTING SOCIAAL FONDS PARTICULIERE
BEVEILIGING
Stephensonweg 14
Postbus 693
4200 AR GORINCHEM
Telefoon: 0183-646672
Fax: 0183-619617
E-mail: info@sfpb.nl
www.sfpb.nl
STICHTING OPLEIDINGSFONDS
BEVEILIGINGSBRANCHE
Stephensonweg 14
Postbus 693
4200 AR GORINCHEM
Telefoon: 0183-646672
Fax: 0183-619617
E-mail: info@sobb.nl
www.sobb.nl
SOCIALE COMMISSIE BEVEILIGING
Stephensonweg 14
Postbus 693
4200 AR GORINCHEM
telefoon: 0183-646674
fax: 0183- 619617
E-mail: scb@paritair.nl
www.sfpb.nl
CONTROLEORGAAN BEVEILIGING
Stephensonweg 14
Postbus 693
4200 AR GORINCHEM
telefoon: 0183-646689
fax: 0183- 619617
E-mail: seinlijn@sfpb.nl
www.sfpb.nl
SERVICECENTRUM PARTICULIERE BEVEILIGING
Stephensonweg 14
Postbus 693
4200 AR GORINCHEM
Telefoon: 0183-646688
Fax: 0183-619617
E-mail: info@bewaakjegezondheid.nl
www.bewaakjegezondheid.nl
DE UNIE, VAKBOND VOOR INDUSTRIE EN
DIENSTVERLENING
hoofdkantoor:
Multatulilaan 12
Postbus 400
4100 AK CULEMBORG
telefoon 0345-851851
fax 0345-851500
e-mail: info@unie.nl
www.unie.nl
Kantoor:
Dienstverlening
Hoofdweg Oostzijde 616
Hoofddorp,
Telefoon 0345-851851
FNV BONDGENOTEN
hoofdkantoor:
Varrolaan 100
Postbus 9208
3506 GE UTRECHT
Klantenservice:
telefoon 0900-9690
fax 030-2738225
e-mail: info@bg.fnv.nl
www.fnvbondgenoten.nl
Regiokantoren:
- Regiokantoor Amsterdam
Radarweg 60, 1043 NT Amsterdam
Postbus 9239, 1006 AE Amsterdam
- Regiokantoor Deventer
Gotlandstraat 2 a, 7418 AZ Deventer
Postbus 313, 7400 AH Deventer
- Regiokantoor Groningen
Leonard Springerlaan 23, 9727 KB Groningen
Postbus 11046, 9700 CA Groningen
- Regiokantoor Rotterdam
Pegasusweg 200, 3067 KX Rotterdam
Postbus 8696, 3009 AR Rotterdam
- Regiokantoor Weert
Schepenlaan 6, 6002 EE Weert
Postbus 10250, 6000 GG Weert
Klantenservice: 0900-9690 (lokaal tarief)
openingstijden 08:00 - 17:30 uur
CAO-contactpersonen Particuliere Beveiliging: 030-2738001
(telefonisch bereikbaar op maandag tot en met donderdag
09:00 - 13:00 uur en 17:00 -21:00 uur mailadres:
cpb@bg.fnv.nl).
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 67
VERENIGING VAN PARTICULIERE
BEVEILIGINGSORGANISATIES
hoofdkantoor:
Stephensonweg 14
Postbus 693
4200 AR GORINCHEM
telefoon 0183-646670
fax 0183-621161
e-mail: vpb@zpg.nl
www.vpb.nl
www.platformbeveiliging.nl
SYNTRUS ACHMEA
Molenwerf 10-24
Postbus 9251
1006 AG AMSTERDAM
telefoon 020- 6074065
fax 020-6074499
e-mail: syntrus@achmea.nl
www.syntrusachmea.nl/pensioenbeheer
www.beveiligingspensioen.nl
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 68
Trefwoordenlijst
Adressen 67
ADV-dag 5
Afbouwregeling 22
Afroepcontract 5
Antidiscriminatie 42
Arbeidsduurverkorting 14
Arbeidsongeschiktheid 32
Arbeidstijden 15, 16,
Arbeidstijdenwet 16
Arbeidsuren 5
Arbeidsverhoudingen 66
Avonddienst 5
Basissalaris 5
Basisuurloon 5
Bedrijfstakpensioenfonds 34
Beëindiging contract 12
Betaling arbeid op feestdagen 20
Betaling bijzondere uren 20
BHV-diploma 27
Bijzondere uren 45
Bloktijden 5
Boeteregeling interpretatieverschillen 41
Buitengewoon verlof 30
Calamiteitenverlof 62
Communicatiemiddelen 37
Concurrentiebeding 11
Consignatie 16
Consignatievergoeding 25
Contractwisseling 38
Controleorgaan 41, 57
Dag 5
Dagdienst 6
Dienst 6
Dienstrooster 8
Dienstruiling 18
Dispensatie 8, 61
Dringende reden 13
EHBO/ BHV 27
Employability 38
Feestdagen 6
Fulltime contract 6
Functiegroepen 51
Functies 19, 52
Functiewaarneming 20
Gebroken dienst 6, 17
Geheimhouding 9, 59
Geld- en waardetransport 36
Hondenvergoeding 25
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 69
Invulrooster 6
Jaarverslagen 10
Jubileumvergoeding 26
Keuzesysteem arbeidsvoorwaarden 10
Kort verzuim 30
Loonopgave 50
Loonperiode 6
Loontoeslag 6
Loopbaanperspectief 38
Maaltijdvergoeding 25
Medewerker algemeen reserve 6
Medische keuring 35
Meeruren 6
Meldpunt 36
Mobiele surveillance 36
Nachtdienst 6, 15
Nevenactiviteiten 9
Ondernemingsraad 9, 10, 16, 33, 37, 39, 40, 42
Ongevallenverzekering 10
Opzegtermijn 12, 64
Ouderenbeleid 34
Overuren 20
Overwerk 14
Parkeerkosten 46
Parttime contract 6
Pauze 7, 16
Pauzevergoeding 25
Pensioengerechtigd 12
Pensioenregeling 34, 66
Proeftijd 11, 12
Reiskostenvergoeding 23
Reistijdenvergoeding 23
Reorganisatie 39
Roosterperiode 7
Roostervrij weekend 7
Roostervrije dag 7
S.E.R.-besluit Fusiegedragsregels 39
Salarisschalen 19, 52, 54
Scholing 38
Schorsing 13
Sociaal plan 39
Sociale Commissie Beveiliging 41
Staking 9
Statijden 16, 46
Stomerijvergoeding 26
Structuurwijziging 38, 39
Tussentijdse wijzigingen 42
Uitzendkrachten 10
Vacaturemelding 38
Vakantiedag 7, 65
Vakantiejaar 7
Vakantieloon 7, 29
Vakantietoeslag 30
Vakbondswerk 42
Vakorganisatie 9
Vast rooster 8, 17
Vaste post 36
Veiligheidsmanagement 36, 37
Veiligheidsprotocol 36
Verplichtingen vakorganisatie 9
Verplichtingen werkgever 9
Verplichtingen werknemer 9
Vervroegd Uittreden 34, 47
Voorwaarts-rotatieschema 17
VUT CAO 34
Week 8
Werkgelegenheid 38, 39
Werkgever 8
Werknemer 8
Werkoverleg 8
Wet Aanpassing Arbeidsduur 12
WGA-premie 33
Winkelsurveillance 36
Wpbr 8
Zondagarbeid 15
CAO G4S Aviation Security 2008-2010 70